Diereneconomie
Hebben dieren een economie? Bestaat marktwerking bij apen? En kunnen we iets leren van het budget van buffels of onderhandelende orang-oetangs? Primatoloog en gedragsbioloog prof. dr. Jan van Hooff licht het economische denken van dieren toe.
Emeritus hoogleraar Jan van Hooff (76) groeide op in Burgers Zoo waar zijn ouders directeur waren. Hij studeerde biologie in Utrecht en promoveerde in Oxford op onderzoek naar sociaal gedrag bij mensapen. Van Hooff vertelt nog steeds vol passie en met leuke anekdotes over bijzonder diergedrag.
Kennen dieren net als mensen een economie?
‘Jazeker, ook dieren maken continu kosten-batenanalyses. Wat levert een bepaalde inspanning op? Dit economische principe ligt aan de basis van ons bestaan. Het berust op universele wetmatigheden. Hoe meer rendement je haalt uit je geleverde inspanning, des te beter doe je het in de evolutie.’
Een kosten-batenanalyse?
‘Deze kosten-batenanalyses maken we meestal onbewust. Neem een meeuw die op zoek is naar eten. Het dier weet hoeveel eten er op een bepaalde plek is te vinden, hoe voedzaam het is en hoe makkelijk het is om het mee te nemen. Aan de hand van deze informatie beslist hij of het de moeite waard is om een omweg te maken voor een bijzonder lekker hapje of niet. De variabelen: voorraad, waarde en tijd, zijn precies dezelfde variabelen die we ook in veel economische formules tegenkomen’.
Hoe zit het met de economie binnen een groep?
‘Ook samenwerkingsverbanden tussen dieren zijn een gevolg van deze kosten-batenanalyse. Het samenwerken levert ieder lid van de groep meer op dan dat het kost. Eigen succes wordt mede bepaald door het succes van de ander. Voordeel is dat je in een groep veiliger bent tegen aanvallen van buitenaf. Nadeel is dat je je zult moeten schikken naar de regels en rangorde in de groep.’
‘In een kudde buffels bijvoorbeeld, loopt het meest dominante mannetje voorop. Hij graast het sappige gras voor de voeten van de anderen weg en loopt weinig risico in de rug door een leeuw te worden aangevallen. De buffel met de minste status loopt achterin de kudde, eet de laatste restjes en is bovendien de meest kwetsbare bij een aanval. Toch zal hij de groep niet verlaten zolang dit nadeel niet opweegt tegen het voordeel. Dit is dan bijvoorbeeld bescherming van de groep. We spreken hier van een win-win situatie. Dit komt overeen met succesvolle marketingmodellen. In groepen met statusverschillen heeft de een misschien meer voordeel dan de ander, maar zelfs hij die aan het kortste eind trekt moet nog baat hebben bij de situatie. Het is uiteindelijk ook in het belang van het meest dominante dier om de groep groot te houden. Er zijn sociale afspraken en iedereen wordt iets gegund.’
Hoe hoger de status hoe meer voordeel. Kan een dier ook iets doen om zijn waarde en status te verhogen?
‘De status van een dier in de groep wordt onder andere bepaald door zijn waardevolle en unieke bijdragen. Heeft een dier een unieke eigenschap die van groot nut is voor de groep, dan zal de waarde en zo ook de status van een dier in de groep toenemen.’
‘Ik kan dit uitleggen aan de hand van een experiment. In een apenkooi staat een kist vol met lekkernijen. De kist is afgesloten met een deksel dat alleen de verzorger met een afstandsbediening kan openen. Alle apen proberen het deksel te openen, maar alleen als het vrouwtje dat het laagste in rang staat dit probeert, opent de verzorger de kist. De groep beseft dat dit vrouwtje iets bijzonders kan wat van groot nut is. Onbewust creëert deze situatie een prachtige onderhandelingspositie. In ruil voor het openen van de kist, krijgt ze extra privileges. Zo mag ze anderen vlooien en anderen vlooien haar. Ze stijgt in aanzien. En hoe schaarser een persoonlijke kwaliteit, hoe waardevoller het individu, hoe hoger de status’.
Dus dieren gunnen elkaar iets omdat ze ook iets terug verwachten?
‘Nou nee, het is meer intuïtief. Natuurlijk, voor wat hoort wat, maar als je iemand sympathiek vindt, doe je er automatisch graag iets voor terug. Dit geldt zowel voor mensen als voor dieren. En aan de basis van dergelijke economieën ligt moraliteit : beheers zelfzucht, heb wat over voor de anderen en wees geen aso. Een jongen die uit baldadigheid een bushokje kapot slaat, is het zicht kwijt op dit economische samenlevingsverband waar ook hij van profiteert.’
‘Economie gaat over afwegingen, optimale keuzes en compromissen. Een leider in de economie is geen aso, maar een coalitievormer. Succesvol in staat om anderen te mobiliseren hem te steunen. Dit kan alleen als ook hij de anderen iets te bieden heeft. Iedereen moet er beter van worden.’
Kan, tot slot, onze economie iets leren van de diereneconomie?
‘Daar ben ik altijd erg voorzichtig mee. We kunnen beter van onszelf proberen te leren. En als we de universele wetmatigheden van kosten-baten afwegingen beter begrijpen, begrijpen we misschien beter waarom de ene structuur het wint van de andere. Het meest effectieve en optimale wint altijd. Dat geldt zowel in de evolutie, als in de economie.’

