Instortingsgevaar
Wordt de samenleving steeds kwetsbaarder?

- Zoom
- luchtfoto
- © malyousif / Flickr
We zijn meer en meer afhankelijk van techniek, en van elkaar. Niemand weet meer hoe alles werkt. Kan onze beschaving aan een rampzalige kettingreactie ten onder gaan? Een gesprek met een deskundige stelt niet helemaal gerust.

- Zoom
- luchtfoto
- © malyousif / Flickr
Vanavond, 24 januari, terwijl Nederland van Boven op tv is, is er buiten misschien een zeldzaam spektakel te zien: noorderlicht. Een gevolg van de zware zonnestorm die de aarde vannacht treft. Naast gekleurd licht kan zo’n elektromagnetisch bombardement nog meer gevolgen hebben. De ineenstorting van onze beschaving bijvoorbeeld. Ja, dat klinkt absurd, en het zal vanavond niet gebeuren. Toch is het idee niet uit de lucht gegrepen.
Maar laten we met iets kleiners beginnen: 4 november 2006. Toen zaten vijftien miljoen Europeanen plotseling zonder stroom. De oorzaak was oneindig veel kleiner dan een zonnestorm: het afkoppelen van een hangende stroomkabel over de rivier de Eems, om een cruiseschip door te laten. Niets bijzonders. Alleen waaide het in dit geval erg hard, waardoor naburige windmolens erg veel stroom leverden. Gevolg: het elektriciteitsnet raakte plaatselijk overbelast.
Een slecht gecoördineerde actie om het stroomoverschot om te leiden bracht vervolgens een razendsnelle kettingreactie op gang van zichzelf uit voorzorg uischakelende hoogspanningskabels. Al snel gingen de lichten uit in twaalf landen, waaronder delen van Polen, Oostenrijk, Griekenland, Italië, Portugal en zelfs Marokko. In België, Duitsland en Frankrijk leidde de storing ook nog tot stevige vertragingen op het spoor, omdat ook treinen zonder stroom kwamen te staan.
Ellende alom dus. Niet voor Eric Luiijf, veiligheidsdeskundige bij TNO. Die begon meteen te internetten toen hij van de storing hoorde. Hij verzamelt nieuwsberichten over dit soort calamiteiten. Het klinkt misschien gek, maar voor hem is dat een belangrijke manier om inzicht te krijgen in de stabiliteit en afhankelijkheden van vitale infrastructuur. Want een systematisch overzicht over dit soort kettingreacties heeft eigenlijk niemand, zegt hij. Zeker niet als het over landsgrenzen heengaat en overspringt van de ene naar de andere infrastructuur.
Vitale infrastructuur, dat betekent systemen die onontbeerlijk zijn voor de samenleving. Elektriciteit valt daar onder, maar ook de drinkwatervoorziening, het transport, de telecommunicatie, overheidsdiensten enzovoort. Zoals uit de storing van november 2006 blijkt, kunnen die sectoren elkaar op onvoorspelbare manieren beïnvloeden. Dat is precies waarom ik Luiijf wilde spreken.
Kettingreacties
En die zegt: ‘Wat wij steeds weer zien, is dat men vaak wel is voorbereid op een enkelvoudige verstoring, maar geen rekening houdt met kettingreacties.’ Het wordt natuurlijk ook wel lastig als noodweer én de wegen spekglad maakt én hoogspanningskabels doet knappen, vertelt hij, maar toch, dat kan gebeuren. Als zo’n situatie een tijd aanhoudt, ligt de aanvoer van diesel voor noodgeneratoren stil en is repareren van de kabels ook niet aan de orde.
Luiijf stroomt over van de voorbeelden van calamiteiten. Hoe een kleine kabelbrand het hele treinverkeer of een telefooncentrale kan platleggen, bijvoorbeeld: ‘De brandweer kan elektrische kabelbranden niet blussen zo lang er mogelijk stroom op staa die van de reservestroomvoorziening komt. Dan moet het hele gebouw stroomloos worden gezet. Feitelijk een ontwerpfout, want waarom kan de stroom niet veilig van twee kanten worden afgeschakeld?’ Of Wat te denken van een niet nader genoemd crisiscentrum bovenin een hoog gebouw, dat bij overstroming goed uitzicht zou hebben. Maar geen elektriciteit, want de noodgeneratoren stonden in de kelder.
Dat is uiteraard gepruts in de marge vergeleken met de instorting van de samenleving. Want dat is mijn hoofdvraag: kan onze samenleving aan zijn eigen complexiteit ten onder gaan? Mensen zijn steeds meer gespecialiseerd, ze hebben elkaar nodig als de cellen in een lichaam. Een hersencel overleeft niet lang zonder bloedtoevoer.
