Loopgraven op de schop

Eerste opgravingen in voormalig concentratiekamp

  • Door: Anne van Kessel
Categories:
Geschiedenis & Archeologie
De blootgelegde loopgraaf in Kamp Amersfoort zal voortaan open blijven voor het publiek. Voor een schoolexcursie bijvoorbeeld. Foto: Anne van Kessel   
Zoom
De blootgelegde loopgraaf in Kamp Amersfoort zal voortaan open blijven voor het publiek. Voor een schoolexcursie bijvoorbeeld. Foto: Anne van Kessel  

Het is zover: de Tweede Wereldoorlog is lang genoeg geleden gevoerd, dat de tijd rijp is om er archeologie op los te laten. Dat gebeurt in Nederland, maar (natuurlijk) ook in Duitsland en Polen.

Middenin het bos bij Amersfoort zijn vier mannen aan het werk. Een graafmachine schept een stuk grond af en enkele mannen staan in een gat in de aarde. Ze zijn in de weer met metaaldetectoren, meetapparatuur en schoppen. Verderop is net een betonnen plaat blootgelegd. Eén van de mannen zit met zijn hoofd voorover gebogen in een kleiner gat en veegt de aarde weg om iets beter te bekijken. Ze zoeken naar militaire spullen en persoonlijke bezittingen; sporen uit de Tweede Wereldoorlog.

Want de Tweede Wereldoorlog heeft meer dan alleen herinneringen achter gelaten. De bodem zit vol met sporen uit deze tijd. Naast stoffelijke resten en niet ontplofte munitie ligt er nog veel meer verstopt in de grond; patroon- en granaathulzen, uitrustingsstukken, persoonlijke bezittingen en wrakstukken van vliegtuigen en voertuigen. Op sommige plekken is de oorlog nog zichtbaar in het landschap in de vorm van loopgraven en schuttersputten.

Sinds 1995 zijn sporen uit de oorlog ouder dan vijftig jaar en kunnen ze als monument worden beschouwd (Monumentenwet artikel 1b). Het speurwerk ernaar behoort dan tot archeologisch onderzoek. Dat gebeurt sinds kort in Nederland, maar al jaren in Duitsland en Polen. De eerste opgravingen in een Nederlands concentratiekamp vinden plaats in Amersfoort. Labyrint redacteur Gerda Bosman en ik namen er een kijkje.

Golfen in een concentratiekamp
Kamp Amersfoort is niet bij veel mensen bekend, hoewel bijna iedereen wel iemand in zijn omgeving moet hebben waarvan een familielid, kennis of vriend er als gevangene heeft gezeten. Het voormalig concentratiekamp ligt in Leusden, aan de rand van Amersfoort. Tegenwoordig raast de A28 er dwars doorheen en gaan er dagelijks mensen aan het werk in een van de kantoorcomplexen die er zijn gebouwd, of slaan ze een balletje op de golfbaan die een groot deel van het voormalig kamp beslaat. Het kamp werd in 1939 in gebruik genomen als kazernecomplex voor Nederlandse militairen die werden ingezet om de verdedigingswerken rond Amersfoort te verbeteren. Vanaf 1941 werd het door Duitsers van de Sicherheitsdienst overgenomen, die het gebruikten als transitkamp voor uitzending naar Duitsland. Kampbeulen en kapo’s maakten er de dienst uit en de gevangenen moesten zwaar werk verrichten. Vele gevangenen in het kamp overleden aan mishandeling en ontbering of ze werden vermoord. Op het terrein zijn enkele massagraven met slachtoffers gevonden.

Bijzondere ontdekking
In november vorig jaar werd er begonnen met de eerste opgravingen in kamp Amersfoort. Deze werden eind maart voortgezet en wij waren erbij. Het is voor het eerst dat archeologen in Nederland in een concentratiekamp de bodem uitkammen.

Ivar Schute, archeoloog, laat ons een kaart van het kamp zien, dat uit drie delen bestond. Een doorvoerkamp, ten noorden daarvan Kamp Amsvorde, waar Nederlandse SS’ers werden opgeleid voor de bewaking van het kamp, en de bijna 350 meter lange schietbaan, die door gevangen is uitgegraven. Schute zoekt in het gebied samen met collega’s naar informatie over loopgraven en stellingen. De functie en datering hiervan was lang onduidelijk. ‘In november vonden we in een van de stellingen een betonnen grondplaat, waarschijnlijk voor licht luchtafweergeschut van de Duitsers, die het in gebruik hadden om hun kamp hierachter te bewaken. Dat was een bijzondere ontdekking.’ Inmiddels kan hij die vermoedens bevestigen.

