Verpulverde Kunst
Jota!

- Vergroten
- 890936025
In het Rijksmuseum hangen de mooiste kunstwerken die langzamerhand van uiterlijk veranderen. Dat komt door de verfstoffen, vernis en bindmiddelen die de schilders in de loop der eeuwen hebben gebruikt. Schilders maakten hun verf naar eigen recept, waarbij ze verfpigmenten fijnwreven met olie, was, ei en andere bestanddelen. Het Molart projectOnder invloed van licht en lucht verandert de chemische structuur van die stoffen, waardoor het schilderij kleur verliest of het vernis geel gaat kleuren. In het Molart project (Molecular Aspects of Ageing in Painted Works of Art) willen ze het verval van deze kunstwerken beter te begrijpen. Jaap Boon, natuurwetenschappelijk onderzoeker bij het Amolf, onderzoekt de schilderijen. De eerste opgave is: uit welke stoffen bestaan die olieverfschilderijen eigenlijk? Zijn daar stoffen bij die meer corrosief zijn, die meer reageren op stoffen in de omgeving, dan andere?
Verfrecepten
Om erachter te komen uit welke stoffen de verf op schilderijen bestaat, zochten onderzoekers in bibliotheken en archieven naar oude schilderhandboeken en verfrecepten. Daarmee maakten ze pigmenten en verfstoffen na, die vervolgens op allerlei manieren kunstmatig verouderd werden. Zo kregen ze inzicht in de vervalprocessen in de schilderijen. De verf op de zeventiende-eeuwse doeken werd daarnaast onderzocht met speciale technieken, zoals massa-spectrometrie waarmee de samenstelling van een schilfertje verf kan worden vastgesteld.
Giftig rattenkruit
Zo heeft men ontdekt waarom juist de felgele verf op sommige zeventiende-eeuwse stillevens op microscopische schaal verbleekt en als poeder van het doek los komt. Het pigment in de felgele verf is orpiment, een arseensulfide. Door licht kan het arseensulfide oxideren tot het blekere arseentrioxide. Arseentrioxide is zwaar giftig. Het werd vroeger gebruikt als rattenkruit.
Licht veroorzaakt een chemische reactie waardoor het zwavel in de verf van het arseen wordt gescheiden. De zwavel komt uit het doek vrij als zwaveldioxide of als zwavelwaterstof. Vooral zwaveldioxide kan de verf bros maken en chemische bindingen in de lijnolie van de verflaag verbreken. De verf valt hierdoor uiteindelijk als poeder van het doek.Het doek wordt transparanter op sommige plaatsen. Dat heeft als 'leuke bijkomstigheid' dat je het ontstaansproces van de schilderijen goed kunt volgen. De ondertekening wordt zichtbaar, 'verkeerde' lijnen doemen weer op.Smaltblauw
Hoe ver het verval van de pigmenten gevorderd is, stellen de onderzoekers onder meer vast met spectrumanalyse. Deze techniek maakt gebruik van het inzicht dat de absorptie van straling door elke verf-component weer anders is. Door dit te meten, kun je erachter komen wat de concentratie van de component is. Vast staat dat sommige pigmenten stabieler zijn dan andere. Vooral pigmenten met organische stoffen zijn vrij vergankelijk. Voorbeeld daarvan is het smaltblauw, blauw glas dat in de zestiende en zeventiende eeuw goedkoop te verkrijgen was, maar erg snel gaat verbleken. Zodra het Pruisisch blauw opkwam, ging men daarop over. Rood vermiljoen is daarentegen vrij stabiel, loodwit gaat in sommige omstandigheden snel vergelen.