De lessen van de sluipwesp

Jota!

1410628638
Vergroten
1410628638

Sommige sluipwespen kunnen leren op welke planten hun favoriete rupsen zich bevinden. Anderen leren het nooit. Waarin zit dit verschil in lerend vermogen? Er zijn grote verschillen in leervermogen tussen sluipwespen, die nauw aan elkaar verwant zijn en dat is opmerkelijk. In het onderzoek van Hans Smid worden twee soorten met elkaar vergeleken: de Cotesia glomerata en de Cotesia rubecula.

Beide soorten worden veel gebruikt in de biologische bestrijding van de koolwitjesrupsen. De larven van de sluipwespen laten de rups immers sterven. Overigens verdedigen de rupsen zichzelf wel. Ze bijten de sluipwesp waar ze kunnen en verlammen hem daarmee. Zo raken de rupsen niet allemaal geparasiteerd door de sluipwesp.
Sluipwespen zijn kleine insecten, die hun eitjes leggen in andere insecten, zoals de jonge rupsen van het koolwitje. Als sluipwesplarven volgroeid zijn, dan sterft de rups. De rupsen van het koolwitje zijn goed gecamoufleerd. Ze verraden zich niet door hun geur. De rupsen eten echter bepaalde koolplanten. Die planten reageren op speeksel van de rupsenmet het afscheiden van geuren. Het zijn díe geuren, waarmee de rups zijn aanwezigheid verraadt.

Snel bijleren
Wat gebeurt er nu als de rupsen van een andere plant gaat eten, één die andere geuren afscheidt? Sommige sluipwespen zullen snel 'bijleren': ze begrijpen dat ze een nieuwe associatie moeten leggen tussen de 'nieuwe' plant en de rupsen. Andere soorten leren dat nieuwe verband nooit.

Geursensoren
Het onderzoek naar verschillen in leervermogen tussen sluipwespen is begonnen met een beschrijving van de hersenen en de geursensoren van wespen. Sluipwespen zijn extreem goede speurneuzen. Ze worden tegenwoordig zelfs getraind om drugs en landmijnen op te sporen!

Hoe gaat die herkenning in zijn werk?
Eerst moet de informatie van de antenne vertaald worden in de 'antennale lob', het deel van de hersenen waar de zenuwen uit de antennen in uitmonden. De antennale lob functioneert als een filter. In de antennezenuw zijn tienduizenden zenuwuitlopers (axonen) verzameld. Al die axonen geven hun informatie door. De antennale lob selecteert uit al die informatie een signaal, dat slechts honderden zogeheten schakelneuronen verder doorgeven aan hogere hersendelen.
Uiteindelijk leidt die informatieoverdracht tot een specifiek soort gedrag.