‘Gisteren kreeg ik een telefoontje van een ooggetuige die over de opgravingen had gehoord. Hij vertelde dat hij de oorlog als 14-jarig jongetje heeft meegemaakt. Hij zag het luchtafweergeschut in werking en kreeg de granaten voor zijn voeten geworpen.’ Op het kamp zelf zijn alleen bijna geen sporen van munitie gevonden. ‘We zien veel sporen van schatgravers die met detectoren waarschijnlijk een hoop uit de grond hebben gehaald. Ook speelden de padvinders, die tot voor kort hun blokhutten hiernaast hadden, hier veel. We hebben een padvindersconsumptie munt gevonden. Hoe vreemd ook, dit gebied vormt een mooi speelterrein, terwijl je nog steeds binnen de grenzen van een concentratiekamp zit waar ook massagraven liggen. Zodra wij menselijke resten vinden, moeten we het onderzoek trouwens onmiddellijk overdragen aan defensie dus wij graven niet in de buurt van de massagraven.’

Slangenleer
Het graafwerk heeft ook licht geworpen op de constructie van de bijbehorende loopgraaf: deze was voorzien van houten wanden. De sporen hiervan vond Ivar terug in het zand. ‘We hoopten eigenlijk op basis van het gebruikte materiaal uitsluitsel te kunnen geven over de herkomst; Duits of Nederlands . Helaas is de loopgraaf erg ‘vondstarm’ en wát we vinden is een beetje Nederlands en Duits. Er blijven dus raadsels over.’

Terwijl we praten over het luchtafweergeschut en de loopgraaf, doet collega Jobbe Wijnen een vondst in een nabijgelegen schuttersputje. Tegen de wand, verstopt onder donkere aarde, komt een groen slangenprintje op een stuk kunstleer tevoorschijn. Ook vindt hij een leren riempje. Wijnen: ‘Waarschijnlijk is dit een patroontas geweest, maar de soort had ik niet snel verwacht bij een Duitse soldaat…’

Verder gravend vindt hij een stukje papier dat door de tas goed beschermd is gebleven. ‘Ik kan het zelfs nog lezen. Er staat iets van: “In den beginnen… Mijn boekje… nou… dauw… aarde….” Het heeft iets Bijbels, maar dat “mijn boekje” dan weer niet.’ Schute: ‘Deze vondsten gaan nu eerst naar een specialist, pas over een paar weken kunnen we zeggen wat het is’. Ook al is het kamp grotendeels leeggeroofd, er valt dus nog genoeg te ontdekken.

Bananendozen vol met puzzelstukjes
Vijfendertig kilometer ten noorden van Berlijn bij het plaatsje Oranienburg ligt voormalig concentratiekamp Sachsenhausen en ook hier wordt gezocht naar puzzelstukjes uit de Tweede Wereldoorlog. Het kamp opende in juli 1936, toen de SS vijftig gevangen van kamp ‘Esterwegen’ naar Oranienburg brachten om daar kamp ‘Sachsenhausen’ te bouwen. In de begindagen van het kamp zaten er vooral veel politieke tegenstanders en echte, of vermeende, criminelen. Tussen 1936 en 1945 kwamen daar ook Joden, homoseksuelen, Jehova’s getuigen en zigeuners bij. In totaal hebben er meer dan 200.000 mensen gevangen gezeten. Archeologe Claudia Theune worstelde zich met haar studenten door een enorme berg afval die tot voor kort lag begraven op het terrein. Gerda Bosman zocht haar op. In de 5500 kilo gebruiksvoorwerpen en resten daarvan trof ze onder meer tubes tandpasta, een bowlingbal, kunstgebitten, meer dan honderd lepels en maar één vork aan. Met alle spullen hoopt Theune, net als Schute, het verhaal van het kampleven weer een beetje naar boven te halen.

Labyrint Radio wijdt aanstaande zondag 1 mei een hele uitzending aan de archeologie van de Tweede Wereldoorlog. Enkele specialisten op het gebied van deze bijzondere tak van archeologie zijn te gast (archeoloog Ruurd Kok en Dirk Mulder, directeur van herinneringencentrum Kamp Westerbork) en tevens hoort u reportages van de opgravingen in Kamp Amersfoort en Sachsenhausen. Labyrint Radio zendt iedere zondag live uit tussen 20.00 en 21.00 op radio 1.