Nog niet van harte
Reparatie hartspier met eigen stamcellen helpt mondjesmaat

- Zoom
- Hart zand zee
- © wojtek2000, sxc.hu
Harten na een infarct weer in vorm brengen met eigen stamcellen, het levert na tien jaar proberen nog niet veel verbetering op. Toch zorgen die reparatiecellen wel dat het litteken op het hart kleiner wordt.

- Zoom
- Hart zand zee
- © wojtek2000, sxc.hu
- Hoe herstel je de schade als de golf voorbij is?
‘Schade aan een hart na een hartaanval is te beperken. Experimenten met knaagdieren tonen aan dat getransplanteerde stamcellen het afgestorven weefsel kunnen vervangen, waardoor de slagkracht van het hart voor een groot deel terugkeert. Binnen een jaar zou de therapie ook bij mensen kunnen worden getest.’ Goed nieuws! Maar wel van bijna elf jaar geleden.
Intussen zijn inderdaad heel wat proeven met menselijke hartpatiënten gedaan. Deze week kwam daarvan een gedegen overzicht uit. Experts van de Cochrane Collaboration hebben de uitkomsten bekeken van 33 stuks, met in totaal 1765 patiënten. Daarbij werden stamcellen uit beenmerg gebruikt om het hart van na een infarct weer op te lappen. Hun conclusie is, kort samengevat: de therapie heeft meestal wel een klein positief effect op het pompvermogen, maar of een patiënt er uiteindelijk langer door leeft is nog de vraag.
Deze week verschijnt ook een nieuw onderzoeksresultaat in artsenblad The Lancet, dat uiteraard niet in het Cochrane-overzicht is meegenomen. Bij die proeven haalden artsen de stamcellen uit het hart zelf, van een stukje dat niet was getroffen door het infarct. Ze vermeerderden die in het laboratorium en spoten ze daarna in het stuk hart waar het probleem zat. De hartspier herstelde plaatselijk voor een deel. Maar dat leidde niet tot een aantoonbaar verbeterde pompfunctie.
Dood spierweefsel
Het probleem bij een hartinfarct is een verstopping van een van de slagaders die zuurstofrijk bloed naar het hart zelf vervoeren, waardoor een deel van de spier afsterft. Het lichaam probeert de schade wel te repareren, maar komt uit zichzelf niet veel verder dan het dode spierweefsel afbreken en de restanten aan elkaar vast maken met bindweefsel. Actief samentrekkende spiercellen zijn op de getroffen plek dan niet meer te vinden, en daardoor gaat bloed pompen minder goed.
Stap één van de behandeling is natuurlijk het weer ontstoppen en open houden van de getroffen slagader – dotteren en een stent plaatsen - of als dat niet kan een omleiding aan te leggen met een stukje ader uit het been: een bypass. Dat bestrijdt wel de oorzaak, maar niet de blijvende gevolgen van het zuurstoftekort in het hart. Stamcellen zouden dat wel kunnen, door nieuwe spiercellen te vormen.
Is dat veilig? De Lancet-studie, gedaan in het Cedars-Sinai Heart Institute in Los Angeles (VS), was een zogenoemd fase 1 onderzoek. Zo’n studie is officieel bedoeld om alleen de veiligheid te onderzoeken, voor een methode waarbij eerst een stukje weefsel ter grootte van een halve rozijn uit een gezond stuk hart moest worden gehaald. Niemand van de 25 patiënten ging er aan dood, en er was maar één patiënt die er nadelige gevolgen van ondervond. De weg is dus vrij voor vervolgproeven, die waarschijnlijk al aan de gang zijn.
Tegenvallende resultaten
Cardioloog en stamcelonderzoeker Peter van der Meer van het UMC Groningen vindt het een goed opgezet onderzoek. Met cellen uit het hart zelf dus, niet uit beenmerg. Gebeurt dat omdat de resultaten met beenmergstamcellen de afgelopen tien jaar tegenvielen? ‘Ja. Die geven wel een paar procent verbetering van de hartfunctie, maar meer niet. En hoe die verbetering tot stand komt, is nog onbekend. We weten dat de stamcellen niet uitgroeien tot echte hartspiercellen, zoals de bedoeling was. Misschien werkt het via de uitscheiding van signaalstoffen, die de aanleg van bloedvaten bevorderen.’
Hoe komt het dat de resultaten bij proefdieren elf jaar geleden zo veel beter waren dan later bij patiënten? Van der Meer: ‘Tja, die zijn jong en gezond, in tegenstelling tot hartpatiënten, dat zal een rol spelen. En wat werkt bij de dieren, hoeft nog niet bij mensen te werken.’
Gebruik van hartstamcellen, zoals in deze Lancet-studie, biedt misschien meer soelaas, zegt Van der Meer. ‘Maar eigenlijk vind ik dat we eerst meer inzicht moeten hebben in het werkingsmechanisme; daarmee kom je pas echt verder. In dit geval zie je wel veel minder littekenweefsel, maar geen betere pompfunctie. Wat voor weefsel zit er dan precies op die plek?’
‘Het is jammer dat er bij dit onderzoek geen placebogroep meedeed, waarbij wel geopereerd werd maar geen stamcellen zijn ingespoten. Dat mocht niet van de ethische commissie. Maar het is niet uit te sluiten dat het de procedures zijn geweest die de verbetering hebben opgeleverd, niet de stamcellen. Het herhaaldelijk kort afsluiten van de kransslagader in kwestie, zoals bij het inbrengen van de stamcellen gebeurde, heeft bij proefdieren ook tot positieve effecten geleid.’
Je kunt je natuurlijk ook afvragen waarom de stamcellen in het getroffen gebied niet uit zichzelf aan het repareren slaan, voegt Van der Meer toe. ‘We weten dat ze er zitten, dus misschien is er wel een manier om ze aan het werk te zetten zonder dat je extra cellen hoeft te injecteren.’