Noordzeevis profiteert van opwarming

Klimaatverandering stimuleert biodiversiteit

  • Door: Arnout Jaspers

Het grootste ‘bevolkingsonderzoek’ ooit onder vis in de Noord-Oost Atlantische oceaan toont aan dat de anderhalve graad opwarming van het zeewater flinke invloed heeft op de meeste vissoorten. Wat blijkt: driekwart van die soorten profiteren er juist van. Ook de biodiversiteit neemt toe.

Tusssen 1980 en 2008 zijn meer dan 25.000 vangsten door vissersboten- in totaal ruim 100 miljoen vissen – geïnventariseerd. Van de 50 meest voorkomende soorten (99,9% van alle vis) is op zoveel mogelijk locaties geteld hoeveel er waren in elk jaar.

Deze databerg is onder leiding van dr. Steve Simpson van de Universiteit van Bristol geanalyseerd op trends die samenhangen met de opwarming van het zeewater. Die opwarming staat buiten kijf: tussen 1980 en 2008 steeg de zeewatertemperatuur in het noordoostelijk deel van de Atlantische oceaan (inclusief de Noord- en Oostzee) aan de oppervlakte gemiddeld 1,7 graden, en op de bodem 1,1 graad. Dat is vier keer zo veel als je op grond van de mondiale klimaatverandering zou verwachten.

Natuurlijk hadden ook visvangst en andere factoren invloed op het aantal exemplaren van een soort, maar het is statistisch mogelijk deze factoren te onderscheiden van de invloed van het opwarmende zeewater. 72% van de onderzochte soorten ondervond significante invloed van de opwarming, en in 3 op de 4 gevallen was die positief: de populatie groeide. Koudeminnende soorten als schelvis en kabeljauw gingen tot wel 50 procent in aantal achteruit, terwijl de populatie van soorten als heek, schar en zeebarbeel verdubbelde. 

Volgens Simpson moet de visserij inspelen op deze veranderingen door de focus te verleggen naar andere vissoorten, waarbij duurzaam beheer uiteraard altijd voorop dient staan.

Steven Simpson e.a., 'Continental shelf-wide response of a fish assemblage to rapid warming of the sea', in Current Biology, 15 september 2011.