Stress in je buik

Categories:
Lijf & Gezondheid

Een zwangere vrouw is nooit zonder zorgen. Stress kan gevolgen hebben voor het kind. Maar niet bij iedereen en niet altijd.

‘Eet ik wel goed en drink ik wel goed?’ ‘Rust ik genoeg of moet ik zelfs meer bewegen?’ Het zijn vragen die veel zwangere vrouwen zich stellen. De gezondheid van moeder en kind zijn intiem met elkaar verbonden. Naast beweging en voeding kan ook stress gevolgen hebben op de gezondheid van het kind van een zwangere vrouw. Kinderen van angstige, of ‘gestresste’, moeders hebben meer kans ziektes als ADHD of depressie te ontwikkelen dan moeders die hun zwangerschap minder gespannen doorlopen, zo blijkt uit onderzoek. De aanstaande moeder zal zich naast vragen over haar fysieke gesteldheid misschien gaan afvragen: ‘Maak ik mij niet teveel zorgen?’

Stress is persoonlijk
Zorgen leveren stress op, en de vraag of deze stress gevolgen heeft voor de gezondheid van het kind dringt zich op. Wees gerust, niet direct en niet per se. Stress in de volksmond staat namelijk niet altijd gelijk aan wat wetenschappers verstaan onder stress.

Neurowetenschapper Ron de Kloet houdt zich al jaren bezig met stress. Volgens De Kloet is er geen strikte definitie te geven van stress. Wel wijst hij op drie kenmerkende elementen. Een gestresst persoon heeft te weinig informatie over de situatie waar die zich in bevindt, is onzeker over de afloop en heeft het gevoel geen controle te hebben. Waardoor stress wordt opgeroepen is persoonsgebonden.

Bij de één kan dit gevoel veroorzaakt worden door een dreigend ontslag, terwijl een ander pas door een direct levensbedreigende situatie gestresst raakt in de wetenschappelijke zin van het woord. Stresshormonen zoals cortisol, die worden aangemaakt wanneer we onder druk staan, hebben we nodig om op een hoger pitje te kunnen functioneren wanneer de situatie daarom vraagt. De negatieve connotaties die veel mensen hebben als het over stress gaat zijn daarom niet altijd terecht. Ron de Kloet stelt zelfs: ‘Zonder stress zouden we er niet zijn.’

Voor aanstaande moeders is dit niet anders. Hoogleraar Ontwikkelingspsychologie Bea van den Bergh benadrukt de persoonsafhankelijke kant van stress nog eens: ‘Als de moeder grote werkdruk ervaart en daarmee goed weet om te gaan is er niet veel aan de hand. Als zij door die grote werkdruk zelf veel stress ondervindt en daarmee moeilijk om kan gaan, kan het zijn de biologisch-fysiologische processen die hiermee gepaard gaan, gevolgen hebben voor de foetus.’

Gevolgen
Voorbeelden van zulke gevolgen zijn een vertraagde groei van de foetus of een te hoog afgesteld stresssysteem. Een kind met een te hoog afgesteld stresssysteem heeft meer moeite om de cortisolafscheiding te stoppen in stresssituaties die het zelf meemaakt. Cortisol is stelt je in staat adequaat te reageren op dreigende situaties. Iedereen heeft het nodig maar in de juiste verhouding en op het juiste moment. Als het hormoon niet afgeremd wordt zodra er geen sprake meer is van een dreigende situatie, kan het hormoon schadelijke effecten hebben op de gezondheid, zoals diabetes type twee of hartproblemen.

Maar nogmaals, de wijze waarop een aanstaande moeder omgaat met stress maakt verschil. De één doet dit beter dan de ander. Moeders zijn zelf ook afhankelijk van hun genen en omgeving. Bovendien, herinnert Van den Bergh ons, zijn niet alle gevolgen van stress bij zwangere vrouwen negatief. ‘Uit onderzoek blijkt dat minimale stress zelfs gunstig kan zijn, onder andere omdat het het kind voorbereidt om later zelf goed met stress om te gaan.’

Maak je niet druk
Overigens is het meeste onderzoek naar de effecten van stress op nakomelingen gedaan bij dieren. Om echt harde conclusies te trekken over stress bij mensen moet er meer onderzoek gedaan worden. En zelfs al ben je een gestresste aanstaande moeder die niet weet hoe om te gaan met de zorgen die je kwellen: alles is nog niet verloren. Na de bevalling kan er nog veel bijgespijkerd worden. ‘Als ouders hun kind kennen, kunnen ze adequaat reageren en zo ook het kind begeleiden om tot een goede zelfregulatie (zelfcontrole) te komen en gedragsproblemen te vermijden’, aldus Van den Bergh.