Probeer eens op een rijtje te zetten wie er allemaal aan het werk zijn geweest om te zorgen dat je kunt bellen, internetten, eten, autorijden en al die andere dingen die je op vandaag hebt gedaan. Dat lukt niet, want het zijn miljoenen mensen. En ze wonen overal ter wereld.
Half Nederland onder water
Zonder Arabische olie komt de wereldeconomie tot stilstand, als de Verenigde Staten het internet zouden platleggen, voelen alle landen dat. En als Nederland een tijd geen brandstof zou hebben, komt het halve land onder water te staan. Zonder elektronisch betaalverkeer wordt het al een grote chaos, waarschijnlijk.
In de wereld van vandaag hangt alles met alles samen. En, zegt Luiijf: ‘Hoe betrouwbaarder de voorzieningen, hoe slechter men is voorbereid op het falen daarvan. Nederlanders weten nauwelijks wat ze moeten doen als de stroom meer dan een half uur uitvalt, terwijl meerdere dagen uitval voor Amerikanen heel gewoon is. En Japanners, die worden echt getraind in het omgaan met grote aardbevingen. Zelfs kinderen weten dat ze dan meteen de gaskranen dicht moeten draaien.’
De overheid doet, in samenwerking met onder meer TNO, natuurlijk van alles om gevaren in kaart te brengen en zo veel mogelijk te voorkomen dat het misgaat. Er moeten regels zijn, want in een vrije markt dwingen bedrijven elkaar zo efficiënt mogelijk te werken. En dat betekent dat er weinig rekening wordt gehouden met hoge impact scenario’s omdat ze ons onwaarschijnlijk overkomen, zegt de veiligheidsman. ‘Daarom is het goed dat de overheid hier stelselmatiger mee om gaat.’ In april komt er een nieuwe nationale risicobeoordeling uit, waaraan onder andere Luiijf en zijn collega’s hebben meegewerkt.
Ik heb een paar rampscenario’s bedacht, die ik aan Luiijf voorleg. Een supergevaarlijke griep, zoiets als in een Rotterdams laboratorium is gemaakt? Als hij erg genoeg is, zal er geen kruid tegen gewassen zijn, zegt hij, maar er zijn wel scenario’s en maatregelen uitwewerkt voor de overheid en vitale bedrijven om met zo’n epidemie om te gaan. ‘Niet-zieke medewerkers van elektriciteitscentrales blijven dan bijvoorbeeld in quarantaine’.
Tuindorp
Een fikse overstroming? Wordt het hele elektriciteitsnetwerk onbruikbaar als een gebied langere tijd onder water staat? ‘Ja, daar is grote kans op. Je krijgt corrosie in de kabels en door beweging van de grond kunnen ze knappen. Het is lang geleden dat er in Nederland een echte onverwachte overstroming van formaat was. Tuindorp in 1960, sindsdien niet meer. Maar het kan weer gebeuren, ja.’
Ook bijzonder rampzalig: een atoombom ontploft boven Nederland. Er vallen dan doden door de explosie en waarschijnlijk door straling, maar ook dijken gaan kapot. En er is de elektromagnetische puls die in een groot gebied alle elektronische apparatuur kapotmaakt. Luiijf: ‘Ja, dan hebben we wel een megaprobleem.’
Als alle chips ineens niet meer werken, zakt ook de vitale infrastructuur als een kaartenhuis in elkaar. Geen elektriciteit meer, geen telecommunicatie. Komt er nog water uit de kraan, blijven de polders droog? Het is niet met zekerheid te zeggen. Van Luiijf krijg ik wat dat betreft ook weinig opwekkends te horen.
Sterker nog: hij heeft een toevoeging. Er is niet per se een atoombom nodig om dit scenario werkelijkheid te maken, zegt hij. Een extreme uitbarsting van de zon is misschien ook genoeg. Zoals die in 1859, een jaar waarin er nog nauwelijks elektronica was. Maar telegraaflijnen in Amerika en Europa gingen stuk en telegrafisten werden zelfs geëlektrocuteerd. In 1989 viel de elektriciteit in Canada door zo’n uitbarsting uit. Luiijf: ‘Een zonnestorm met de kracht van 1859 zou mogelijk heel veel satellieten roosteren en elektronica op de grond stukmaken. Maar we weten het niet precies. En we weten ook niet precies hoe vaak zo’n krachtige uitbarsting voorkomt. Op die schaal is het maar één keer gemeten, tot nu toe.’