Meten aan geluk
Jota!

- Vergroten
- 1293478470
Kunnen dieren zich ergens op verheugen en in hoeverre draagt dat verheugen bij aan hun totale welbevinden? Wat is bijvoorbeeld van invloed op het welbevinden, het geluksgevoel, van ratten.
Aan de afdeling Dier en Maatschappij van de Universiteit Utrecht zien we Johanneke van der Harst bezig met ratten. Ze observeert hun gedrag, legt het vast op video, analyseert en bewerkt haar waarnemingen. Parallel hieraan doet zij ook fysiologisch onderzoek. Met name aan de hersenen van overleden ratten. Het doel van dit alles is te weten te komen wat van invloed is op het welbevinden van ratten. Haar onderzoek spitst zich toe op het anticipatiegedrag. Kunnen dieren zich ergens op verheugen en in hoeverre draagt dat verheugen bij aan hun totale welbevinden?
Grote kooien, kleine kooien
Tot nu toe werd er altijd gedacht dat met name de afmetingen van een hok of kooi van invloed zijn op het welbevinden van de beesten die daarin leven. Maar de laatste tijd wordt het duidelijk dat dit wat genuanceerder ligt. Want ook een grote kooi wordt na een poosje oervervelend en saai. En saaiheid leidt tot verveling en verveling is zo ongeveer het ergste wat een dier kan overkomen.
Verrassingen blijken van groot belang te zijn voor het welbevinden van dieren. Wanneer zich in het leven van een dier verrassingen voordoen, lekkere hapjes, een ontmoeting met een bronstige soortgenoot, een uitje naar een aantrekkelijke kooi, dan stijgt het geluksgevoel van het dier over een lange periode sterk. Zelfs als hij in een niet al te riante kooi opgesloten zit. Dit kan met name geconcludeerd worden uit het gedrag.
Een gelukkig dier vertoont een groot aantal verschillende gedragselementen. Een dier dat niet gelukkig is, is apathisch en valt bijna nergens meer voor te porren. Deze waarnemingen worden ondersteund door onderzoek aan de hersenen nadat deze dieren zijn overleden. Het blijkt dat door positieve ervaringen de architectuur van de hersenen enigszins verandert. Het aantal receptoren voor endorfinen en dopamine neemt toe en daarnaast vergroot het aantal vertakkingen in bepaalde, aan geluksgevoelens gerelateerde centra. We kunnen dus zien en meten wanneer een dier gelukkig is. En we hebben ontdekt dat naast een bepaalde mate van afwisseling in de kooi, het voorkomen van verrassingen voor dit geluksgevoel van groot belang is.
Soortoverstijgend
Dit gegeven vraagt natuurlijk om een toepassing in de veehouderij, want in ons land zijn nu eenmaal vele malen meer dieren dan mensen. Maar zo gemakkelijk gaat dat niet, want een rat is wel iets anders dan een kip of een varken. Daarom werkt Suzanne Dudink, tevens werkzaam bij Dier en Maatschappij, met varkens. Ook zij observeert de dieren, geeft ze af en toe een verrassing en kijkt hoe zij daarop reageren. En ook bij haar onderzoek komen de grenzen van dit verschijnsel in zicht.
Het blijkt dat dieren die in een saaie en 'arme' situatie gehouden worden vaak een vorm van apathie ontwikkelen die onomkeerbaar is, een verschijnsel dat we vaak zien in de intensieve veehouderij. Een dier dat in een dergelijke situatie gehouden wordt reageert nauwelijks, of op een onnatuurlijke manier, op verrassingen. Het dier ziet er de lol niet van in. Het gedrag van zo'n dier vertoont een onoverbrugbaar verschil met dat van zijn soortgenoten die in een meer natuurlijke situatie leven.
Tot nu toe ging het in de regelgeving voor legbatterijen en stallen vooral over vierkante meters. Het ziet er naar uit dat daar elementen als variatie in ruimte en tijd in de toekomst aan toegevoegd zullen worden. Het dier moet niet alleen meer ruimte krijgen, maar ook zo nu en dan worden verrast.