Het recept voor een ramp

Wat de wetenschap zegt over het klimaatakkoord van Durban

  • Door: Elmar Veerman
Categories:
Aarde & Klimaat
Emissions gap UNEP
Zoom
Emissions gap UNEP

De klimaattop in Durban is afgesloten zonder harde afspraken voor de komende tien jaar. Daarmee hebben de regeringen van de wereld hun handtekening gezet onder het recept voor een wereldramp. Het akkoord langs de wetenschappelijke meetlat.

Ze zijn vastbesloten de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal twee graden, of zelfs anderhalve graad. Dat hebben de wereldleiders twee jaar geleden in Kopenhagen plechtig afgesproken, vorig jaar in Cancún bevestigd en ook dit weekeinde in Durban weer op schrift gesteld. Tegelijkertijd erkennen ze 'met grote bezorgdheid' dat er een aanzienlijk verschil zit tussen de toezeggingen die er liggen en wat er nodig is, nu de aarde al bijna een graad is opgewarmd.

Veel diplomaten zijn desondanks tevreden over het akkoord. Feitelijk is de uitkomst van de langdurige onderhandelingen dat tot 2020 vrijwel alle landen onbeperkt doorgaan met het uitstoten van broeikasgassen. China, de Verenigde Staten, India, Canada en Japan hebben zich bijvoorbeeld nergens toe verplicht en zullen naar alle waarschijnlijkheid niet minder, maar juist meer broeikasgas gaan produceren. Alleen de EU, Australië en een handjevol andere landen, samen goed voor zo'n 15 procent van de mondiale uitstoot, leggen zichzelf grenzen op. Maar die zijn veel minder streng dan klimaatwetenschappers nodig achten.

Hoe groot is het gat? Gelukkig stond dat al voor de top helder op papier. In november verscheen er een rapport over onder de vlag van UNEP, het milieubureau van de Verenigde Naties. Daaraan schreven 25 groepen wetenschappers van allerlei landen mee, onder meer van het Nederlandse Planbureau voor de Leefomgeving. ‘Bridging the emissions gap’, heet het optimistisch.

Daarin rekenen de wetenschappers voor dat het met zeer ingrijpende maatregelen die onmiddellijk ingaan mogelijk is om de kans op een opwarming van minder dan twee graden onder de 33 procent te houden. Maar dat was voor de afspraken in Durban tot stand kwamen. Die afspraken komen neer op het ‘business as usual’-scenario in onderstaande grafiek, of hooguit de lijn die is aangegeven met 'case 1'. Klik op het plaatje en kijk er even goed naar.

Op de horizontale as staat de tijd, van 2010 tot 2020, op de verticale de totale menselijke uitstoot van alle broeikasgassen. Die uitstoot moet binnen het grijze gebied vallen om de opwarming te beperken tot twee graden Celsius. In de inzet is een grafiek van de hele eeuw te zien, die aangeeft dat de uitstoot na 2020 snel moet dalen. Om de opwarming onder de anderhalve graad te houden, zal in de tweede helft van de eeuw zelfs netto broeikasgas moeten worden weggevangen.

De onderhandelaars hebben in Durban dus ondanks hun belofte een glasheldere keuze gemaakt: voor een wereldwijde opwarming van meer dan twee graden. Hoe veel meer? Dat is moeilijk te zeggen. De grens van twee graden is gesteld omdat daarboven vrijwel zeker allerlei terugkoppelingen gaan optreden die de opwarming versterken. De natuur gaat dan zelf grote hoeveelheden extra broeikasgas uitstoten, iets wat overigens nu al dramatisch zichtbaar begint te worden.

Door die versterkende kettingreactie kan de wereldwijde temperatuur deze eeuw gemakkelijk vier, vijf of zes graden hoger worden. De poolgebieden zullen het meest opwarmen. Dat heeft allerlei catastrofale gevolgen.

De tevreden ondertekenaars van het klimaatakkoord van Durban hebben dus in feite getekend voor het verdwijnen van koraalriffen en de honderdduizenden diersoorten die daarvan afhankelijk zijn, een zeespiegelstijging van meerdere meters en het uitsterven van de ijsbeer in het wild, om een paar gevolgen te noemen. Burgers lijken zich daar vooralsnog niet druk over te maken,  zelfs niet in een land dat nu al grotendeels onder de zeespiegel ligt en de komende eeuw verder inklinkt.