De nieuwe mees
Jota!

- Vergroten
- 129749092
'In mei leggen alle vogels een ei,' luidt het spreekwoord. Maar in de toekomst kan dat te laat zijn. Door klimaatsverandering ontwaakt de natuur in Nederland steeds vroeger in het jaar. Als jonge koolmeesjes uit hun ei komen, is hun belangrijkste voedselbron, de rups van de wintervlinder, tegenwoordig alweer verpopt en verdwenen. Welk effect heeft dit op het oerhollandse vogeltje?
Rupsenpiek
In de afgelopen dertig jaar zijn zomereiken tien dagen eerder uit gaan lopen, valt de piek van wintervlinder-rupsen negen dagen eerder en missen koolmeesjongen steeds vaker deze 'rupsenpiek'. De rupsenpiek bestaat uit twee weken waarin de meeste grote rupsen rondkruipen: het onmisbare eetparadijs voor opgroeiende vogels.
Sinds 1955 volgt het NIOO-KNAW (Nederlands Instituut voor Oecologisch Onderzoek) de koolmezen in het Nationaal Park de Hoge Veluwe. Ze zijn de laatste jaren niet structureel eerder gaan broeden om de rupsenpiek bij te benen: een probleem.
Klimaatspatronen
In die dertig jaar is met name de temperatuur in het late voorjaar gestegen in Nederland. In de periode van half april tot half mei werd het 2°C warmer. De effecten zijn goed zichtbaar in onze natuur: veel planten en dieren reageren op deze stijging. Maar het is de vraag of de verandering in temperatuur alle 'schakels' in de voedselketen wel op dezelfde manier beïnvloedt.
Marcel Visser en Leonard Holleman van het NIOO-KNAW ontdekten dat dit niet altijd zo is. De schakels kunnen verschillend reageren op klimaatsverandering. Hierbij zijn niet alleen de stijgende gemiddelde temperaturen de boosdoener; vooral de verandering van klimaatspatronen is belangrijk.
Tot nu toe gaat bij het broeikaseffect veel aandacht uit naar de veranderingen in de gemiddelde temperatuur. Ten onrechte volgens bioloog Marcel Visser: "Niet puur de gemiddelde temperatuur maar bijvoorbeeld het temperatuurverschil tussen maanden, tussen dag en nacht of tussen Afrika en Europa - van belang voor trekvogels - speelt een grote rol in de natuur. Kortom, het klimaatspatroon verdient meer aandacht."
Kwetsbare soorten
Het kan ook goed gaan. Sommige, algemene soorten profiteren juist van het warmer wordende Europa en breiden zich naar het noorden uit. Kwetsbare soorten komen waarschijnlijk juist eerder in de problemen. De algemeen voorkomende eik, wintervlinder en koolmees staan model voor deze zeldzamere, bedreigde soorten. Langetermijnstudies met individueel herkenbare dieren zijn onmisbaar om de klimaatsgevolgen te achterhalen. Wat we zouden willen weten is: welke typen ecologische relaties krijgen de grootste problemen door de klimaatsverandering?
Visser: "Wat we willen weten van de klimaatonderzoekers is hoe dergelijke temperatuurspatronen zullen veranderen in de komende decennia. Als zij ons een scenario geven, dan kunnen wij de effecten hiervan onderzoeken op de afstemming tussen de schakels van de voedselketen zoals eik, wintervlinder en koolmees."
Zo ontstaat er door dit onderzoek een steeds duidelijker beeld van de mogelijke gevolgen van een broeikaseffect. Daarvoor is naast klimatologisch onderzoek ook ecologisch onderzoek absoluut noodzakelijk.