Kleine supervlieger
Tapuit vliegt tweemaal per jaar bijna vijftienduizend km

- Zoom
- Tapuit
- © Tim Lenz, Wikipedia
Eindelijk is de apparatuur klein genoeg om de trek van een kleine zangvogel te volgen: de tapuit. Die blijkt jaarlijks van Alaska naar Midden-Afrika te kunnen vliegen. En terug. Z’n gewicht: 25 gram.

- Zoom
- Tapuit
- © Tim Lenz, Wikipedia
Kan iemand een vliegtuigje bouwen dat niet meer weegt dan een AA batterij, maar wel in vier dagen de 3400 kilometer Atlantische Oceaan oversteekt? Het lijkt me sterk. Een tapuit, een zangvogeltje ter grootte van een huismus, draait er z’n slagpennen niet voor om. En vliegt dan nog even vierduizend kilometer verder naar het zuiden, om daar te overwinteren.
Dat blijkt uit gegevens die een groep biologen verzamelde door 46 vogeltjes te vangen en te voorzien van een soort rubberen harnasje, waarmee een apparaatje op hun rug werd bevestigd. Het dingetje bepaalde op basis van de tijd en de zonnestand een paar keer per dag waar het dier was. Het geheel woog 1,4 gram, schrijven ze in Biology Letters.
Het vangen en terugvangen gebeurde op twee plaatsen: in Alaska en in het noordoosten van Canada, boven de poolcirkel. Geen groot succes trouwens, dat terugvangen, want van de 30 tapuiten uit Alaska keerden maar vijf stuks terug. Een daarvan liet zich niet vangen, een ander was z’n rugzakje kwijtgeraakt. Van de 16 oostelijke vogeltjes werden er twee teruggevangen, eentje zonder ballast. In totaal hadden de biologen dus gegevens van vier vogels. Van geringde dieren vingen ze een ongeveer even groot percentage terug, dus we mogen van de onderzoekers niet denken dat ze hun onderzoeksdieren te zware bagage mee hadden gegeven.
Om in Afrika te komen, volgden de tapuiten verschillende routes. De Oost-Canadese tapuit vloog in vier dagen van Baffin Island naar Ierland en dan recht naar het zuiden. Vanuit Alaska trokken de dieren dwars over heel Azië en kwamen uit in Oost-Afrika, een trek van zo’n vijftienduizend kilometer in gemiddeld 91 dagen. Chemische analyse van een paar veertjes bevestigde dat ze echt in Midden-Afrika waren geweest, die winter.
De oostelijke en westelijke tapuiten ontmoeten elkaar nooit, en houden al tienduizenden jaren vast aan hun verschillende trekroutes. Vandaar dat ze zijn uitgegroeid tot verschillende ondersoorten. In Nederland komt de tapuit ook voor, maar hij is wel steeds zeldzamer.