20.000.000 kuub zand per jaar
De strijd tegen het water wordt steeds intensiever

- Zoom
- zand opspuiten
- © sicco2007 / Flickr
De zeespiegel stijgt, maar de Nederlandse kust kan dat via natuurlijke processen bijbenen, als de mens flink meehelpt. Dit 'bouwen met de natuur' is een van de adviezen van de Deltacommissie, die nu al in praktijk wordt gebracht.

- Zoom
- zand opspuiten
- © sicco2007 / Flickr
Met z'n paraplu tekent Jan Mulder in het natte zand. De senior kustspecialist bij Deltares schetst de ene na de andere tekening: dwarsdoorsnedes van duinen en dijken, stijgend water en dalende bodems. Om te laten zien wat de gevolgen van klimaatverandering betekenen voor de vaderlandse kustverdediging. Zijn schetsblok is zo'n 250 voetbalvelden groot; we wandelen over de uitgestrekte en vrijwel verlaten zandmotor bij Ter Heijde, een paar kilometer ten zuiden van Den Haag.
De zandmotor is een in 2011 opgespoten, gekromd schiereiland. Deze 'smurfenmuts', zoals Mulder het gekscherend noemt, is twee kilometer breed en steekt anderhalve kilometer in zee. De gemiddelde hoogte is drie meter boven NAP, maar er is flink wat hoogteverschil aangebracht, met een laaggelegen duinmeer en een lagune. Er is 21,5 miljoen kubieke meter zand aangevoerd. Aanlegkosten: ongeveer 50 miljoen euro. Mulder: ‘Om je een idee te geven van de omvang: dat is vijfentwintig keer de Rotterdamse Kuip tot de nok toe gevuld met zand.’
Dit pilotproject is een voorbeeld van 'bouwen met de natuur': zandschepen storten hun lading vlak onder de kust en wind en water zorgen ervoor dat strand en duinenrij gaan groeien – in feite korrel voor korrel. Die aanpak is precies zoals de Deltacommissie het in 2008 voorstelde in een van twaalf aanbevelingen over hoe Nederland moet omgaan met klimaatverandering en zeespiegelstijging. De Deltacommissie adviseerde zelfs om de totale hoeveelheid zand op te voeren naar 85 miljoen kubieke meter per jaar, zodat de Nederlandse kust de komende eeuw zelfs stevig kan aangroeien.
20 meter extra duinen
Dat is veel meer dan de 12 miljoen kuub die sinds 1990 jaarlijks langs de Nederlandse kust wordt opgespoten. Die zogenaamde kunstlijnzorg moet voorkomen dat de kustlijn langzaam afkalft en daardoor een groter risico op doorbraken bij stormvloeden ontstaat. Ook bij Ter Heijde is de afgelopen twintig jaar met tussenpozen zand aangevoerd en dicht onder de kust, en soms op het strand gestort. De duinenrij is daardoor zo'n 20 meter breder geworden.
De zandmotor is dus niet helemaal revolutionair nieuw. De omvang is wel ongekend, eigenlijk is het een XXL-suppletie. Mulder: 'Het idee is om de hoeveelheid zand die we de komende twintig jaar hier toch zouden aanvoeren, in een keer op te spuiten. Als het goed is hoeven hier de komende twintig jaar geen suppleties meer plaats te vinden. En omdat het project zo grootschalig is, kun je het combineren met natuurontwikkeling en recreatie.' Op de landtong zijn al rustende zeehonden gesignaleerd, en de wateren ten noorden van de zandmotor schijnen door de afwijkende golfslag in trek te zijn bij surfers. Terwijl we rondlopen passeert een kite-buggy.

