Ook baby ziet ‘the bigger picture’
Acht maanden oude baby’s keuren asociaal gedrag al af
Kleine baby’s hebben voorkeur voor knuffels die positief sociaal gedrag vertonen, ongeacht hoe ze zich daarvoor hebben gedragen. Maar vanaf acht maanden lijken ze al rekening te houden met de globale context.

- Zoom
- Baby houdt je in de gaten...
Als iemand die net op straat een oud vrouwtje heeft beroofd vervolgens zelf uitglijdt en zijn knie bezeert, zullen we daar weinig medelijden mee hebben. Dit worden genuanceerde sociale evaluaties genoemd – een ander wordt niet alleen beoordeeld op een gedraging of gebeurtenis, maar er wordt ook rekening gehouden met de globale context waarin dit plaatsvindt. Onderzoekers van de Canadese University of British Columbia en de Amerikaanse Yale University hebben nu uitgewezen dat deze eigenschap al bij baby’s van slechts acht maanden terug te vinden is.
Voor het onderzoek kregen vijf tot acht maanden oude baby’s kregen een handpop (eend, olifant of eland) te zien, die enkele keren zonder succes het deksel van een doos met een rammelaar erin probeerde te openen. Vervolgens werd deze handpop door een andere handpop geholpen, en door weer een ander handpop gehinderd in het openen van de doos. Toen de baby’s vervolgens mochten kiezen tussen de sociale helper of de asociale hinderaar – door er eentje vast te pakken – koos het merendeel de helper.
Twee groepen baby’s kregen daarna óf de helper óf de hinderaar te zien, die met een bal speelde en deze liet vallen. De bal werd door een handpop teruggegeven, en door een andere handpop weggenomen. De meeste vijf maanden oude baby’s uit beide groepen gaven de voorkeur aan de gever. In de groep met acht maanden oude baby’s gaf de meerderheid echter de voorkeur aan de gever in de setting bij de helper, en de nemer bij de hinderaar.
Vijf maanden oude baby’s lijken hun keuze dus alleen te baseren op het positief of negatief zijn van de handeling, terwijl de acht maanden oude baby’s ook rekening houden met de positieve of negatieve ‘voorgeschiedenis’ van de ontvanger.
Hetzelfde was te zien toen jonge peuters (onder de twee jaar) zelf zo’n handeling moesten verrichten. De onderzoekers vroegen de peuters om ‘het laatste snoepje’ aan een hondenknuffel te geven, nadat ze kenbaar was gemaakt dat de knuffels de snoepjes érg smakelijk vonden. Ze konden kiezen uit een knuffel die zich eerder sociaal had gedragen of een knuffel die zich asociaal had gedragen. Het merendeel van de peuters bood het snoepje aan de sociale knuffel aan. Toen ze werd gevraagd een snoepje weg te halen bij een van de twee, moesten vooral de asociale knuffels inleveren.
De peuters gaven net zo vaak een snoepje aan de knuffel die was geholpen als aan de knuffel die was gehinderd bij het openen van een doos. Een snoepje weghalen deden ze vaker bij de knuffel die eerder was geholpen. Waarschijnlijk is dit een uiting van empathie: de peuters vermeden negatief gedrag tegen de knuffel die al eerder asociaal is behandeld.
Het onderzoek mist wel vermelding over de eventuele verbetering van het geheugen van baby’s tussen de vijf en de acht maanden. Maar toch is het verbluffend dat baby’s al vanaf acht maanden een redelijk goed ontwikkeld beeld van beloning en straf lijken te hebben gevormd: ze benaderen sociale individuen overwegend positief, en asociale individuen overwegend negatief.
J. Kiley Hamlin, 'How infants and toddlers react to antisocial others', PNAS, 28 november 2011.