Het verkeerde Y-chromosoom

Veel voorkomende variant verhoogt kans op hartziekten sterk

  • Door: Elmar Veerman
Categories:
Lijf & Gezondheid
Een X-chromosoom (links) en een Y-chromosoom samen geportretteerd. Zonder Y is het toch mogelijk uit te groeien tot een man, bewijzen vier Siciliaanse broers.
Zoom
Een X-chromosoom (links) en een Y-chromosoom samen geportretteerd. Zonder Y is het toch mogelijk uit te groeien tot een man, bewijzen vier Siciliaanse broers.

Mannen met een veel voorkomend type Y-chromosoom hebben ruim 50 procent extra kans op hartvaatziekten, blijkt uit een groot Brits onderzoek. Die onverwacht forse invloed heeft met het afweersysteem te maken.

Een X-chromosoom (links) en een Y-chromosoom samen geportretteerd. Zonder Y is het toch mogelijk uit te groeien tot een man, bewijzen vier Siciliaanse broers.
Zoom
Een X-chromosoom (links) en een Y-chromosoom samen geportretteerd. Zonder Y is het toch mogelijk uit te groeien tot een man, bewijzen vier Siciliaanse broers.
Het Y-chromosoom, geportretteerd naast het veel grotere X-chromosoom.

Heren, wat is uw haplotype? Weinig mannen zullen daar het goede antwoord op weten. En dat is jammer. Want het zegt veel over hun kans op hartproblemen, blijkt uit onderzoeksresultaten die vandaag verschijnen op de website van artsenvakblad The Lancet.

‘Haplotype’ verwijst naar de versie van het Y-chromosoom dat in iedere mannelijke lichaamscel zit. Dit kleinste DNA-strengetje is de basis van het verschil tussen jongens en meisjes. Lang werd gedacht dat het geen nuttige genetische informatie bevat, maar dat idee ligt al een tijd op de schroothoop en krijgt nu nog een fikse trap na.

In principe erven mannen dit chromosoompje ongewijzigd van hun vaders, en als je maar ver genoeg terugkijkt in de stamboom, zijn alle mannen familie van elkaar. Hebben ze dus allemaal identieke Y-chromosomen? Niet helemaal. Er zijn twintig versies in omloop. In Groot-Brittannië heeft meer dan driekwart van de mannelijke bevolking een van de populairste: haplotype R1b1b2. Zo’n 13 procent heeft haplotype I.

55 procent meer kans

Dat zijn de pechvogels als het op hartziekten aankomt, blijkt uit de cijfers die Maciej Tomaszewski en collega’s presenteren. Ze hebben de gegevens van 3233 Britse mannen uit drie eerdere onderzoeken opnieuw bestudeerd. Daaruit concluderen ze dat haplotype I de kans op hartvaatziekten met zo’n 55 procent verhoogt. Dat hadden ze trouwens in augustus 2010 al gemeld op een congres, maar nog niet gepubliceerd in de wetenschappelijke literatuur.

Voor het artikel dat nu (eindelijk) verschijnt zijn ze ook op zoek gegaan naar een verklaring van het enorme verschil in risico. Wat is er zo anders aan Y-chromosomen van type I? Het leek niets te maken te hebben met de kans om dik te worden, een verkeerd vetprofiel in het bloed te ontwikkelen of andere bekende factoren die de kans op hart- en vaatziekten verhogen. Want daarin waren geen verschillen te ontdekken. Toch hadden dragers van haplotype I dus een sterk verhoogd risico.

Misschien lag dat aan monocyten en/of macrofagen, dachten de onderzoekers. Dat zijn twee typen afweercellen die een rol spelen bij de ontstekingen die leiden tot het dichtslibben van bloedvaten. Aan de monocyten van in totaal 255 mannen was niets bijzonders te zien, maar aan de macrofagen wel.

Hoofdschakelaars

Die bleken een wat andere set eiwitten aan te maken, wat waarschijnlijk invloed heeft op de manier waarop ze in de bloedvaten reageren op verstoringen: minder maatwerk, eerder met de botte bijl tekeer gaan. De kans op ontstekingen zou daardoor groter zijn, en die zijn een belangrijke oorzaak van hartvaatziekten. Ergens op het Y-chromosoom moeten een of meer hoofdschakelaars zitten die al deze veranderingen aandrijven. Waar, dat heeft dit onderzoek nog niet kunnen ophelderen.

Maar dat hoeft natuurlijk ook niet om iets nuttigs met deze ontdekking te doen. In standaardvragenlijsten om iemands risico op hart- en vaatziekten in te schatten, zit de vraag of een van de ouders voor zijn of haar zestigste verjaardag een hartaanval heeft gehad. Die vraag apart voor de vader stellen lijkt een simpele manier om het risico nauwkeuriger in kaart te brengen.

Een interessante bijkomstigheid is, dat haplotype I veel meer voorkomt in Noord- dan in Zuid-Europa. In het noorden komen hartvaatziekten ook beduidend meer voor. Dat werd altijd vooral aan het dieet toegeschreven, maar het Y-chromosoom zou er zeker iets mee te maken kunnen hebben.