Volg de robot
Vissen accepteren robotvis als deze op een natuurlijke manier zwemt

- Zoom
- © © Maurizio Porfiri
- De visjes uit dit onderzoek volgden de robotvis bij voorkeur als deze op een natuurlijke manier zwom. Oftewel, als de robot hetzelfde staartritme had als zijzelf. Zoals op deze foto.
Hoe krijg je een school visjes zo ver dat ze niet hun eigen leider maar een robotvis volgen? Het geheim zit ‘m in de staart.

- Zoom
- © © Maurizio Porfiri
- De visjes uit dit onderzoek volgden de robotvis bij voorkeur als deze op een natuurlijke manier zwom. Oftewel, als de robot hetzelfde staartritme had als zijzelf. Zoals op deze foto.
Dieren hebben niet zo’n moeite met robots. Eenden laten zich bijvoorbeeld net zo makkelijk hoeden door een robothond als een echte hond. En kakkerlakken laten zich met een gerust hart leiden door robotjes die voor geen centimeter op hen lijken, als de geur maar klopt. Ook vissen blijken makkelijk te foppen, zo valt deze week te lezen in het blad Royal Society Interface.
Twee wetenschappers uit de Verenigde Staten voerden proeven uit met een robotvis, echte visjes en een glazen bak waar met een door de onderzoekers in te stellen snelheid water doorheen stroomde. De visjes waren van de in Noord-Amerika vrij algemeen voorkomende soort golden shiner (Notemigonus crysoleucas), die geen Nederlandse naam heeft. Stefano Marras en Maurizio Porfiri keken hoe de beestjes zich gedroegen in aanwezigheid van de robot, onder allerlei omstandigheden. Zo lieten ze de robotvis met verschillende snelheden met z’n staart slaan (de zwembeweging van een vis) en varieerden ze de stroomsnelheid van het water.
In sommige gevallen trokken de kleine goudkleurige visjes zich niets aan van de robotvis. Vooral niet als deze niet “zwom”, oftewel als hij z’n staart stil hield. Maar als de robot wel met z’n staart sloeg, waren de vissen geneigd achter hem te gaan zwemmen. Zoals ze zouden doen wanneer ze een leider volgen in een school. En: hoe dichter de snelheid waarmee de robot met z’n staart sloeg die van de visjes zelf benaderde (wat afhing van hoe sterk de visjes hun best moesten doen om tegen de stroom in te zwemmen), hoe sterker ze geneigd waren de robot op te zoeken. Reden voor Marras en Porfiri om te concluderen dat de vissen bij voorkeur de robot volgen als deze er een natuurlijke zwemstijl op nahoudt.
Wat trouwens niet betekent dat de vissen de robot dan als één van hen zien. De kans is groot dat ze achter de robot gaan zwemmen, omdat ze in zijn kielzog minder waterweerstand ondervinden. Waardoor het zwemmen voor hen makkelijker gaat. En die verminderde weerstand is optimaal als jouw voorganger met hetzelfde staartritme zwemt als jij.
De Amerikaanse wetenschappers hopen dat dankzij hun onderzoek bijvoorbeeld in ’t wild levende, bedreigde scholen vissen naar veiligere oorden kunnen worden gelokt. Hier op de redactie kunnen we ons echter ook iets minder nobele toepassingen voor de robotlokvis voorstellen.