Handbijl van 1,76 miljoen jaar oud
Hoogwaardig gereedschap ouder dan gedacht
In Kenia is een handbijl uit het vroege Acheuléen opgegraven die 1,76 miljoen jaar oud is, 350.000 jaar ouder dan de oudste tot dusver bekende vondst. Of geven de onderzoekers een iets te mooie voorstelling van zaken?

- Zoom
- © Nature
- De gevonden handbijlen op de cover van Nature.
Het maken van gereedschappen zit de mens in het bloed, we doen het al minstens zo’n 2,5 miljoen jaar. Aanvankelijk ging het om eenvoudige werktuigen; ronde stenen die met een paar klappen van een andere steen een scherpe kant kregen. Deze periode van de oudste stenen werktuigen ter wereld staat bekend als het Oldowan.
Later ontstonden hoogwaardiger gereedschappen, die behalve met steen ook werden vervaardigd met been, geweien en hout. Die periode staat bekend als het Acheuléen. Maar wanneer begon die periode precies? Franse archeologen hebben nu een aantal handbijlen uit het Acheuléen gevonden die 1,76 miljoen jaar oud zijn, schrijven ze in Nature. Ze vonden de gereedschappen in het huidige Kenia, vlakbij het Turkana meer.
De handbijlen zijn 350.000 jaar ouder dan vergelijkbare gereedschappen die eerder in Ethiopië werden gevonden, aldus de archeologen in het artikel. Het Acheuléen begint daarom veel eerder dan tot dusver werd aangenomen. Dat klinkt spectaculair, maar is het dat ook?
De Nederlandse archeoloog Wil Roebroeks is niet overtuigd. ‘Ik ben een beetje verbaasd dat het onderzoek op deze manier in Nature terecht is gekomen. Ik ken eerdere artikelen van deze archeologen waarin ze vergelijkbare vondsten dateren op 1,65 miljoen jaar oud. Het is dus een beetje vreemd dat ze hun vondst alleen met de Ethiopische vondsten vergelijken.’
Maar volgens Christopper Lepre, hoofdauteur van het artikel in Nature, gaat Roebroeks te kort door de bocht: ‘Er waren inderdaad wel vermoedens dat het Acheuléen ouder zou zijn, maar de beslissende gegevens die laten zien dat deze periode eerder dan 1,7 miljoen jaar is begonnen, waren tot dusver niet gepubliceerd in wetenschappelijke bladen.’
Na elkaar of naast elkaar?
Wat verder opvalt aan de Franse vondst, is dat er gereedschappen uit zowel het Oldowan als het Acheuléen werden aangetroffen. De eenvoudige technologie is dus blijkbaar niet onmiddellijk verdrongen door de geavanceerdere. Beide technieken hebben naast elkaar bestaan.
Niet zo vreemd, vindt Roebroeks. ‘De Franse onderzoekers zijn geneigd om verschillende technologieën te koppelen aan verschillende menstypen. De ene groep zou over de eerste technologie beschikken, de andere over de tweede. Maar er is ook een stroming die denkt dat verschillende technologieën afhankelijk van de situatie werden ingezet: eenvoudige werktuigen voor simpele klusjes, meer ontwikkelde apparatuur als de omstandigheden daarom vroegen. Ook op andere plekken zijn de verschillende technologieën naast elkaar gevonden, op soms maar een paar honderd meter afstand van elkaar.’
Maar die laatste interpretatie is wel weer moeilijker te rijmen met vondsten buiten Afrika. De eerste mensen verlieten het Afrikaanse continent zo´n anderhalf miljoen jaar geleden al voor het eerst. De overblijfselen uit die tijd laten echter alleen de vroege technologie zien, niet de latere. Dat past goed bij de hypothese dat de groepen mensen die Afrika verlieten alleen over de vroege techniek beschikten.
Christopher Lepre sluit zelfs niet uit dat de groepen die slechts over de oudere technologie beschikten, van het Afrikaanse continent zijn verdreven: ‘Het is mogelijk dat groepen die het zonder de Acheuléense technologie moesten stellen, gedwongen werden om elders een leven op te bouwen’, aldus Lepre.
Maar in de archeologie is weinig echt zeker. Morgen kan een nieuwe vondst worden gedaan die weer een nieuw perspectief biedt op de vroege evolutie van de mens. Een handbijl bijvoorbeeld die laat zien dat de vroege migranten toch over de technieken uit het Acheuléen beschikten. Zeker is nu wel dat die technieken ouder zijn dan tot dusver werd aangenomen.
Christopher Lepre e.a., ‘An earlier origin for the Acheulian’, in Nature, 1 september 2011.
Update, 2 september: Noorderlicht heeft inmiddels inzage gehad in een aantal bronnen waaruit blijkt dat het vroegere begin van het Acheuléen niet zo opzienbarend is als Nature ons doet geloven. In Comptes Rendus Palevol schreef Hélène Roche al in 2003 al over dezelfde site als waar Lepre nu over heeft gepubliceerd in Nature. Ze komt daarbij uit op een ouderdom van tussen de 1,65 miljoen en 1,79 miljoen jaar, waardoor het ‘zonder twijfel een van de oudste Acheuléense assemblages in Afrika is'.
Nog opvallender is dat een van de mede-onderzoekers van Lepre, Sonia Harmand, vier jaar geleden precies dezelfde handbijlen beschrijft die nu weer in het Nature-artikel aan bod komen. In Mitteilungen der Gesellschaft für Urgeschichte schrijft ze de handbijlen in 2007 een ouderdom toe van 1,65 miljoen jaar.
Vreemd dus dat de vondsten in het Nature-artikel alleen met een Ethiopische vondst worden vergeleken. En vreemd ook dat Nature het zo groot op de cover plaatste. ‘De Nature reviewers hebben hier een steek laten vallen’, concludeert Wil Roebroeks, waarbij hij wel aantekent dat Lepre en consorten qua dateringsmethoden uitstekend werk hebben afgeleverd.