De poort naar de ruimte

Baikonoer, van glorie naar verval en terug

  • Door: Bruno van Wayenburg
Categories:
Heelal & Ruimtevaart
Lancering Kuipers
Zoom
Lancering Kuipers
De lancering van vanmiddag.

André Kuipers liet vandaag de lanceerbasis Baikonoer achter zich. Wat is dat eigenlijk voor plek, en hoe is het zo gekomen?

Lancering Kuipers
Zoom
Lancering Kuipers
De lancering van vanmiddag.

'Weten jullie dat er vandaag een raket omhooggaat?' Drie Kazachse jongetjes van een jaar of acht in de hoofdstraat van Baikonoer snappen het niet. Een kosmonaut? Nou en? Ze willen wel een handtekening, en op de foto in een hiphop-pose. De lancering van de Nederlander André Kuipers lijkt de mensen van Baikonoer niet in hogere staten te brengen.

Als er één plaats is met het recht om blasé te doen over raketlanceringen is het wel dit kleine stadje met brede straten met bomenrijen, vers bijgewerkte schilderingen van kosmonauten op de muren, en gebouwen en wegen die er in de felle winterzon voor Russische begrippen helemaal niet zo haveloos uitzien. Want officieel ligt het stadje dan wel in Kazachstan, maar eigenlijk is Baikonoer behoorlijk Russisch.

En dat geldt al helemaal voor de lanceerbasis of kosmodroom Baikonoer, een paar kilometer verderop: een uitgestrekte steppe, dun bezaaid met spoorlijnen, hangars, gasfabrieken, schotelantennes, en een paar lanceerplatformen. Hier vandaan is André Kuipers vandaag vertrokken in zijn Sojoez-raket.

Kamelen en paarden

Dat komt zo: aan ruimte is in Kazachstan geen gebrek. De ijzige steppe, met een platte horizon rondom, doet voor een Nederlander zelfs wat aan een zee denken. Wie goed oplet kan vanaf de wegen hier en daar een kameel zien, en ook paarden lopen er vrij rond.

In 1955, toen dit nog de Sovjet-Unie was, waren deze bijna onbeperkte ruimte, geïsoleerde ligging, en een klein spoorlijntje belangrijke argumenten om juist deze plek te kiezen voor het ontwikkelen van raketten. Die nieuwe technologie was na de oorlog snel in opkomst geraakt, niet om mensen of satellieten te lanceren, maar voor atoombommen.

Het was de Koude Oorlog. De VS hadden in 1945 hun eerste atoombom ontwikkeld, en gebruikt in Japan. De Sovjets waren in 1949 langszij gekomen. Maar hoe krijg je zo'n kernwapen op het juiste moment op de juiste plaats, de hoofdstad van de tegenstander?

Bommenwerpers kun je uit de lucht schieten, maar raketten boden een veel snellere, vrijwel niet te onderscheppen route. Dat hadden de Duitsers aan het eind van de Tweede Wereldoorlog laten zien met hun V2-raketten, waarmee vanuit Wassenaar Londen bestookt werd.

Gevangen geleerden

Hoofdraketgeleerde Wernher von Braun had zich dan wel overgegeven aan de Amerikanen, maar de Russen hadden bij hun opmars door Duitsland ook de nodige geleerden gevangen genomen. Voortbouwend op hun kennis was de Russische hoofdontwerper Sergei Koroljov een heel eind gekomen in het Russische plaatsje Kapoestin Yar in Zuid-Rusland, maar het werd tijd voor iets ruimers.

De keus viel op het treinstationnetje Tjoera-Tam in Kazachstan, toen nog in de Sovjetunie. Ten oosten daarvan was er volop ruimte voor rakettrappen om neer te storten, en het lag mooi zuidelijk. Daardoor krijgen de raketten alvast een zo groot mogelijke draaiing van de aarde mee. Om de Amerikanen om de tuin te leiden kreeg de lanceerbasis de naam van een nederzetting een paar honderd kilometer verderop, Baikonoer.

Veel hielp het niet: door slim te redeneren dat Russen een dergelijke onderneming alleen langs een spoorlijn zouden opzetten ontdekten de Amerikanen Baikonoer al snel op luchtfoto’s van hun hoog overvliegende spionagevliegtuigen. Ze konden de ontwikkeling van atoomraketten, waar ze zelf ook mee bezig waren, op afstand volgen.

Levend verbrand

Zo zagen ze na 24 oktober 1960 een zwart vlekje waar eerst nog een raket op het lanceerplatform stond. Er gaat wel eens iets mis, maar pas later kwam uit dat er die dag een experimentele R-16-atoomraket ontploft was terwijl honderden ingenieurs er nog mee bezig waren. Koude-oorlogsslachtoffers die levend verbrandden.

Intussen had de rakettenbouwerij een onverwachte wending genomen. Koroljov, de raketontwikkelaar die in de oorlog op bevel van Stalin uit een Goelag-kamp was gehaald om wapentuig te ontwikkelen, had zelf een heel andere droom: ruimtevaart, uiteindelijk bemand.

In mei 1957 maakte de R-7 (van 'Raketa', 'raket') zijn eerste vlucht, later dat jaar wist een R-7 vanuit Baikonoer een doel in het duizenden kilometers verderop gelegen Kamtsjatka te raken. Koroljov waagde het erop, en vroeg Sovjet-leider Chroesjtsjov, of hij een R-7 mocht gebruiken om een satelliet te lanceren. 'Als de hoofdtaak er maar niet onder lijdt', antwoordde die. Van het enthousiasme en de schrik bij het westen die het lanceren van de Spoetnik, op 4 oktober 1957 zouden veroorzaken, hadden geen van beiden een idee.

