Het slimme vlies

Jota!

431223229
Vergroten
431223229

Kunnen ogen denken? Lijkt op het eerste gezicht een onlogische vraag, want de taakverdeling in ons lichaam was tot voor kort volstrekt helder. De zintuigen, zoals ogen en neus, geven slechts ongecensureerde informatie door en in het brein vindt de verwerking plaats. Maar bij nader inzien blijkt dat niet te kloppen...

De onderzoeksvraag van neurofysioloog Maarten Kamermans, medewerker van het Interuniversitair Oogheelkundig Instituut is dus: Kunnen ogen denken? Hij ontdekte dat het netvlies werkt als een filter, dat gegevens corrigeert, vervormt en selecteert. Meer een uitstulping van de hersenen dan een apart lichaamsdeel, zeg maar.

Flinterdun mesje
Met een flinterdun mesje snijdt Maarten Kamermans van het Interuniversitair Oogheelkundig Instituut (IOI) van de KNAW heel voorzichtig het netvlies los van een vissenoog. Kamermans onderzoekt hoe het netvlies is opgebouwd, hoe het werkt en hoe het waargenomen beelden doorzendt naar de hersenen.

Het netvlies, Latijnse term retina, blijkt een soort pannenkoek te zijn die uit verschillende laagjes is opgebouwd. Plat neergelegd, bestaat de bovenste laag uit lichtgevoelige cellen, de staafjes en kegeltjes. Dit zijn er waanzinnig veel, in ons netvlies wel honderd miljoen. Zij zetten licht om in elektrische signalen en sturen die signalen door naar de hersenen. Onder die laag staafjes en kegeltjes liggen nog drie lagen andere cellen die als een soort schakelstations al die elektrische signalen samenvoegen en via de oogzenuw naar de hersenen sturen. Dat levert direct de spannende vraag op hoe dit proces in zijn werk gaat. Hoewel het netvlies uit honderd miljoen lichtgevoelige cellen bestaat, heeft de oogzenuw maar één miljoen draadjes. Gemiddeld zullen dus zo'n honderd lichtgevoelige cellen hun berichten via één draad naar de hersenen moeten sturen. Hoe doen ze dat? Worden al die signalen gewoon bij elkaar opgeteld, of gaat het anders?

De lichtgevoelige cellen die in het midden van het netvlies zitten, de gele vlek of macula, lijken allemaal een eigen 'hotline' te hebben met de hersenen en dat zou wel eens de oorzaak kunnen zijn van het feit dat we dingen die we recht voor ons oog houden veel duidelijker en gedetailleerder zien dan dingen die zich meer schuin voor ons bevinden.

Wit is niet altijd wit
Op het Interuniversitair Oogheelkundig Instituut, waar onderzoek gedaan wordt naar oogziektes en het menselijk oog, wordt op allerlei manieren speurwerk verricht naar de werking van het netvlies. Het netvlies dat Maarten Kamermans onderzoekt komt van een goudvis, omdat dit wat bouw betreft sterk lijkt op het netvlies van een mens. Uit het vele onderzoek dat gedaan wordt blijkt dat het netvlies veel ingewikkelder en 'slimmer' is dan we dachten.

Als het netvlies alleen maar een domme camera zou zijn vergelijkbaar met een simpele videocamera of een webcam, dan zouden de hersenen de waargenomen beelden voortdurend op kleur moeten corrigeren. Bij elke opname moet je zo'n camera eerst 'witten', dat wil zeggen dat je een wit stuk papier voor de lens houdt en de camera 'vertelt' dat hij die kleur als wit moet weergeven. Ook al is die kleur wit in werkelijkheid roodachtig (bij kunstlicht), groenachtig (bij tl licht), of blauwachtig (buiten). Toch ziet het menselijk oog wit altijd als dezelfde kleur wit. Er moet dus in ons oog of in onze hersenen een regelmechanisme zitten dat ervoor zorgt dat waar we ook zijn, iets wits door ons altijd als wit gezien wordt.