ToM en de chimpansee
Chimpansees begrijpen behoeften ander

- Zoom
- Chimpansee klapt
- © tiswango / flickr
De wereld bekijken vanuit het perspectief van de ander. Da’s een uniek menselijke eigenschap, dacht men. Maar chimpansees kunnen het ook, zij het in beperkte mate.

- Zoom
- Chimpansee klapt
- © tiswango / flickr
- Behoorlijk menselijk.
- Papa, vind jij groen een mooie kleur?
- Ja, erg mooi.
- Oh. Maar ik niet!
Dit soort gesprekjes voer ik bijna elke dag met mijn zoontje, die ruim drie is. Sinds een tijdje is hij er zich van bewust dat de mensen om zich heen andere voorkeuren kunnen hebben dan hijzelf, en hij brengt die verschillen nauwgezet in kaart. ‘Maar oma vindt rijst heel lekker’, meldt hij dan bijvoorbeeld.
Het zijn de eerste stappen op weg naar een volwaardige Theory of Mind (ToM). Een goede Nederlandse vertaling lijkt niet te bestaan, maar het wijst op het vermogen om je een beeld te vormen van het perspectief van een ander. Dat begint met het besef dat andere mensen andere voorkeuren, emoties en behoeften kunnen hebben, en later komt daar het inzicht bij dat andere mensen ook hun eigen gedachten hebben – die niet per se overeen hoeven te komen met de realiteit.
Vanaf hun vijfde beschikken de meeste kinderen over een volwaardige ToM (hoewel je je bij sommige volwassenen afvraagt of ze er überhaupt wel over beschikken). Een uniek menselijk vermogen, zo werd vrij algemeen aangenomen. Maar ik zou dit artikel niet hebben geschreven als er nu geen groepje Japanners was opgestaan dat daar vraagtekens bij plaatst. En met recht: in PNAS laten ze zien dat ook chimpansees zich in anderen kunnen verplaatsen.
Verwacht nu niet meteen een geraffineerd inzicht in de hersenspinsels van hun soortgenoten, maar chimpansees blijken wel in staat om de behoeften van een ander individu in te schatten, en op grond daarvan hulpmiddelen aan te reiken. Dat ontdekten de Japanners door steeds twee chimpansees bij elkaar te zetten, gescheiden door een wand met een klein doorgeefluikje.
Touwtjes en stokjes
Aan de ene kant zat een chimpansee die een bepaalde taak moest uitvoeren, waarvoor hij een stukje gereedschap nodig had. Zeg: een stukje eten onder een kast vandaan halen, waarvoor hij een stokje nodig had. Maar dat stokje had hij niet. Dat zat in het gereedschapskistje van het aapje aan de andere kant, samen met een touw, ketting, bezem en andere gereedschappen.
De drang tot helpen was bij de chimpansees duidelijk aanwezig. Zelfs als de tussenwand werd geblindeerd – zodat ze niet konden zien waar de ander mee bezig was – hielpen ze elkaar graag. Maar als de tussenwand doorzichtig was, en dus duidelijk zichtbaar was wat het probleem was, dan reikten ze ook nog eens het juiste gereedschap aan. Ze begrepen dus in welke situatie de ander zich bevond, en wat hij daarbij nodig had. Daarmee zitten de chimpansees op een niveau dat het nog bij lange na niet haalt bij dat van een kind van drie, maar het is tegelijkertijd bijzonder dat ze ertoe in staat zijn.
De onderzoekers zelf waarschuwen er overigens voor de parallel tussen mensen en chimpansees niet te ver door te voeren, vooral omdat chimpansees het zonder taal moeten stellen – en het vermogen je in de belevingswereld van een ander te verplaatsen is voor een deel afhankelijk van taal. Maar toch wordt steeds duidelijker dat de mens een aap onder de apen is; er is nauwelijks meer een menselijke eigenschap te bedenken die niet ook in enige vorm bij andere dieren is terug te vinden.
Shinya Yamamoto e.a., ‘Chimpanzees’ flexible targeted helping based on an understanding of conspecifics’goals’, in Proceedings of the National Academy of Sciences, 7 februari 2012.