Lezen zonder geluid
Sommige mensen kunnen razendsnel lezen. Daar komt geen klank aan te pas, ook niet in hun eigen hoofd. Wel een uitgebreid visueel woordenboek.

- Zoom
- Even wat stilte in je hoofd.
Iedereen kan het: lezen zonder je lippen te bewegen. Koud kunstje. Toch is dat niet altijd een vanzelfsprekendheid geweest. Het verhaal gaat dat de 16e eeuwse wiskundige en tovenaar John Dee zijn publiek versteld deed staan door een tekst te lezen zonder zijn mond te bewegen,en vervolgens vragen over die tekst te beantwoorden. Hij was in staat om zich een mentaal beeld te vormen van de woorden die hij las! Voor de meeste mensen in die tijd was dat een onvoorstelbaar talent.
Het is moeilijk na te gaan of deze lezing – afkomstig uit het boek Life (p. 91) van mediadeskundige Douglas Rushkoff – helemaal historisch verantwoord is. Maar zeker is wel dat talen ooit alleen maar werden gesproken, en dat inmiddels vrijwel iedereen in staat is om met zijn mond dicht een tekst te lezen. De mens heeft zich dat talent in de loop der eeuwen eigen gemaakt.
Veel neurologen denken dat er tijdens het lezen nog altijd een ‘audiospoor’ meeloopt: je zou je tijdens het lezen telkens de klank van een woord voor de geest halen en mede daardoor een tekst kunnen begrijpen. Maar de moderne mens leest zonder een stem in zijn hoofd. Dat is althans de conclusie die je kunt trekken uit onderzoek van de neurologe Laurie Glezer, zoals ze dat presenteerde op de jaarlijkse bijeenkomst van de Society for Neuroscience.
Glezer en haar collega’s van het Georgetown University Medical Center lieten een dozijn proefpersonen woorden lezen en tuurden tegelijkertijd met een hersenscanner in hun brein. Vooral de hersenactiviteit bij woorden die hetzelfde klinken - maar een verschillende betekenis hebben - was opvallend. Woorden als hare en hair bijvoorbeeld activeerden verschillende neuronen. Als de klank van een woord van invloed zou zijn, dan zou je verwachten dat de hersenactiviteit bij die twee woorden overeenkomsten zou vertonen. Niks daarvan: hare en hair zagen er in het brein net zo verschillend uit als hair en soup.
Dat duidt erop dat je een soort visueel woordenboek in je hoofd hebt zitten, concludeert Glezer. Als je een woord voor het eerst tegenkomt, dan moet je het je nog eigen maken door het een keer hardop te lezen. Maar al snel maakt het onderdeel uit van je visuele bibliotheek en is het zelfs niet meer nodig om het in je hoofd te verklanken. Dat verklaart meteen ook hoe speed readers het voor elkaar krijgen om in korte tijd hele boeken te lezen; dat zou nooit lukken als je alle woorden in je hoofd verklankt.
Het onderzoek biedt mogelijk ook een nieuw perspectief op dyslexie. De meest gehoorde verklaring daarvoor is dat dyslectici moeite hebben om de klanken van woorden goed te verwerken. Daardoor, speculeert Glezer, zouden ze wel eens moeite kunnen hebben met het opbouwen van een omvangrijk visueel woordenboek. Een snelle verwerking van woorden die ze al eerder zijn tegengekomen, zou daardoor moeilijk worden. Training zou misschien kunnen helpen bij het opbouwen van zo’n woordenboek, maar het is nog niet duidelijk hoe zo’n training er dan uit zou moeten zien.