Van muis naar olifant
De evolutie doet er minstens 24 miljoen generaties over

- Zoom
- Paraceratherium
Evolutie kost tijd, maar hoe veel? Dieren worden maar heel langzaam groter, blijkt uit onderzoek aan de zoogdierenstamboom. Krimpen gaat een stuk sneller.

- Zoom
- Paraceratherium
- Groter dan deze Paraceratherium kunnen landzoogdieren blijkbaar niet worden.
Hoe maak je van een muis een olifant? Als je de evolutie het werk laat doen, kost zoiets minimaal 24 miljoen generaties, heeft een internationale groep evolutiebiologen berekend. Ze keken naar de lichaamsgrootte van zoogdieren die de afgelopen 70 miljoen jaar hebben geleefd, dus van vlak voor het uitsterven van de grote dinosaurussen tot aan de uitsterfgolf die nu aan de gang is.
De zoogdieren die vandaag leven, stammen allemaal af van kleine, muisachtige wezens die in het niet vielen bij de enorme reptielen die destijds rondstampten. Na een forse meteorietinslag, 65,5 miljoen jaar geleden, en de periode van heftige vulkanische activiteit die daarop volgde, waren alle grote dieren weggevaagd en was er dus volop ruimte voor vernieuwing. Toch duurde het heel lang voor er weer reuzendieren waren.
De grootste landzoogdieren ooit waren van de familie Paraceratherium, ook bekend onder de naam Indricotherium. Die liepen vanaf 35 miljoen jaar na de grote klap rond, dus zo’n 30 miljoen jaar geleden. Het waren neushoornachtige beesten met een hoornloze snuit, zo hoog als een giraf en twintig ton zwaar. Het grootste landdier van nu, de Afrikaanse olifant, komt niet verder dan zes ton. Dieren van dat formaat zijn al een paar miljoen jaar langer mogelijk.

- Zoom
- © Wikimedia
- De Afrikaanse olifant is nu het grootste landdier, maar er zijn forsere dieren geweest.
Beter dan in jaren te denken, kun je berekenen hoe veel generaties het heeft geduurd voordat een diergroep een bepaalde grootte heeft bereikt, schrijven de onderzoekers. Hoe groter het dier, hoe langer het duurt voor het volwassen is en hoe trager de evolutie richting nog grotere lijven dus sowieso al gaat. En de groei lijkt ook nog logaritmisch af te nemen met het aantal verstreken generaties, wat wil zeggen dat er een plafond aan zit. Veel groter dan Paraceraterium kunnen landzoogdieren blijkbaar gewoon niet worden.
Zeezoogdieren
De maximale evolutionaire groeisnelheid is voor alle takken van de zoogdierstamboom zo ongeveer gelijk. Behalve voor zeezoogdieren. Walvissen kunnen twee keer zo snel in massa toenemen. Hoe dat komt, is niet bekend. Maar het heeft vast iets te maken met het feit dat een dier op land veel meer last heeft van zijn gewicht dan in zee. Zo lang het lijf ongeveer even zwaar is als water, kan de eigenaar zich gewichtloos voelen.
Bij evolutie-experimenten in het laboratorium kunnen dieren nog veel sneller groeien, merken de onderzoekers op. Blijkbaar is dat geen evolutionair duurzame massatoename. Ergens ook wel logisch, want succesvol groter worden vereist aanzienlijke aanpassingen van je bouwplan. Een muis ter grootte van een olifant zou subiet door z’n poten zakken, om maar iets te noemen.
Krimpen komt in de evolutie natuurlijk ook voor. Met name op eilanden, waar groot zijn alleen maar nadelen heeft - bescherming tegen roofdieren is er niet nodig en bij hongersnood zijn de grootste dieren het eerst de klos.
Olifantensoorten op Sicilië, Kreta en Flores krompen wel dertig keer zo snel als hun voorouders konden groeien. Waarom lukte dat zo veel sneller? Een verklaring geven de onderzoekers niet, maar het heeft vast te maken met het eilandleven. Op zo’n beperkt stuk land is de concurrentie van andere soorten kleiner, dus zijn de eisen veel minder streng. Een dwergolifantje zou het op het vasteland waarschijnlijk snel afleggen tegen minder lompe grazertjes die harder konden wegrennen als er een roofdier aankwam.