De boerderij van de toekomst

Over vijftien jaar zijn veebedrijven nog groter, maar wel diervriendelijker

  • Door: Nadine Böke
Categories:
Mens & Maatschappij
Flora & Fauna
Zoom
Blij varken

De boerderij van nu lijkt weinig meer op de boerderij van een eeuw geleden. En de veranderingen gaan door. Over vijftien jaar zullen de meeste veebedrijven nog meer dieren houden dan nu. Maar dat hoeft niet ten koste te gaan van het welzijn.

Zoom
Koeien op stal.

Boerderijen hebben een flinke invloed gehad op hoe ons land er nu uitziet, zo is te zien in de derde aflevering van Nederland van Boven. Maar de boerderijen zelf veranderen ook. In de afgelopen eeuw zijn veehouderijen uitgegroeid tot efficiënte, deels geautomatiseerde productiebedrijven. Klein als ons landje is, heeft het hierdoor toch kunnen uitgroeien tot een van de belangrijkste exporteurs van vlees en zuivelproducten ter wereld.

En de veranderingen zetten door. Vanuit de samenleving klinkt een steeds sterkere roep om meer dierenwelzijn. Al kiezen mensen in de supermarkt tóch liever voor goedkope kiloknallers dan voor biologisch vlees. Tegelijkertijd neemt, door de groeiende welvaart, de wereldwijde vraag naar vlees toe. Boeren moeten schipperen tussen de tegenstrijdige belangen die deze ontwikkelingen met zich meebrengen. Waar zal dit alles toe leiden? Zijn stallen over een jaar of vijftien volledig geautomatiseerd? En staan er dan nog wel koeien in de wei?

Zoom
Ferry Leenstra

Tweedeling
'Over vijftien jaar zal er een nog grotere tweedeling zijn tussen grote bedrijven, die zich wel richten op een zo goed mogelijk dierlijk product en kleine, veelzijdige bedrijven, die ook veel contact hebben met burgers', voorspelt Ferry Leenstra van Wageningen UR Livestock Research. We spreken elkaar in een van de vestigingen in Lelystad. Het is een uitgestrekt gebouw, midden in de weilanden, met in de gangen overal posters met ontwerpen voor toekomstige stallen en landbouwtechnieken.

De kleine bedrijven waar Leenstra het over heeft zullen het soort boerderijen zijn die mensen uit de steden graag zien: kleinschalig, biologisch, en erg diervriendelijk. 'Dit soort bedrijven zul je straks vooral langs de rand van de stad vinden. Er zullen wat koeien of geiten en andere dieren gehouden worden, gecombineerd met bijvoorbeeld een boomgaard of aardbeienvelden. En dit soort bedrijven krijgen een duidelijke publieksfunctie. In de vorm van recreatie, educatie, of zorgboerderijen. Mensen kunnen erheen, kunnen zelf iets doen op de boerderij. En ze kunnen er producten kopen.'

Dat klinkt allemaal mooi, maar het is onmogelijk om al ons voedsel op dit soort boerderijen te verbouwen. Er zijn dus ook grotere, efficiëntere bedrijven nodig. Er is al een trend dat veeboeren steeds meer dieren houden, en die zal doorzetten, volgens Leenstra. 'Maar: verwacht geen écht grote bedrijven, zoals je die soms in het buitenland ziet', voegt ze hier aan toe. 'In China heb je bedrijven met 10.000 koeien of vijf miljoen kippen. In de VS gaat het ook die kant op. Op zulke bedrijven staan dan veel stallen bij elkaar, met in het midden een veevoerfabriek en een melkfabriek of slachterij.'

In Nederland zullen zulke grote stallen niet snel ontstaan, omdat er hier al zo veel bestaande, concurrerende bedrijven zijn. Bovendien is er in ons land weinig ruimte voor. Leenstra: 'Een gemiddeld melkveebedrijf heeft nu 80 koeien. Dat zijn er over vijftien jaar iets van 150. Varkensstallen groeien van vijfhonderd naar duizend zeugen. En een gemiddeld leghennenbedrijf telt nu 45 à 50 duizend kippen. Dat gaat verdubbelen.' Al klinkt iets als honderdduizend kippen als een enorm aantal, toch is dit nog niet genoeg om het economisch aantrekkelijk te maken voor een boer om bijvoorbeeld ook een eigen slachthuis te beginnen. 'Een moderne kippenslachterij kan twaalfduizend kuikens per uur aan', zegt Leenstra. 'Daar kan een gemiddelde schuur niet tegenop produceren.' Zulk soort functies blijven hier dus voorlopig gescheiden.

