Gedwongen Leven
Noorderlicht van 14-01-2000

- Vergroten
- 1700325511
Sommige mensen zijn zo bang iets fout te doen dat ze niets meer doen dan hun eigen handelingen controleren. Medicijnen en therapie helpen redelijk, maar niet voor iedereen: voor hen is er als laatste redmiddel operatief ingrijpen.
Honderd meter van huis zijn en je dan afvragen of de deur wel dicht zit. Bijna iedereen maakt dat wel eens mee. Sommigen gaan dan terug om de deur te controleren. Anderen vertrouwen erop dat ze het net als anders goed gedaan hebben. En weer anderen gaan terug, controleren, en vragen zich honderd meter van huis opnieuw af of de deur wel goed dicht zit. En keren weer terug, controleren weer, komen vervolgens weer niet verder dan honderd meter van de deur, en twijfelen dan opnieuw.
Er zijn mensen bij wie de angst om iets fout te doen zo erg wordt dat ze niets anders meer doen dan hun eigen handelingen controleren.
Een dwangstoornis wordt een dergelijke permanente neiging tot controleren genoemd. Die stoornis kan bizarre vormen aannemen, en dat weten de patienten zelf. De man die er een half uur over doet om te controleren of de kraan uit is, die kijkt en voelt, weer open en dicht draait, luistert, weer voelt en alle handelingen opnieuw verricht, die weet dat hij het zojuist allemaal heeft gedaan. Hij weet ook eigenlijk dat de kraan dicht is, en toch checkt hij. Als hij dat niet doet, wordt hij onrustig. Hij is bang voor de desastreuze gevolgen als blijkt dat de kraan toch open staat.
Controle-gedrag is niet de enige vorm die een dwanghandeling kan aannemen. Er zijn ook mensen die extreem schoonmaken; die bang zijn voor besmetting met enge ziektes en die daarom de hele dag niets anders kunnen doen dan zorgen dat alles schoon is.
Andere vormen van dwang, die minder vaak voorkomen, zijn tel-dwang, waarbij alles steeds geteld moet worden, of waarbij handelingen bijvoorbeeld een veelvoud van honderd keer gedaan moeten worden; of symmetrie-dwang, waarbij alles symmetrisch moet zijn: de linkervoet stoten, dan ook de rechtervoet, maar ook alles op de planken moet symmetrisch, of op een bepaalde manier ordelijk opgeborgen zijn. Soms is het niet eens te zien of te meten, soms moet de patient 'voelen' dat het goed zit.
De patienten hebben met elkaar gemeen dat ze allemaal angstig worden als ze hun dwanghandelingen niet uitvoeren. Er gaat op een of andere manier een, zij het tijdelijke, geruststelling vanuit. Ze stellen de angstgevoelens uit, totdat de handeling opnieuw verricht moet worden om opkomende onrust te onderdrukken.
Nog niet eens zo heel lang geleden dacht men dat dwangstoornissen een betekenis hadden, dat handen wassen bijvoorbeeld betekende dat men zich ergens schuldig over voelde. Men dook, met Freud, diep in de geest en de vroegste jeugd van de patient en genas hem of haar nooit.
Tegenwoordig richt men zich door middel van gedragstherapie en cognitieve therapie op de eigenlijke dwanghandeling, en dat werkt een stuk beter. Medicijnen doen het ook redelijk, vooral anti-depressiva. Maar er zijn patienten die niets verder komen, met geen enkele therapie. Voor die patienten bestaat nog een laatste redmiddel: operatief ingrijpen. Als men de verbinding doorsnijdt tussen twee delen van de hersenen die bij de kwaal betrokken lijken te zijn dan wordt voor een deel van de ongeneeslijke patienten het leven weer dragelijk. Waarom het werkt, weet men nog steeds niet. In Noorderlicht deze week, wat men wel weet.