Startschot van de ruimterace

Maar het bleek het startschot van de ruimterace. Meteen bestelde Chroesjtsjov nog een stunt. Dat werd het hondje Laika, dat een maand later het eerste levende wezen in de ruimte werd, voordat het aan oververhitting stierf. Koroljov zag zijn kans schoon, en selecteerde de beste gevechtspiloten van het land als ruimtevaarder. Luitenant Joeri Aleksejevitsj Gagarin, een boerenjongen met een mooie lach, werd op 12 april 1961 de eerste mens in de ruimte. Zijn voertuig was de Vostok-capsule, gelanceerd in een de R-7 afgeleide raket, vanaf het lanceerplatform in Baikonoer, dat nu 'Gagarinskyi Start' genoemd wordt.

Wie nu in Baikonoer komt kan op bedevaart in de twee houten houten huisjes waar Gagarin, zijn reservekosmonaut German Titov en Koroljov sliepen. Een stalen bed, een tafel en wat stoelen hadden de mannen. En Koroljov een radio, koelkast en een telefoon. Onbeschrijfelijke luxe vergeleken met de meeste arbeiders die inmiddels Baikonoer uit de grond stampten: die woonden in spoorwagons in de hitte van veertig graden, en de koude van vaak -30 zoals die ook vandaag in Baikonoer heerst.

Het kosmodroom, en het stadje, groeiden als kool. Op het hoogtepunt woonden er in Baikonoer, ook 'klein Moskou' genoemd, 300 duizend mensen. Ingenieursbureaus als Koroljovs OKB-1 bouwden het ene gebouw na het andere, maar ook concurrerende raketontwerpers als dat van Yangel en Tsjelomei die gewoon voor de kernwapenontwikkeling waren blijven werken. Volgens overlevering was het geboortegetal in de hele Sovjetunie nergens zo hoog als in Baikonoer. Bijzonder idyllisch is de kosmonautentuin, vol bomen die kosmonauten na hun terugkeer geplant hebben. Die van Gagarin heeft al een forse stam, het boompje van André Kuipers uit 2004 lijkt wat te kwijnen.

Zo goed mogelijk vergeten

Maar ondanks alle investeringen verloren de Sovjets de ruimterace. Neil Armstrong en Buzz Aldrin stonden op 21 juli 1969 op de maan, toen de gigantische Russische maanraket al een keer ontploft was, kort na de lancering. Nog drie explosies volgden, en toen werd het geheime Russische programma opgedoekt, en zo goed mogelijk vergeten. De Russen legden zich toe op het bouwen en bevolken van ruimtestations, de N-1 werd vergeten.

'Wij hadden nooit gehoord van de N-1', zegt Leonid Sachoerov, de gids in het het plaatselijke ruimtevaartmuseum, een reeks zalen vol vaandels, foto's, medailles en gezwollen heldentaal over kosmonauten. Sachoerov leidde in de jaren tachtig de soldaat-arbeiders die het lanceerplatform bouwden voor het volgende project: de gigantische Energia-raket, die in 1988 de Boeran lanceerde, de Russische versie van de Space Shuttle. Niet dat hij dat toen wist. 'We wisten dat we een lanceerplatform bouwden, maar waarvoor, dat zagen we pas op de dag van de lancering.'

Trots op zijn bijdrage is de Baikonoerder wel. 'Ja, het is een kopie van de Shuttle, maar waarom zou je het wiel opnieuw uitvinden. Bovendien was de Boeran gewoon beter.' Toch vloog de hij maar een keer, op de automatische piloot. Want tegen die tijd was de Sovjetunie zo goed als failliet. Het Boeran- en het Energiaprogramma werden opgedoekt, de beroepsbevolking van Baikonoer zat zonder werk. Drie jaar later was de Sovjet-Unie uiteengevallen, en lagen het stadje, en het kosmodroom ineens in Kazachstan.

Muiterij

De jaren negentig waren zware jaren. Baikonoer verviel, net als de Russische ruimtevaartsector, tot armoede. De beste mensen emigreerden. Er was een muiterij van bewakers en ongeregeldheden. Kazachstan bedong een jaarlijkse huur van 115 miljoen dollar. In 2002 stortte een hangar in, met acht doden en de vernietiging van het laatste exemplaar van de Boeran tot gevolg.

Maar de afgelopen jaren kwam het stadje er weer langzaam bovenop: door de samenwerking met de NASA bij de ruimtestations Mir en het ISS, door het ontwikkelen van een commerciële lanceerindustrie voor satellieten, en door royale geldinjecties van het regime-Poetin. Vandaag is Baikonoer een veel kleiner stadje met 80 duizend inwoners, waar een raketlancering iets heel alledaags is.

Wel zijn er grote zorgen om de bouw van de nieuwe lanceerbasis Vostotsjnyj, op Russisch grondgebied in de buurt van Vladivostok, waar vanaf 2015 bemande vluchten moeten vetrekken. Dat scheelt de Russen toch weer huur en gedoe, vreest Baikonoer, al blijft er genoeg raket-infrastructuur over om een boterham mee te verdienen.

Maar voorlopig kan Baikonoer zich, na het pensioen van de Space Shuttle afgelopen juli, nog even laven aan de status van enige vaste route voor mensen naar de ruimte. Zoals deze plaats dat ook was in 1961.