- Zoom
- kite buggy
- © uiterlex / Flickr
Wandelaars kunnen maar beter niet teveel gehecht raken aan het landschap. Ze zijn namelijk getuige van een geomorfologisch proces. De landtong versmelt in de loop der jaren met de kust, het meertje zal waarschijnlijk verlanden, de duinen gaan groeien. 'We hebben iets aangelegd, dat over zo'n twintig jaar niet meer in deze vorm bestaat. Wind en zeestroming zullen het zand verdelen over kustgebied tussen Scheveningen en Hoek van Holland.' De zandmotor is nu al zichtbaar in beweging. De oever van het duinmeer is aan de zeekant al een paar meter smaller geworden door inwaaien van zand. Het uiteinde van de landtong beweegt veel sneller richting de kust dan gedacht, zegt Mulder.
Meer en meer zand nodig
Rijkswaterstaat gaat op deze plek onderzoeken of dit een efficiënte manier is om in de toekomst zandsuppleties uit te voeren. Want een ding is zeker: de komende decennia zal er meer en meer zand moeten aangevoerd om de Nederlandse kust op sterkte te houden. Door klimaatverandering stijgt namelijk de zeespiegel sneller; ramingen lopen uiteen van een halve meter tot een meter in 2100. Op dit moment stijgt het peil met zo'n 2 millimeter per jaar, zegt Mulder. 'Dat is op zich geen probleem, want de kust kan in dat tempo meegroeien. Alleen: daarvoor is zand nodig.'
Hij tekent de kustlijn van Nederland en de tien kilometer brede strook zeebodem ervoor. 'Dat noemen we het kustfundament, het systeem waarbinnen zand van en naar de kust wordt getransporteerd. We weten inmiddels dat in dat systeem netto geen zand wordt aangevoerd. Zandtekort is dus het probleem. Om twee millimeter zeespiegelstijging te compenseren is 14 miljoen kubieke meter zand nodig. Stijgt het water harder, dan nog meer. Bovendien heeft de Waddenzee van oudsher een zandhonger van 5 à 6 miljoen kuub per jaar. Opgeteld kom je uit op 20 miljoen kuub per jaar om het kunstfundament mee te laten groeien.' Dat zand moet kortom met schepen worden aangevoerd van buiten de tien kilometer zone.
Om zaken nog ingewikkelder te maken, daalt vooral in West-Nederland de bodem door verlaging van het grondwaterpeil en inklinking van de bodem. De prognoses tot 2050 voorzien een bodemdaling in West Nederland van tussen de 2 en 60 centimeter. De zee stijgt, het land daalt. Daarom moet je eigenlijk rekenen met de relatieve zeespiegelstijging, de combinatie van die twee processen. 'Maar echt nadenken over het feit dat Nederland steeds verder onder NAP wegzakt, zit op dit moment niet in ons systeem', zegt Mulder. Laat staan dat we daarvoor echt nieuwe oplossingen proberen te verzinnen, zoals hele wijken op verhoogde terpen of in risicogebieden subsidies voor woningen met alle essentiële voorzieningen op de bovenste verdieping.
Verstrekkende aanbevelingen
De Deltacommissie kwam in 2008 met nog veel meer verstrekkende aanbevelingen. Vanzelfsprekend zitten daar aanbevelingen bij voor versterking van dijken. Maar anders dan de naam doet vermoeden, spelen de boegbeelden van de Deltawerken – de Zeeuwse dammen en stormvloedkeringen - daarin geen heel prominente rol. Die bakens liggen waar ze liggen, en kunnen nog wel even mee. Ook als de zeespiegel stijgt.
Maar klimaatverandering vraagt achter de dijken om veel meer aanpassingen. De waterafvoer van Maas en Rijn gaat geleidelijk meer pieken en dalen vertonen. Op het ene moment dreigt overstromingsgevaar als Rijn en Maas een overvloed naar zee moeten afvoeren. Op het andere moment dreigen waterschaarste en schade aan landbouw door instroom van zout water vanuit zee. Een van de voorgestelde oplossingen is het verhogen van het waterpeil in het IJsselmeer met anderhalve meter. Daardoor kan het dienen als zoetwaterreservoir in droge tijden. Tegelijkertijd moeten de grote rivieren overloopgebieden krijgen om pieken op te vangen.
Toen de Deltacommissie haar plannen presenteerde, leverde ze daarbij een kostenraming van tussen de 1 en anderhalf miljard euro per jaar. Die gelden zouden in een apart Deltafonds moeten worden beheerd, vond de commissie, om ze veilig te stellen voor economische en politieke stemmingswisselingen. En er moest een aparte Deltawet komen, een Deltaprogramma, en een speciale regeringsfunctionaris: de Deltacommissaris. Het kabinet heeft deze aanbevelingen overgenomen en inmiddels is de wet die dit alles moet regelen door de Tweede Kamer en Eerste Kamer goedgekeurd. Die nieuwe Deltawet is sinds 1 januari 2012 van kracht.
Toch is al eerder met de uitvoering ervan gestart. Sinds februari 2010 is oud-topambtenaar Wim Kuijken als eerste Deltacommissaris verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het Deltaprogramma. Dat programma heeft negen deelprogramma's, zoals kust, rivieren en zoetwatervoorziening. Op dit moment betekent dat vooral onderzoeken, in kaart brengen en afstemmen, grotendeels met organisaties bij rijk, provincies en gemeentes die zich daarmee van oudsher al bezig hielden.
Vijf grote beslissingen
Het moet leiden tot vijf grote Deltabeslissingen die in 2014 aan de politiek worden voorgelegd. Bijvoorbeeld over verhoging van het waterpeil van het IJsselmeer, de kustverdediging, versterking van dijken en het opvangen van veranderingen in de rivierafvoer. Tot 2020 wordt er nog geen extra geld uitgetrokken, doordat het al eerder gereserveerde geld voor waterveiligheid en watervoorziening wordt overgeheveld naar het Deltafonds. Pas na 2020 moet minimaal 1 miljard per jaar extra in het fonds worden gestort.
We lopen terug naar de strandopgang over een glooiende schelpenvlakte – het losse zand verwaait, maar de schelpen blijven liggen. Mulder: 'Er moet de komende jaren eerst een visie worden ontwikkeld, die niet alleen de komende vijftig jaar omvat, maar ook vooruit kijkt naar de vijftig jaar daarna. Je begrijpt dat dat veel discussie oplevert over hoe je dat het beste kunt vormgeven.' Tegen de tijd dat het nieuwe Deltaplan echt wordt uitgevoerd, is de kust bij Ter Heijde waarschijnlijk weer toe aan een tweede zandmotor.