Denkers en religie

NRT-recensie: 20e eeuws denkwerk over godsdienst gebundeld

Noorderlicht denkers en religie
Zoom
Noorderlicht denkers en religie

Deskundigen die schrijven over grote 20e eeuwse denkers en hun gedachten over religie: het levert een boek op dat niet voor iedereen geschikt is. Maar ‘Denkers en religie’ is een aanrader voor filosofieliefhebbers.

In 1985 begonnen Hans Achterhuis, Jan Sperna Weiland, Sytske Teppema en Jacques De Visscher de redactie van het losbladige Kritisch Denkerslexicon, een encyclopedisch overzicht van het gedachtegoed van de 225 grootste denkers van de twintigste eeuw. Al jaren wordt gesteld dat dit lexicon bijna voltooid is. Af en toe verschijnt er een spin-off van dit project in boekvorm. Enkele jaren geleden verscheen De denkers: Een intellectuele biografie van de twintigste eeuw (Amsterdam: Contact 1999) en nu is er dan een boek waarin het denken over religie centraal staat.

Dit boek behandelt 39 denkers die iets over godsdienst te melden hadden of die persoonlijk iets met godsdienst hadden. Het gaat om filosofen, theologen, godsdienstwetenschappers, psychologen, sociologen, cultureel antropologen, en zelfs juristen. Je komt er uiteraard grote namen in tegen als William James, Nietzsche, Bultmann, Barth, Tillich, Rahner, Levinas en Karen Armstrong, maar toch ook (bij het grotere publiek) onbekendere denkers als Vladimir Solovjov, Armand Loisy, Daisetz Suzuki, en Nikolaj Berdjajev. De bijdragen zijn voor het grootste deel geschreven door vooraanstaande deskundigen. De opbouw van het boek is chronologisch, waarbij het geboortejaar van de beschreven denker tot uitgangspunt is genomen. De opbouw van ieder artikel is dezelfde: eerst een biografische schets, dan een overzicht van het (hoofd)werk van de denker, en vervolgens een korte evaluatie.

Religie niet altijd centraal
Al met al is het een boeiende encyclopedie geworden. De meeste artikelen zijn toegankelijk geschreven, uitzonderingen daargelaten (zoals het zeer goede maar moeilijke artikel over Karl Rahner). Niet in alle artikelen staat religie even centraal. Zo is William James weliswaar een pionier op het gebied van de godsdienstpsychologie, maar Douwe Draaisma beschrijft James’ visie op religie hier wel heel summier. Ook in Ger Groots artikel over Nietzsche zijn Nietzsches ideeën over religie slechts bijzaak. Dit komt natuurlijk omdat de artikelen van het Kritisch Denkerslexicon religie niet centraal hebben staan, maar een algemene beschrijving van de denker in kwestie geven.

In de goede inleiding, die tevens een landkaart is van het hele boek, beschrijft Jan Dirk Snel hoe in de twintigste eeuw de situatie van religie begon te schuiven. Zo werd geloof aangevochten; religie werd een sociaal verschijnsel. Theologie ging door, maar er waren in de twintigste eeuw grote vernieuwingen die tot op vandaag doorspelen. En onder invloed van een globaliserende en pluraliserende wereld kwamen andere vormen van spiritualiteit op en ontstond er belangstelling voor andere religieuze tradities. De artikelen in dit boek laten zien hoe de verschillende denkers op deze ontwikkelingen reageerden.

Atheïsme
Het boek is de moeite waard, vooral omdat het de context laat zien waarin huidige discussies over religie (bijvoorbeeld over atheïsme of de verhouding tussen religie en politiek) geworteld zijn. Toch is er ook wel het een en ander op het boek aan te merken. Zo is het boek erg op het verleden gericht. Dat is niet verwonderlijk, gezien het feit dat het Kritisch Denkerslexicon zich op de twintigste eeuw richt. Daarmee ontstaat echter wel het beeld dat het denken over religie met Karen Armstrong – sowieso een vreemde eend in deze bijt, omdat ze meer een beschrijvende historica is dan een originele denker – tot een einde is gekomen.

In het boek ontbreken denkers als Ludwig Wittgenstein, Etty Hillesum, Paul Ricoeur, Jacques Derrida en Charles Taylor, maar ook islamitische denkers als Tariq Ramadan (de islam ontbreekt in dit boek overigens geheel) die over religie hebben geschreven en ook vandaag nog op het denken over religie grote invloed uitoefenen. Sommige van deze denkers (zoals Wittgenstein, Ricoeur en Derrida) komen wel in het Kritisch Denkerslexicon voor, maar in hun beschrijving is weinig tot niets over hun ideeën ten aanzien van religie te vinden, wat wellicht verklaart waarom ze niet in dit boek zijn opgenomen.

Er zijn meer kritiekpuntjes te noemen, zoals het feit dat in dit boek slechts drie vrouwelijke denkers voorkomen, of dat de grote theologen alle door Jan Sperna Weiland worden beschreven, die een nogal babbelende en oppervlakkige manier van schrijven heeft en weinig zicht op actuele discussies over het werk van de beschreven denker. De vraag is ook hoe actueel sommige artikelen nog zijn, aangezien een deel van de auteurs van de artikelen al enige jaren geleden is overleden.

Foutjes in de layout
Ten slotte zitten er storende foutjes in de literatuurlijsten (zoals verdubbelingen in het artikel van Levinas), en foutjes in de layout (veel niet-inspringende alinea’s en tussenstreepjes die soms kort, soms lang zijn).

Ondanks deze minpunten is dit encyclopedische boek voor lezers die geïnteresseerd zijn in vragen omtrent filosofie en religie zeer aan te raden. De bijdragen zijn betrouwbaar vanwege de expertise van de auteurs en de prijs is voor dit stevig ingebonden en lijvige boek niet onacceptabel. Het maakt bovendien nieuwsgierig naar de overige artikelen van het Kritisch Denkerslexicon.

Taede Smedes – Noorderlicht recensieteam

Titel: Denkers en religie: Kritiek, traditie en nieuwe oriëntatie in de twintigste eeuw
Redactie: H. Achterhuis, J. Sperna Weiland, S. Teppema en J. De Visscher
Uitgever: Veen, 2010
534 pagina’s, EUR 34,95
ISBN 9789085710806