In metaforen
Hoe wetenschap kon ontstaan

- Zoom
- Vandaag een boekenworm ...
Onze voorouders waren 10.000 jaar geleden jagers-verzamelaars. Er was nog geen spoor van wetenschap, filosofie of andere abstracte bezigheden. Tegenwoordig is ‘hoofdwerk’ een essentieel onderdeel van het leven. Waar komt dat typisch menselijke vermogen vandaan?
‘Psychologie zal een nieuw fundament krijgen,’ schreeft Darwin aan het einde van zijn Origin of Species. ‘Er zal licht worden geworpen op het ontstaan van de mens en zijn geschiedenis.’ De reden? Zijn evolutietheorie. Bescheidenheid kan hem niet worden verweten, maar het lijkt er steeds meer op dat hij gelijk gaat krijgen. Evolutionaire psychologie is een invloedrijke wetenschap in opkomst.
Een van de voortrekkers van deze stroming is Steven Pinker, een taalwetenschapper wiens boeken al jaren als warme broodjes over de toonbank gaan. In How the mind works en The language instinct legt hij onvermoeibaar uit hoe onze geestelijke vermogens een product van de evolutie zijn.
Abstracte zaken
Maar zoals het een jonge wetenschap betaamt, zijn er nog genoeg vragen te beantwoorden. Een van die vragen is: hoe is het mogelijk dat mensen het vermogen hebben om zich met abstracte zaken als wetenschap, wiskunde, filosofie en rechten bezig te houden, terwijl die vermogens bij jager-verzamelaars, dus nog maar 10.000 jaar geleden, nog niet bestonden?
Precies die vraag probeert Pinker te beantwoorden in een nieuw artikel in PNAS. Zijn antwoord is een tweetrapsraket. Eerst beschrijft hij hoe de menselijke intelligentie zich zo sterk kon ontwikkelen, vervolgens laat hij zien hoe het gebruik van metaforen tot nieuwe, onvermoede mentale vermogens leidde.
Een evolutionaire verklaring begint altijd bij tactieken om te overleven. Het is eten of gegeten worden. ‘Elke voedselbron van het ene dier is een vitaal lichaamsdeel van een ander organisme. De enige uitzondering is fruit,' aldus Pinker. Een succesvolle soort heeft een succesvolle strategie om te overleven.
Slim, sociaal en sprekend
Bij de mens is die strategie: slimmer zijn dan andere soorten. Doorzien welke gevolgen bepaalde acties hebben, en die informatie gebruiken om nieuwe strategieën te ontwikkelen. Dat leverde drie typisch menselijke eigenschappen op: Het gebruik van technologieën – zoals gereedschappen om prooi te vangen, eten te koken en medicijnen te maken – samenwerking – bijvoorbeeld het drijven van handel met mensen buiten de familie of stam – en taal – waarmee allerlei informatie kon worden uitgewisseld.
Die ontwikkeling van taal, technologie en samenwerking met vreemden kan goed verklaren waarom de mens zo’n succesvolle soort werd, aldus Pinker. Maar het verklaart nog niet hoe de mens zich abstracte vaardigheden als filosofie en wetenschap eigen kon maken. Daarvoor neemt Pinker zijn toevlucht tot een fenomeen dat bekendstaat als metaforische abstractie.
Als je zegt ‘Jan gaat van Amsterdam naar Utrecht’, dan wordt letterlijk een beweging uitgedrukt, maar als je zegt ‘ De erfenis gaat naar Jan’, dan is de beweging niet letterlijk, maar metaforisch. Door het gebruik van dergelijke metaforen raakte de mens steeds meer gewend aan abstracte begrippen. Langzamerhand begon hij relaties te ontdekken tussen die begrippen en ontstond een soort abstract domein waarin de menselijke intelligentie zich verder kon ontwikkelen.
In dat domein kon de mens alle handige trucjes gebruiken die hij zich in de loop van zijn geschiedenis had eigen gemaakt om andere soorten te slim af te zijn. Denk daarbij aan zaken als inzicht in complexe situaties, (sociale) intelligentie en begrip van oorzakelijke verbanden. Door de menselijke gehaaidheid op al die vlakken toe te passen in het abstracte domein, konden wetenschap, filosofie en andere abstracte bezigheden ontstaan.
Geestige genen
Tot zover Pinker's theorie. Is er ook bewijs voor? Nog niet zoveel. Het is dus voorlopig een hypothese. Maar er zijn wel manieren om die te testen: door genetisch onderzoek te doen. De ontwikkeling van de moderne mens moet gepaard zijn gegaan met de selectie van genen die een belangrijk effect hebben op intelligentie, taal en sociaal gedrag. Dat zou dus betekenen dat de ontwikkeling van onze geestelijke vermogens is af te lezen uit ons erfelijk materiaal. Recente ontdekkingen wijzen volgens Pinker inderdaad in die richting.
Hij staat overigens niet alleen in het belang dat hij hecht aan metaforen voor de ontwikkeling van de geestelijke vermogens van de mens. De taalwetenschapper George Lakoff (onlangs nog te gast in Tegenlicht) ziet in metaforen ook de sleutel tot de ontwikkeling van het menselijk denken. Denken zonder metaforen is volgens hem alleen maar mogelijk als je het over de puur fysieke werkelijkheid hebt.
Intelligentie en creativiteit
Een vraag die Pinker in zijn artikel niet beantwoordt, is hoe de mens die abstracte vermogens heeft kunnen ontwikkelen. Is het een slimme tactiek om te overleven? Is het een ‘pauwestaart’ - een eigenschap die de kans op overleven niet vergroot, of zelfs verkleint, maar aantrekkelijk is voor het andere geslacht? Of is het gewoon een bijproduct - een eigenschap die evolutionair gezien onbelangrijk is?
'Dat weten we pas zeker als we de bijbehorende genen hebben gevonden,' zegt Pinker desgevraagd. 'Maar ik denk dat het vermogen om conceptuele metaforen te begrijpen wel een overlevingsvoordeel bood. Het lijkt sterk op algemene intelligentie, dat immers gemeten wordt met vragen over gelijkenissen en analogieën.'
'Het zou ook kunnen dat conceptuele metaforen net zo sterk verbonden zijn met creativiteit als met intelligentie', gaat hij verder. 'Mijn persoonlijke vermoeden is dat ook creativiteit een overlevingsvoordeel bood, hoewel we daarvoor nog geen direct bewijs hebben.'
Misschien is die vraag ook nog wat voorbarig, en moeten we eerst maar eens afwachten wat het genenonderzoek oplevert. Maar als dat Pinker's ideeën onderschrijft, dan zou dat een interessant nieuw licht werpen op de mens en zijn geschiedenis.
Bouwe van Straten
Steven Pinker, ‘The cognitive niche – Coevolution of intelligence, sociality, and language’, in Proceedings of the National Academy of Sciences, 3 mei 2010.