Genen in de war

‘Schizofrenie vaak wel genetisch maar niet van ouders geërfd’

  • Door: Elmar Veerman
Schizofrenie
Zoom
Schizofrenie

Ben je schizofreen zonder dat dit elders in je familie voorkomt, dan heb je een flinke kans dat je ziekte te wijten is aan een spontane DNA-afwijking, zeggen genetici na onderzoek bij Zuid-Afrikanen van Nederlandse afkomst.

Schizofrenie
Zoom
Schizofrenie
Wie schizofrenie heeft, ziet de wereld anders dan anderen.

Een kind kan getroffen worden door een erfelijk probleem waar geen van beide ouders ook maar een spatje aanleg voor heeft. En dat komt best vaak voor. Veel verstandelijke handicaps zijn te wijten aan genetische fouten die ontstaan moeten zijn in zaad- of eicellen, toonden Nederlandse onderzoekers vorig jaar aan. Zulke spontane mutaties krijgen nu ook de schuld van een ander geestelijk probleem: schizofrenie.

De term schizofrenie is een verzamelnaam voor allerlei symptomen, waaronder wanen, hallucinaties en verwardheid. Er zijn tientallen DNA-afwijkingen bekend die de kans erop vergroten. Inderdaad zit de ziekte soms duidelijk in de familie.

Maar in sommige families komt schizofrenie als een donderslag bij heldere hemel. Kan er dan toch erfelijkheid in het spel zijn? Een groep onderzoekers uit de Verenigde Staten zocht naar een goede plaats om daar onderzoek naar te doen en kwam uit in Zuid-Afrika, bij het Weskoppies ziekenhuis in Pretoria. Daar stonden 53 schizofreniepatiënten bloed af voor een DNA-analyse, en hun beide ouders ook. Bovendien deden 22 familietrio’s bij wie de ziekte niet voorkwam hetzelfde. Het waren allemaal Afrikaners, wat wil zeggen dat ze van Europese, meest Nederlandse, afkomst waren.

Veertig nieuwe afwijkingen

De onderzoekers, onder leiding van Maria Karayiorgou en Joseph Gogos, werken al heel lang aan schizofrenie en erfelijkheid en hebben eerder belangrijke vondsten gedaan. Nu wilden ze kijken of de Zuid-Afrikaanse schizofreniepatiënten DNA-afwijkingen hadden die niet voorkwamen bij hun ouders. En inderdaad: ze vonden in totaal veertig van zulke nieuwe mutaties, bij 27 van de 53 patiënten. Ruim de helft dus.

Dat hoeft natuurlijk niet te betekenen dat de DNA-foutjes bij al die mensen de oorzaak van de schizofrenie waren. Sterker nog: dat is zeker niet zo. Er zaten namelijk ook twee foutjes tussen die eigenlijk geen gevolgen kunnen hebben , omdat de betekenis van de genetische code er niet door verandert. Het betreffende gen maakt dan nog precies hetzelfde eiwit.

Bovendien bleken spontane DNA-veranderingen ook voor te komen bij de 22 deelnemers zonder schizofrenie. Maar wel veel minder: zeven keer, waarvan vier keer zonder gevolgen voor de betekenis van de genetische code. Betekenisvolle mutaties kwamen dus bij minder dan 1 op de 7 gezonde proefpersonen voor en bij bijna de helft van de schizofreniepatiënten.

Substantiële bijdrage

Dan mag je wel concluderen dat die nieuwe genetische afwijkingen op z’n minst bij een deel van de patiënten iets te maken hebben met het feit dat ze aan schizofrenie lijden. ‘Ons werk laat zien dat nieuwe, eiwit-veranderende mutaties substantieel bijdragen aan de genetische component van schizofrenie’, schrijven de onderzoekers in Nature Genetics, het vakblad waarin ze hun vondsten uit de doeken doen.

In theorie zouden de genetische foutjes en de vatbaarheid voor schizofrenie een gezamenlijke, achterliggende oorzaak kunnen hebben. Maar dat is om twee redenen onwaarschijnlijk, aldus Karayiorgou en haar collega’s. Ten eerste omdat er bij de patiënten veel meer betekenisvolle mutaties werden gevonden dan het toeval kan verklaren. Ten tweede omdat die mutaties opvallend vaak zaten in genen die iets te maken hebben met het zenuwstelsel, en dan ook nog op belangrijke plekken in die genen ook.

Wat verder erg opvallend was: de veertig mutaties bij de schizofreniepatiënten zaten in veertig verschillende genen, en op eentje na was geen enkele daarvan eerder in verband gebracht met schizofrenie. De genetica van deze veelvoorkomende aandoening wordt er door dit onderzoek dus bepaald niet overzichtelijker op.