Tussen aapmens en mens
Mogelijke overgangsvorm verbazingwekkend goed geconserveerd
De mensachtige Australopithecus sediba leefde precies 1,977 miljoen jaar geleden. Zijn voeten en armen waren nog heel aapachtig, z’n handen en hersenen veel menselijker. Is dit dé overgangsvorm tussen aapmens en mens?

- Zoom
- © Brett Eloff / Lee Berger, Univ van Witwatersrand.
- De gedeeltelijk vrijgeprepareerde schedel van de jongen die 1,977 jaar geleden stierf.
De een z’n dood is de ander z’n brood. Dat geldt zeker voor enkele onfortuinlijke mensachtigen die bijna twee miljoen jaar geleden in een grot aan de zuidpunt van Afrika vielen. Dankzij Google Earth en zijn negenjarige zoontje vond Lee Berger in 2008 de resten van een verongelukte vrouw en een jongen (lees er hier meer over). Hij leidt sindsdien het onderzoek naar de soort, die Australopithecus sediba is genoemd. Er doen meer dan tachtig wetenschappers, studenten en technici aan mee. Vandaag verschijnen in Science wel vijf artikelen waarin die onderzoekers allerlei details over deze aapmens of vroege mens onthullen.
Inmiddels zijn ruim 220 botten van deze vroege mensachtigen gevonden, waaronder skeletonderdelen van nog drie individuen, maar die zijn nog niet grondig onderzocht. De artikelen gaan daarom voornamelijk over die eerste vrouw en jongen, mogelijk haar zoon.
Om onderaan te beginnen: ze hadden aapachtige hielen, waarop het lastig lopen moet zijn geweest. Bij mensen is de hiel plat, zodat het gewicht op een groot oppervlak kan steunen, maar zij hadden een heel smalle, gekromde hiel. Toch waren hun enkels juist wel heel geschikt om mee rechtop te lopen.

- Zoom
- © Peter Schmid / Lee Berger, Universiteit van Witwatersrand
- De gereconstrueerde heupen van de jongen (links) en de vrouw (rechts).
De smalle heupen laten zien dat kinderen van deze soort met een relatief klein hoofd geboren werden. Tegelijkertijd is de stand van de heupbotten duidelijk menselijker dan die van Lucy, de beroemde Australopitecus die een miljoen jaar eerder in het huidige Kenia leefde.
De armen van Au. sediba waren lang en primitief, en wat dat betreft leek deze soort meer op een chimpansee dan op een mens. Maar aan die armen zaten opmerkelijk menselijke handen, met een relatief lange duim. Geschikt voor de fijne motoriek die je nodig hebt om bijvoorbeeld stenen werktuigen te fabriceren, meent Berger.
En dan het hoofd. De schedel van de jongen, die een jaar of negen geweest zal zijn, is supernauwkeurig in beeld gebracht met röntgenstraling van het Europese synchrotron in Grenoble (Frankrijk). Vooral de binnenkant is belangrijk, want die verraadt heel veel over de vorm van de hersenen.
Een flinke sinaasappel
Qua grootte verschilden ze nauwelijks van een chimpansee: 420 cc ongeveer, een flinke sinaasappel. Maar de vorm is wel opmerkelijk anders. De voorste delen, waar het betere denkwerk bij ons plaatsvindt, zijn duidelijk vergroot. En dat geldt ook voor een gebied achter de linkerslaap, bij ons belangrijk voor sociaal gedrag en taal. De onderzoekers zien dit als aanwijzingen dat de ‘vermenselijking’ van de hersenen al een eind op weg was.
Rest nog de leeftijd van de aardlaag die direct boven hun botten is afgezet. Die dateert van 1,977 miljoen jaar geleden, kon een geochemicus achterhalen – en hooguit tweeduizend jaar vroeger of later. Metingen aan uranium, dat vervalt tot lood, maakten de bepaling zo verbijsterend nauwkeurig.
Omdat de skeletten zo goed bewaard zijn gebleven, met ledematen die nog aan elkaar moeten hebben gezeten toen ze bedolven raakten, is dat ook de leeftijd van de vrouw en jongen zelf. Ze zijn daarmee iets ouder dan Berger in eerste instantie dacht, en dat komt hem goed uit. Het maakt deze soort namelijk tot een mogelijke voorouder van ons, moderne mensen.
Sprong in de ontwikkeling
Want de overgang van soorten die Australopithecus worden genoemd naar de modernere groep Homo, waar wij deel van uitmaken, ligt zo ongeveer in die periode. Het is een sprong in de ontwikkeling waarover nog maar weinig bekend is, en de nieuwe fossielen leveren veel nieuwe informatie op.
Ze passen alleen niet naadloos in de grote puzzel die er al lag. Er is bijvoorbeeld een kaak van 2,3 miljoen jaar oud gevonden die aan Homo wordt toegeschreven, en die kan natuurlijk niet aan een afstammeling van de vondsten van Berger hebben toebehoord. Berger denkt dat het etiket ‘Homo’ er misschien ten onrechte op is geplakt en vindt dat het best een lid van de Australopithecus-familie kan zijn geweest.
Het blijft ook een beetje een woordenspel, natuurlijk. De stamboom waaruit de mens is voortgekomen, blijkt steeds weer ingewikkelder dan gedacht. Paleontologen willen graag een helder overzicht met uitgestorven en doorevoluerende soorten, maar die zal er nooit komen.
Wat in de hele discussie lijkt te worden vergeten, is de mogelijkheid dat de menssoorten voortdurend met elkaar kruisten. Van de moderne mens is dankzij DNA-onderzoek sinds kort bekend dat hij na vertrek uit Afrika vruchtbare seks heeft gehad met twee andere menstypen (Neanderthalers en de Denisova-mens). Ook binnen Afrika wijzen genetische analyses erop dat er zo’n 35 duizend jaar geleden waarschijnlijk vermenging met oudere menssoorten is opgetreden.
Vlak na de splitsing van mens en chimpansee moet zoiets ook gebeurd zijn, concludeerden genetici in 2006. Het zou vreemd zijn als er in Afrika ook daarna niet af en toe seks buiten de (vage) soortgrenzen is geweest.