Hier komt de real time

De straat op of gamend de Matrix in?

De cover van Van Kranenburgs boek, 'The Internet of Things', een kritiek op alomtegenwoordige technologieen als RFID.
Zoom
De cover van Van Kranenburgs boek, 'The Internet of Things', een kritiek op alomtegenwoordige technologieen als RFID.

De jongere generatie beleeft tijd fundamenteel anders dan de oudere. Dat kan leiden tot een breuk, maar ook tot een mooie kruisbestuiving, denkt innovatieconsultant Rob van Kranenburg.

** Dit artikel maakt deel uit van het dossier 'Onderschatte ideeën' **

“Tot voor kort leefde iedereen in de chronologische tijd. We ervoeren tijd als een soort denkbeeldige lijn waar we overheen liepen, met allerlei gebeurtenissen achter ons en het onbekende voor ons. Dat idee hebben we allemaal meegekregen, het was een gedeelde werkelijkheid. Het stelde alle mensen in alle dorpen en steden in staat om hun dagindeling op elkaar af te stemmen. Onze westerse cultuur en ons idee van vooruitgang zijn erop gebaseerd.

Dat kunnen we de Renaissance-tijd noemen. Het overheersende medium in de chronologische tijd was het gedrukte woord. Dat gedrukte woord kon eeuwenlang gecontroleerd worden door koningen, priesters en de staat. Ook nu controleert de staat nog veel, denk bijvoorbeeld aan vergunningen voor omroepen en allerlei andere media.

Maar steeds meer mensen, vooral jongeren, hebben een heel andere beleving van tijd. Ze leven in real time. Ze hoeven niet meer te wachten tot ze iemand ontmoeten of tot informatie wordt gedrukt. Het overheersende medium in de real time is het internet. Mensen staan continu in contact met al hun vrienden en bekenden, met hun tribe, en hebben alle informatie altijd beschikbaar. Daardoor ben je continu in staat om op een andere plaats te zijn dan waar je eigenlijk bent. Je kunt met je iPhone de hele wereld over en tegelijkertijd met allerlei projecten bezig zijn.

Het internet is, in tegenstelling tot het gedrukte woord, ook fundamenteel democratisch – iedere bit wordt even snel doorgegeven, ongeacht van wie die afkomstig is. Dat stelt oude instanties voor enorme problemen. Al die instanties zijn namelijk gebouwd op klassieke, hiërarchische modellen, waarin informatie wordt gefilterd en delen geheim worden gehouden.

Tweesprong
Wat je nu ziet, is dat die twee tijdsbelevingen beginnen langs elkaar heen te lopen. Ik verwacht dat die twee werelden steeds meer gaan botsen. Ik denk dat mensen onderschatten wat de gevolgen daarvan kunnen zijn.

Alle instanties, vooral die te maken hebben met macht en verantwoordelijkheid, zitten met de handen in het haar. We zitten nu in een periode waarin de solidariteit die er de afgelopen eeuwen is geweest, onder druk staat. Die solidariteit is gevormd langs de lijnen van nationale staten, maar wat is er nog over van ons land?

Een groot deel van de wetgeving komt uit Brussel, we hebben geen eigen munt meer, en instrumenten zijn sinds de jaren 50 steeds meer geprivatiseerd. Waarom zouden jongeren zich nog solidair voelen met een land dat feitelijk niet meer bestaat? Daar zou Europa voor in de plaats moeten komen, maar daar voelen maar weinig mensen voor. En ondertussen beschikken burgers over bijna dezelfde middelen als staten. Geen wonder dat mensen zich afvragen: waarom moet ik de helft van mijn geld afstaan, om in ruil daarvoor voorgeschreven te krijgen waar ik mag roken?

Breuk
Ik hoop dat mensen zich blijven realiseren dat we elkaar nodig hebben. Want onze hele samenleving, onze hele economie zit zo in elkaar dat we niet zonder elkaar kunnen. Ik wil best een flink deel van mijn inkomen afstaan in ruil voor onderwijs, zorg en een sociaal vangnet. Maar tegelijkertijd hangt er een relletje in de lucht, een revolutie. Mensen voelen zich steeds minder solidair met elkaar, of hooguit met hun eigen groep. Waarom zouden die zich überhaupt nog verhouden tot een land dat feitelijk niet meer bestaat?

Wat ik hoop, is dat er een combinatie komt van het beste van beide werelden. Het is gevaarlijk om het kind met het badwater weg te gooien. We hebben namelijk beleid nodig met betrekking tot mondiale aangelegenheden zoals klimaatverandering. Het zou mooi zijn om dat te koppelen aan de logica die op dit moment in het netwerk heerst: het delen van data, de afwezigheid van copyrights en het vertrouwen in mensen. Je ziet dat in samenwerkingsverbanden die overal uit de grond springen, van Linux tot open source hardware. Delen en samenwerken is bijna een instinct van de nieuwe generatie.

Hippiemoment
Tegelijkertijd is het de vraag of ze wel als generatie kunnen optreden. Ze benadrukken bij voorkeur hun individualiteit, en voelen zich vooral solidair met hun eigen netwerken. Ze zijn voorlopig vooral drager, geen speler. En dan zou het zomaar kunnen dat ontevreden burgers wel actie ondernemen, die alleen maar nog meer in hun auto’s willen rondrijden, en willen consumeren, en dat niet willen delen met andere mensen, en zeker niet met buitenlanders.

Daarom zeg ik ook tegen mijn studenten: ‘Ga de straat op, onderneem actie. Jullie zijn aardig, jullie delen en werken samen, jullie zijn in staat enorme hoeveelheden informatie te verwerken. Jullie hebben alle eigenschappen die we nodig hebben om een betere wereld te creëren. Grijp je kans voor het te laat is. Als je dat niet doet, leven je kinderen straks net als jij in een wereld die ze niet begrijpen, met enorm veel ellende waarvan ze het gevoel hebben dat ze er niets aan kunnen doen. Als je dat wilt, dan moet je nu gewoon niets doen. Dan moet je gewoon lekker gamend de Matrix in gaan.’”

Tekst: Bouwe van Straten

Rob van Kranenburg is innovatieconsultant en houdt zich bezig met de manier waarop we met nieuwe technologieën (moeten) omgaan. Hij schreef The Internet of Things, een kritiek op het netwerk van RFID-chips en andere verweven technologieën. Hij was eerder dit jaar te zien in de Labyrint-uitzending Digitale Sporen.