De toekomst van de ruimtevaart

Neergang of wederopstanding?

  • Door: Bouwe van Straten
Categories:
Heelal & Ruimtevaart

De Space Shuttle gaat vandaag voor het laatst op reis. Is het tijdperk van de ruimtevaart nu voorbij, zoals velen lijken te denken? Of staan we aan de vooravond van een nieuwe space race?

Zoom

Als je de media de afgelopen dagen moet geloven, dan staat het ruimteonderzoek op het punt om terug te keren naar de Middeleeuwen. Een kort rondje koppen scannen: ‘De laatste lancering van de space shuttle maakt een einde aan de dromen van het Apollo-tijdperk’, ‘Angst voor achteruitgang bij NASA’, ‘Was de space shuttle een fout?’, en zelfs ‘De ruimte is geschiedenis’.

Er zijn inderdaad zorgwekkende ontwikkelingen. De Amerikaanse president Obama heeft weliswaar grootse plannen voor NASA, maar zijn plannen blijven vaag en ontberen het bijbehorende budget. Terwijl John Kennedy in de jaren zestig 4,4 procent van zijn totale budget vrijmaakte voor het concrete doel om een man op de maan te zetten, is nu slechts 0,5 procent van het overheidsbudget beschikbaar voor plannen die weinig gedetailleerd zijn.

Het snijden in het budget zal niet zonder gevolgen blijven voor NASA, is de vrees. Sommige ruimtevaartexperts voorzien dat de ruimtevaartorganisatie met de kneusjes zal blijven zitten. ‘De goeden zien het einde aankomen en stappen op’, zegt luchtvaartexpert Albert Wheelon in de New York Times. ‘Dan hou je de B-studenten over’.

Maar niet iedereen laat zich meeslepen in de canon van doemscenario’s. Roger-Maurice Bonnet en Johan Bleeker schrijven deze week in Science dat de donkere dagen kunnen worden voorkomen met de juiste visie, politieke wil en de verdeling van taken over meerdere landen.

Niet dat ze blind zijn voor de huidige stand van zaken. Ze constateren dat een aantal belangrijke telescopen tegen het einde van hun levenscyclus zit, en dat de ontwikkeling van nieuwe detectoren een flinke aanslag zal doen op de beperkte budgetten. Evenmin sluiten ze hun ogen voor het feit dat het tegenzittende economische tij de geldstroom de komende tijd waarschijnlijk nog verder zal doen opdrogen.

Mondiale Horizon
Maar in hun ogen zit de kern van het probleem niet in beperkte financiële middelen. De kern van het probleem – en dus van de oplossing – zit in de manier waarop je sturing geeft aan sterrenkundig onderzoek. Veel plannen moeten het zonder duidelijke prioriteiten stellen, en bestaan feitelijk uit een ‘wensenlijstje’ van missies. Ze zijn niet ingebed in een coherent programma, zodat het moeilijk is om te meten wat de haalbaarheid is, welke projecten voorrang verdienen en hoe je de taken internationaal kunt verdelen.

De sterrenkunde heeft kortom last van een managementprobleem, stellen Bonnet en Bleeker. En laat ze nu zelf gewerkt hebben aan een aanpak waarin dat probleem succesvol het hoofd werd geboden, genaamd Horizon 2000. Dat programma van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA had in 1984 ten doel om prioriteiten te stellen voor de daaropvolgende twintig jaar. En met succes: door kernmissies te formuleren was duidelijk waar de prioriteiten lagen. Maar tegelijkertijd was er ruimte voor kleinere missies, zodat de organisatie kon inspelen op nieuwe technologieën en de laatste ontwikkelingen.

Die aanpak maakte het mogelijk om te plannen voor de lange termijn en tegelijkertijd flexibel te blijven, zonder dat de uitgaven uit de klauwen liepen. En minstens zo belangrijk: de taken konden verdeeld worden over verschillende landen en organisaties, van groot belang in Europa. Met de juiste aanpak moet zo’n taakverdeling ook op mondiaal niveau mogelijk zijn, denken Bonnett en Bleeker. De VS zou bijvoorbeeld kunnen denken aan (verdere) samenwerking met Rusland, China, India en Brazilië. Waarbij het onvermijdelijk lijkt dat China en India, gezien hun toenemende macht, een steeds grotere vinger in de pap zullen krijgen.

De tips van de twee heren zijn zonder meer nuttig, maar daarbij moet wel worden aangetekend dat Horizon 2000 werd uitgevoerd binnen Europa. De samenwerking vond dus plaats binnen een groep geintegreerde landen met gemeenschappelijke belangen. Het is niet gezegd dat een dergelijke samenwerking ook goed werkt tussen landen die allerlei conflicterende belangen hebben, zoals bijvoorbeeld de VS en China.

Entrepeneurs in space
Maar misschien is dat ook helemaal niet nodig. Want behalve samenwerking zou ook concurrentie de ruimtevaart wel eens verder kunnen helpen, constateert New Scientist. Die concurrentie hoeft niet eens te komen van andere landen, maar kan ook afkomstig zijn van private ondernemingen. Denk daarbij niet alleen aan mensen als Richard Branson, die de ruimte in de markt probeert te zetten als toeristische attractie voor de jetset, maar vooral aan bedrijven als SpaceX en Bigelow Aerospace. Eerstgenoemde is al druk bezig met de ontwikkeling van een ruimtetaxi, waarmee astronauten een tripje kunnen maken naar het ruimtestation ISS. En Bigelow werkt aan opblaasbare ruimtestations die, zo claimt het bedrijf, technologie mogelijk maken die binnen de ISS onmogelijk is.

De toekomst van het ruimteonderzoek is kortom nog in nevelen gehuld. Er zullen de komende tijd zonder twijfel minder middelen beschikbaar komen, waardoor het uitvoeren van grote missies lastig wordt. Maar slim management, goede samenwerking en stimulerende concurrentie zouden de astronomie ook heel goed een nieuwe stimulans kunnen geven.

Roger-Maurice Bonnet en Johan Bleeker, ‘A dark age for space astronomy?’, in Science, 7 juli 2011.