Leef gezond, neem een volkstuin

- Zoom
- Volkstuintjes zijn beslist geen Nederlands fenomeen. Hier zie je bijvoorbeeld een volkstuincomplex in Groot Brittannië. (foto: C G Burke / Wikimedia).
Zestigplussers met een volkstuin zijn gemiddeld gezonder dan leeftijdsgenoten die liever binnen rondhangen.
In de 19e eeuw sprongen ze door heel Europa als paddenstoelen uit de grond: volkstuinen. Deze bonte verzamelingen van lapjes grond waren bedoeld om de arme stadsbewoners in staat te stellen groente en fruit voor zichzelf te verbouwen. Tegenwoordig bestaat die noodzaak van je eigen voedsel verbouwen voor veel mensen niet meer, maar zijn volkstuinen nog altijd behoorlijk populair. En terecht, volgens Wagenings onderzoek dat deze week wordt gepubliceerd: volkstuinbezitters zijn fitter en tevredener met hun leven dan mensen zonder zo’n extra buitentuintje.
Voor het onderzoek, dat is gepubliceerd in het blad Environmental health, ondervroegen Agnes van den Berg en haar collega’s 121 volkstuineigenaren over zaken als gezondheid, stress en levensgeluk. Over diezelfde zaken ondervroegen ze, als controlegroep, ook 63 buren van mensen met een volkstuin.
De hobbytuiniers scoorden op veel vlakken beter dan hun niet-tuinierende buren. Vooral zodra ze rond of boven de pensioengerechtigde leeftijd zaten. Zestigplussers die regelmatig in hun volkstuintje werken krijgen meer beweging, hebben minder last van gezondheidsklachten en gaan minder vaak naar de huisarts dan hun leeftijdsgenoten die zich niet aan een tuin wagen. Bovendien voelde 86 procent van de eigenaars zich minder gestrest na een bezoekje in de tuin. En deed een dagje spitten en schoffelen bij maar liefst 91 procent van hen het algemene geluksgevoel toenemen. Reden voor de onderzoekers om te roepen dat volkstuintjes, die nogal eens bedreigd worden door uitbreidingsplannen van stedenbouwers, vooral gekoesterd moeten worden.
Nadine Böke