Wiskunde is kunst

Waarom rekenen beter is dan poëzie

G. H. Hardy's 'Apologie van een wiskundige' is een fascinerend boek over het bedrijven van wiskunde, en het belang daarvan. (bron: De Slegte)
Zoom
G. H. Hardy's 'Apologie van een wiskundige' is een fascinerend boek over het bedrijven van wiskunde, en het belang daarvan. (bron: De Slegte)

Godfrey Hardy schreef in 1940 een boek, waarin hij zijn bestaan als wiskundige verdedigde. Zijn ideeën zijn nu vertaald en opnieuw uitgegeven in het Nederlands.

Godfrey Hardy, gerenommeerd wiskundige (onder meer bekend van het Hardy-Weinberg-evenwicht uit de genetica) uit het begin van de twintigste eeuw, schreef in zijn nadagen een verhaal over hoe het is om als wiskundige door het leven te gaan. In 'Apologie van een wiskundige' beschrijft hij in slechts 60 pagina's wat een goed wetenschapper in zijn ogen moet denken, doen en kunnen. Daarnaast verdedigt hij wiskunde tegenover 'men', die het altijd heeft over het gebrek aan nut van de pure wiskunde, zich afvraagt wat het belang van wiskunde is en niet weet waarom iemand ooit wiskunde als vak zou willen hebben. Zijn relaas verwoordt hij op een arrogante, maar schitterende wijze.

De apologie (een formele verantwoording of verdediging) stamt al uit 1940, toen Hardy 63 jaar oud was. Later, in 1967, is het in boekvorm uitgekomen en voorzien van een voorwoord van de schrijver C.P. Snow. Deze was een goede vriend van Hardy, en in het voorwoord vertelt hij vanuit een persoonlijk oogpunt wat voor soort persoon Hardy was. Hierbij vergelijkt Snow hem vaak met Einstein, een bekende tijdgenoot van Hardy, en in deze vergelijkingen komt Hardy er altijd positiever uit. Zo vertelt Snow over het excentrieke karakter dat hij soms liet zien: 'Er was echter tussen hem (Hardy) en Einstein een verschil in excentriciteit. Mensen die veel tijd doorbrachten met Einstein vonden hem, hoe langer ze hem kenden, steeds vreemder worden. (...) Bij Hardy was dit omgekeerd. (...) op den duur merkte je dat (zijn vreemdheid) een soort schil was, die om een aard lag die niet zo heel anders was dan de onze, alleen gevoeliger.' Zulke anekdotes maken het voorwoord leuk en interessant om te lezen.

Het voorwoord neemt bijna het halve boek in, en hoewel het een mooi persoonlijk verslag van de persoon Hardy geeft, verraadt het ook veel van de aankomende apologie. Het voorwoord is geschreven aan de hand van de apologie zelf, en verwijst ernaar met uitgebreide citaten en verwijzingen. Hierdoor is veel van wat er in de apologie staat al bekend voordat je begint, wat zonde is. Maar de ideeën en meningen die Hardy zelf geeft blijven de moeite waard.

De toon van het boek is vaak behoorlijk elitair, in het bijzonder naar de wiskunde toe. Hardy begint met de opmerking dat 'goed werk niet door bescheiden mensen gemaakt wordt'. Vervolgens probeert hij stapje voor stapje duidelijk te maken waar wiskunde voor hemzelf over gaat. Het is een kunstvorm, zoals een schilderij of een gedicht, maar dan beter, want 'een wiskundige is net als een schilder of een dichter een maker van patronen. Als de patronen van een wiskundige blijvender zijn, komt dat doordat ze van ideeën gemaakt zijn.' Bovendien is de esthetische waarde van wiskundige belangrijk: 'er is geen blijvende plaats in de wereld voor lelijke wiskunde.' Zo een uitspraak is behoorlijk sterk: de toegepaste wiskunde is bijna alleen maar 'lelijke' wiskunde. Daar is Hardy het mee eens, maar volgens hem is dat soort wiskunde (bijvoorbeeld de ballistiek, de kunst om te berekenen hoe een raket op een doelwit landt) geen 'echte' wiskunde, en daarom saai en oninteressant.

'Apologie van een wiskundige' is duidelijk een persoonlijk werk, met soms extreme, soms gedateerde, maar nog steeds interessante meningen. Het sterkste punt van het boek is de persoonlijke noot. Hierdoor komt Hardy, ondanks zijn ideeën, vooral over als een soort tragisch sympathiek figuur. Oorlog was in zijn leven een belangrijk thema, en hij bespreekt de rol van de wetenschap hierin. En hoewel wiskunde het verst van de oorlog af staat, draagt zij nog steeds eraan bij. Dit stemt hem zeer droevig. Aan het einde van het boek, als hij terugkijkt op zijn leven als wiskundige (dat volgens hem voorbij is: wiskunde is een spel voor jongen mensen) komt hij tot de conclusie dat hij 'niets nuttigs heeft gedaan'.

Of het boek uiteindelijk leuk is voor iedereen, weet ik niet. Wiskundigen zullen zich absoluut herkennen in wat Hardy zegt. En het boek is, zeker gezien de leeftijd, goed geschreven en makkelijk leesbaar. Maar zijn arrogantie en wiskunde-centrische wereldbeeld zouden sommigen ook op de zenuwen kunnen gaan werken. Bovendien kost het boekje 16 euro 50, terwijl de pdf (weliswaar in het Engels en zonder voorwoord) gratis op internet te lezen is.

Marc Seijlhouwer