Zoom
Dit biggetje zal straks een beter stuk vlees leveren als hij lekker mag toegeven aan natuurlijke behoeftes als wroeten en modderbaden.

Dieren zelf laten kiezen
Bedrijven mogen dan steeds groter worden; dit hoeft niet per se ten koste te gaan van het dierenwelzijn. Sterker nog, gelukkigere dieren leveren kwalitatief betere producten. Boeren hebben er dus ook economisch belang bij. De vorige minister van Landbouw (Gerda Verburg) heeft erop ingezet dat de Nederlandse veehouderij in 2023 volledig duurzaam moet zijn. Dat betekent: milieuvriendelijker, maar ook met een hoger dierenwelzijn dan nu. En schaalvergroting combineren met meer dierenwelzijn kan, volgens Leenstra. Dankzij allerlei nieuwe stalontwerpen met een steeds verdergaande automatisering. Voor kippen is er bijvoorbeeld de rondeelstal, of de stal ‘windstreek’. En voor koeien is er de ‘koeientuin’, of ‘De Meent’.

Welke van deze of andere stalontwerpen straks echt zal worden toegepast, en in welke mate, valt volgens de landbouwwetenschapster lastig te voorspellen. Maar een opvallende algemene trend is wel dat dieren steeds meer vrijheid krijgen om zelf keuzes te maken. Leenstra: ‘We proberen steeds meer te voorzien in de behoeften die een dier heeft, zonder deze te frustreren. Dat kan bijvoorbeeld door een stal zo in te richten dat er verschillende klimatologische zones zijn, waardoor een dier ervoor kan kiezen de warmte op te zoeken, of juist een koel plekje. Door dieren zelf te laten beslissen wanneer ze eten, of welk soort voer ze willen. Of door dieren niet verplicht buiten te laten, maar alleen wanneer ze dit zelf willen.’

Een mooi voorbeeld van zulke technologie, die al op steeds meer boerderijen wordt toegepast, is de melkrobot. Koeien kunnen met behulp van dit apparaat zelf beslissen wanneer ze gemolken worden, en hoe vaak. Dankzij een chip in een halsband kunnen ze een poortje naar een aparte ruimte openen. Daar zoekt de melkrobot de spenen van de koe op, maakt ze schoon, en zet er zuigers op vast om het dier te melken. Ondertussen kan de koe zelf op haar gemak genieten van een portie krachtvoer. ‘Koeien hebben binnen een paar dagen door hoe de melkrobot werkt’, zegt Leenstra. Bovendien kan de machine veel meer dan alleen melken. ‘Melkrobots houden van alles bij. Wanneer komt de koe, eet ze haar voer wel netjes op, wat is haar temperatuur? Ook meet de machine de geleidbaarheid van de melk, wat iets zegt over de gezondheid van de uiers.’

Bij varkens zijn soortgelijke ontwikkelingen aan de gang. Met behulp van chips kunnen de dieren straks kiezen welke ruimte ze in willen: een gezamenlijke ruimte, of een eigen nest. Als een varken dan door een luikje of poortje loopt, wordt meteen geregistreerd wat zijn of haar temperatuur is, en hoeveel het dier weegt. Ook hebben al steeds meer boerderijen automatische voermachines. Leenstra: ‘ Een varken gaat dan een speciale voerruimte in, met aan het einde een voerapparaat, dat dankzij de chip herkent welk varken er staat en hoeveel voer het dier die dag nog mag hebben. Er gaat een deurtje dicht, en het dier kan rustig eten, zonder gestoord te worden door andere varkens.’

Zoom
Vinden koeien het wel fijn buiten? Niet per se. Als de zon schijnt, is het al snel te warm voor ze. En de Nederlandse weilanden hebben weinig schaduw.

Naar buiten
Veel van de nieuwe stalontwerpen gaan ervan uit dat dieren straks ook zelf kunnen kiezen of ze naar buiten willen. Dat is wat de samenleving graag ziet: koeien die in de wei staan, en kippen die buiten kunnen rondscharrelen. Dat lijkt misschien ook heel natuurlijk. Maar eigenlijk is het vraagstuk rondom dieren die naar buiten kunnen zo simpel nog niet.

‘De huidige generaties zijn niet meer opgegroeid met dieren’, zegt Leenstra. ‘Mensen denken dat ze weten wat dieren willen. Maar je moet je afvragen: is dit wel terecht?’ Vind een koe het dan niet fijn om in de wei te staan? Leenstra: ‘Dat hangt maar net van het weer af. Als de zon schijnt, dan krijgen ze het al snel te warm. Ook paarden en schapen zitten eigenlijk liever in de schaduw. Maar in de Nederlandse weilanden is vrijwel geen schaduw.’

