De kleine zwaan

Jota!

669932418
Vergroten
669932418

De kleine zwaan trekt ieder jaar vanuit Siberië naar Nederland om hier na een reis van meer dan 5000 kilometer te overwinteren. Hoe lang doen kleine zwanen over die reis, hoe vaak stoppen ze, wat en waar wordt er onderweg gegeten, wat zijn de grootste risico's en vliegt een zwaan elk jaar precies dezelfde route, of kan dat variëren?

Hun reis roept dus heel wat vragen op bij wetenschappers. Al heel wat jaren doen medewerkers van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) onderzoek naar de kleine zwaan.

Welke route?
Om op deze vragen een antwoord te krijgen, brachten onderzoekers van het NIOO jarenlang het gedrag van de kleine zwaan in kaart. Ze observeerden de zwanen in het voorjaar en de zomer in Siberië, telden hun aantallen, bepaalden het broedresultaat en zagen hoe de zwanen aan het eind van de zomer met hun jongen naar Nederland trokken. Een paar jaar geleden hadden de onderzoekers enkele zwanen zelfs voorzien van een kleine satellietzender, waarmee de route die de zwanen aflegden vanuit Nederland prachtig te volgen was. Maar de lange reis en de gevolgde trekroute zijn niet de enige aspecten waar de onderzoekers in geïnteresseerd zijn.

Pleisterplaatsen
De eerste pleisterplaats die de zwanen aandoen zodra zij in ons land aankomen, is het Lauwersmeergebied in noord Friesland. Daar eten zij zich vol met hun lievelingsvoedsel: de knolletjes van fonteinkruid, een waterplant. Hoewel er boven water van de plant en zijn knolletjes in de bodem niets te zien is, zijn de zwanen enorm handig in het vinden van het voedsel. Dit gedrag, het foerageren, is waar Raymond Klaassen zich met name op richt; de manier waarop de zwanen de knolletjes in de bodem zoeken.

Efficiënt foerageren
Hoe gaat de zwaan hierbij te werk? Gebeurt dit systematisch of probeert de zwaan maar wat? We weten dat het voor een zwaan van levensbelang is om zijn voedsel langs de trekroute zo snel en efficiënt mogelijk te verzamelen. Hij heeft immers maar weinig tijd. De reis is nog lang en de winter komt er al aan. Daarom is het te verwachten dat deze zwanen in de loop van vele jaren evolutie de meest efficiënte manier van voedsel verzamelen ontwikkeld hebben. De vraag is alleen, hoe ziet die manier er dan uit? En zou die manier universeel kunnen zijn, d.w.z. zouden andere dieren op dezelfde, of een vergelijkbare manier te werk gaan?

Fonteinkruidknolletjes of suikerbieten
Daarom observeren Raymond Klaassen en Oscar Langevoord de zwanen nauwkeurig wanneer zij in de talloze kreken van het Lauwersmeer aan het foerageren zijn. Via een kijker wordt het gedrag geobserveerd en met een meetinstrument wordt hun route door het water nauwkeurig vastgelegd. Door ook nog de hoeveelheid knolletjes voor en na het zwanenbezoek vast te stellen, krijgen de onderzoekers een beeld van de efficiency van het zoekgedrag. Maar het gedrag van de zwanen in het Lauwersmeer vertoont meer aanknopingspunten voor onderzoek. Na een paar weken schakelen de zwanen namelijk over op ander voedsel. Zij trekken naar de akkers in de omgeving waar zij resten van suikerbieten vinden die kort daarvoor geoogst zijn. De vraag is alleen: waarom doen zwanen dat? Wanneer we de akkers en de kreken met elkaar vergelijken, dan blijken de akkers gevaarlijker en veel onrustiger voor de zwanen, maar ze hoeven er niet zo intensief naar voedsel te zoeken als naar de knolletjes in de kreken. De bietenresten liggen hier gewoon voor het oprapen. Oscar Langevoord richt zich met name op het gedrag van de zwanen die naar de bietenakkers gaan. Omdat enkele zwanen geringd zijn, kan hij hen met behulp van een kijker wekenlang in het gebied volgen in de hoop iets meer over de keuzes van deze dieren te weten te komen.