'Ik denk dat in de 21ste eeuw het inzicht zal doorbreken dat we moraal beter niet kunnen funderen in godsdienst. Godsdienst is een mooie zaak, maar het is niet geschikt als basis voor de moraal. Godsdiensten houden de samenleving steeds meer verdeeld. Het zijn vaak juist de wat agressievere vormen van religiositeit die een aanhang krijgen. Daarom is het van grote betekenis dat we ons gaan bezinnen op een moraal die losstaat van de godsdienst. Want moraal moet ons verenigen. Dat is in feite een overlevingsvoorwaarde geworden.
In het verleden had de moraal vrijwel altijd een godsdienstige basis. Grote wereldgodsdiensten hebben altijd uitspraken gedaan over moraal, en morele inzichten gerechtvaardigd door te verwijzen naar schriftpassages of uitspraken van heilig verklaarde personen. Dat vinden we ook min of meer vanzelfsprekend. Maar als je erover gaat nadenken, dan is het dat eigenlijk helemaal niet.
Voorbij de tien geboden
Gelukkig is een religie-vrije moraal heel goed mogelijk. Je kunt een ethiek prima baseren op nuttigheid en op redelijkheidsoverwegingen. Door je te bezinnen op ethiek en moraal, kun je tot die bevinding komen. Het is nu al zo dat we de helft van de tien geboden hebben afgeschaft. Er wordt wel gedaan alsof die allemaal nog gelden, maar dat is helemaal niet het geval. We werken gewoon op de sabbat, bijvoorbeeld. Het idee dat de hele moraal zou zijn gefundeerd op de tien geboden, is eigenlijk net zo vreemd als dat de hele natuurkunde zou zijn gebaseerd op de geschriften van Newton. De geschiedenis schrijdt voort, het is dus heel gekunsteld om je te baseren op inzichten uit een ver verleden.
Dat proces is ook al in volle gang. Na WOII is er in 1948 een lijst van mensenrechten geproclameerd door de Verenigde Naties die een grote mate van aanhang heeft gekregen, en die is niet op enige religie gebaseerd. En er zijn allerlei indicaties dat het, ondanks religieuze tegenstellingen, toch mogelijk is om anderen te bereiken in een moreel gesprek. Er komen in de ethiek steeds meer mensen die dat perspectief gaan aanhangen. Het is altijd moeilijk om te profeteren, in het bijzonder over de toekomst, maar ik denk dat een seculiere moraal over zo’n tweehonderd jaar wel gerealiseerd zal zijn.
Het kan wél
Filosofen en wetenschappers kunnen daarbij helpen. Door te laten zien dat het kan. Veel mensen denken: dat kan niet, moraal kan toch niet in de lucht hangen? Nou, daar kunnen wetenschappers wel iets over zeggen, namelijk dat het wel degelijk kan. [Een voorbeeld is de
The New Science of Morality-conferentie die onlangs in de VS werd gehouden, red.]
Fanatici zullen natuurlijk de laatsten zijn die zich hierdoor laten overtuigen. Je moet ook niet verwachten dat Osama Bin Laden denkt: goh, wat een leuk idee! Maar het gekke is dat nou ook bij allerlei hele vriendelijke mensen, die een keurig leven leiden, het idee leeft dat moraal een godsdienstige basis moet hebben. ‘Desmond Tutu heeft toch ook met aan het Christendom ontleende argumenten de apartheid afgeschaft,’ zeggen ze dan, ‘wat is daar nu op tegen?’ Op het eerste gezicht is daar niets op tegen, maar als je je realiseert dat die apartheid ook is ingesteld op basis van religieuze argumenten, dan is de vraag of die argumenten wel zo goed zijn. Daarom geef ik de voorkeur aan een rechtvaardiging van moraal die geen beroep doet op godsdienst.
Ook dan blijft er natuurlijk allerlei ellende in de wereld. Het blijft zo dat een man vreemdgaat en een vrouw hem laat vermoorden, en het blijft zo dat er oorlogen worden gevoerd om de olie in een bepaald gebied. Maar er is dan wel een gedeeld kader op basis waarvan je een beter, redelijker gesprek kunt voeren over moraal. Kijk bijvoorbeeld naar het Israelisch-Palestijnse conflict. Het zou erg fijn als daar niet steeds argumenten doorheen fietsten over welk stukje land 4.000 jaar geleden van welke partij was. Dat soort argumenten valt dan weg. En dan mag je aannemen dat bepaalde problemen makkelijker tot een oplossing komen.'
Tekst: Bouwe van Straten