Een oplossing zou kunnen zijn om bomen te planten in de wei, maar dit gaat ten koste van de grasproductie, en het trekt roofvogels aan. Wat ongunstig is voor de (beschermde) weidevogels. Een andere oplossing kan zijn om open stallen of overkappingen midden in de wei te plaatsen. Maar volgens de huidige milieuregels geldt dit als bebouwing, en bebouwing mag niet midden in natuurlijk gebied staan. Ook in andere opzichten staan de milieuregels het naar buiten gaan in de weg: ‘Als de dieren vrij in en uit kunnen, kunnen ammoniak en stof dat ook’, aldus Leenstra.

Net als koeien vinden ook kippen het niet per se fijn om naar buiten te kunnen. Tenminste, als dat ‘buiten’ een grote, open ruimte is. Kippen zijn van nature bosdieren, en houden van beschutting. Een ander nadeel van dieren die naar buiten kunnen is dat zij veel sneller allerlei ziektes oppikken dan dieren die op stal staan. En ziek zijn is logischerwijs niet goed voor het welzijn van het dier. Het is kortom wel het streven dat dieren straks allemaal lekker vrij buiten rond kunnen lopen, maar voor het zo ver is zijn er nog een hoop problemen te overwinnen.

Zoom
Met mest kun je nog allerlei nuttige dingen doen. Maar het is wel zo efficiënt om urine en droge mest apart in te zamelen.

Varkenstoiletten
Een laatste belangrijke ontwikkeling is hoe beter om te gaan met mest. ‘Er wordt momenteel gewerkt aan varkenstoiletten’, vertelt Leenstra. ‘Varkens zijn van nature zindelijke dieren. Ze hebben een plek waar ze liggen, een plek waar ze eten, en een plek waar ze urineren. Dit maakt het mogelijk om een systeem te ontwerpen dat de urine opvangt, terwijl de mest opzij wordt geschoven.’ Het apart opvangen van urine en mest biedt boeren allerlei mogelijkheden om hier nuttige dingen mee te doen.

Urine bevat veel stikstof, terwijl mest vooral veel fosfaat bevat. Dit zijn belangrijke voedingsstoffen voor planten, en daarom twee van de hoofdingrediënten van kunstmest. Door urine en mest gescheiden in te zamelen, kun je landbouwgewassen beter geven waar ze op dat moment behoefte aan hebben. Leenstra: ‘De mest kan bovendien worden vergist of gedroogd en verbrand, voor energieopwekking. Ook dat gaat beter als urine en mest gescheiden worden ingezameld. Bovendien beperkt het gescheiden inzamelen van urine en mest de ammoniakuitstoot. Ammoniak ontstaat als mest met urine erin op het oppervlak blijft liggen. Als je de urine gelijk opvangt en verder verwerkt, ontstaat er veel minder ammoniak.’

Varkens zijn de enige landbouwdieren die van nature zindelijk zijn. In bijvoorbeeld koeienstallen kunnen dus geen aparte toiletruimtes worden gebouwd. Maar vanwege de grote voordelen van het apart opvangen van urine en mest, wordt er ook voor andere dieren gewerkt aan stallen met automatische, gescheiden inzameling. Bijvoorbeeld door vloeren te maken met kleine gaatjes erin waar de urine meteen doorheen kan sijpelen, terwijl een robot regelmatig de overige mest opzij schuift.

Zoom
De boer van de toekomst is meer een manager dan iemand die handwerk verricht.

Wat doet de boer?
Tot slot: als straks machines zorgen voor het melken, voeren, controleren van de dieren en de stal schoonhouden; heeft de boer dan nog wel iets te doen? Leenstra: ‘Automatisering maakt het werk van boeren niet per se makkelijker. Veel van het domme werk, het doe-werk, word overgenomen. Maar er blijft altijd iemand nodig die echt goed naar de dieren kan kijken. En die kan ingrijpen wanneer dit nodig is.’ De boer van de toekomst wordt dus in steeds grotere mate een manager. Bovendien is automatisering eigenlijk gewoon nodig om bedrijven de kans te geven nog groter te groeien. De meeste boerderijen worden tegenwoordig gerund door maar twee mensen: de boer en zijn vrouw, of een ouder en een kind. En dieren hebben zeven dagen per week, het hele jaar rond, verzorging nodig. Zonder hulp is dat zwaar, als je maar met z’n tweeën bent.

Dit artikel is deel van een serie achtergrondartikelen bij de televisieserie Nederland van Boven. De bijbehorende aflevering wordt uitgezonden op dinsdag 20 december, om 22:20 op Nederland 1. De aflevering is achteraf terug te kijken via Uitzending gemist of de website van Nederland van Boven.