Darwin: de geschiktste leeft voort
De Bètacanon
'Zo zien we in dat de mens afstamt van een harige viervoeter, uitgerust met een staart en puntige oren.' Het zijn bij uitstek deze woorden uit het omvangrijke werk van Charles Darwin (1809 - 1882) die bij het grote publiek diepe indruk hebben achtergelaten. Volgens de evolutietheorie is al wat leeft, ontstaan door evolutie. Dieren en planten hebben zich ontwikkeld uit voorgaande organismes. Elk soort organisme heeft zijn eigen eigenschappen, waarvan elk lid een variatie van deze kenmerken bezit. Organismen kunnen door de loop van de tijd veranderen doordat natuurlijke selectie plaats vindt. De omgeving beïnvloedt de overlevingskans van een lid van een bepaalde soort. De ´struggle for life´, de strijd om het bestaan, wordt gezien als de drijvende kracht achter het ontstaan en het veranderen van soorten.
Darwin schreef in zijn boek 'The origin of Species' vrijwel niets over de afstamming van de mens.
Veel van zijn volgelingen concludeerden dat de mens van de apen afstamt. Vooral die gedachte was zo in tegenspraak met het scheppingsverhaal, dat er in kerkelijke kringen grote opwinding ontstond over het boek.
Later schreef Darwin een apart boek over de afstamming van de mens waarin hij zegt: "We moeten echter niet in de dwaling vervallen van te vooronderstellen dat de voormalige voorvader van den geheelen stam der apen, met uitsluiting van den mensch, identisch was met, of zelfs zeer sterk leek op eenige bekende aapsoort."