Wallace nietes
George Beccaloni beheert de wetenschappelijke nalatenschap van Alfred Russel Wallace

- Zoom
- In het Natural History Museum in Londen beheert ‘rottweiler’ George Beccaloni de wetenschappelijke nalatenschap van die andere bedenker van de evolutietheorie: Alfred Russel Wallace.
In het Natural History Museum in Londen beheert ‘rottweiler’ George Beccaloni de wetenschappelijke nalatenschap van die andere bedenker van de evolutietheorie: Alfred Russel Wallace. ‘Sommige mensen vereren Darwin als een god en proberen Wallace’ aandeel te minimaliseren. Ik vind dat geschiedvervalsing.’
Er is geen betere plek om Darwins evolutietheorie in haar volle glorie tot je te laten doordringen dan het Natural History Museum in Londen. Dit kolossale gebouw herbergt zo ongeveer ieder wonder van de schepping. Van de grootste dinosaurus tot het kleinste kevertje, hier zijn ze allemaal vertegenwoordigd. De zogeheten Faith Room, vlakbij de achteringang, waar ‘mensen van alle gezindten een moment van rust kunnen vinden’, lijkt dan ook enigszins misplaatst, maar misschien is die bedoeld om bezoekers die hier definitief van hun geloof vallen wat privacy te gunnen.
Het Natural History Museum is niet alleen een museum, maar ook een wetenschappelijk instituut, waar meer dan honderd onderzoekers werken. Een van hen is entomoloog George Beccaloni, hoofd afdeling kakkerlakken, termieten, oorwurmen, sprinkhanen, wandelende takken en krekels. Maar ook de man die de wetenschappelijke nalatenschap van Alfred Russel Wallace naar het museum haalde en zich sindsdien ‘Wallace’ rottweiler’ noemt. Onvermoeibaar ijvert hij voor herwaardering van Wallace, die na zijn dood snel vergeten raakte, maar die bij leven volgens Beccaloni de beroemdste wetenschapper ter wereld was. Zijn boek, The Malay Archipelago, in 1869 verschenen en het lievelingsboek van Joseph Conrad (en Redmond O’Hanlon, zoals vorige week in deze gids te lezen viel), wordt nog altijd herdrukt, maar dat is toch lectuur voor gevorderden. De meeste mensen hebben domweg geen idee wie Alfred Wallace was. Alle reden dus om zijn nalatenschap, die in dit museum bewaard wordt, maar niet voor publiek toegankelijk is, eens te bekijken.
Verwaarloosd graf
Wie een afspraak heeft met een medewerker van het Natural History Museum, krijgt te maken met een onwaarschijnlijk strenge persdienst. Niet één maar twee medewerkers, escorteren ons naar de Rare Books Room. Daar heerst een sacrale stilte. Aan de leestafel wacht ons George Beccaloni. Introducties worden zo zacht gefluisterd dat niemand elkaar verstaat, maar stemverheffingen worden in deze ruimte niet op prijs gesteld. In ganzenpas volgen we alweer een nieuwe museummedewerker naar de zaal waar de Wallace-collectie wordt bewaard. Hier wordt ook de kunstcollectie van het museum bewaard, volgens Beccaloni de grootste ter wereld op natuurhistorisch gebied. Zware groene gordijnen bannen ieder streepje daglicht uit. In een donker hoekje prijkt een fraai, houten kabinet; een replica van de kast die een broer van Alfred Wallace ooit maakte om diens kostbare boeken en geprepareerde insecten veilig in op te bergen. De originele kast is nog in familiebezit.
Een voor een worden de glazen deuren ontsloten, waarna de sleutelhouder zich tot nader order terugtrekt. Zo niet de persmedewerkers. Die flankeren Wallace’ rottweiler terwijl hij staande voor de kast vertelt hoe hij in 1998 in Dorset op zoek ging naar het graf van zijn held. Tot zijn schrik kon hij het nergens vinden. Uiteindelijk bleek het hevig verwaarloosd en overwoekerd door onkruid. De plaquette met Wallace’ naam erop was alleen nog leesbaar vanuit de conifeer die boven het graf uittorende. De wortels van diezelfde conifeer waren druk bezig het graf verder te ruïneren. Doodzonde, vond Beccaloni. Hier lag immers een van Engelands grootste natuurwetenschappers ooit begraven. De grafrechten bleken te berustten bij de twee kleinzonen van Wallace. George sprokkelde een paar duizend pond bijeen en vroeg de twee bejaarde heren toestemming om het graf in ere te herstellen.
Dat is de reden dat we nu voor deze kast staan. Want de nazaten van Wallace bleken te beschikken over een indrukwekkende collectie spullen van hun grootvader: notitieboekjes, brieven, boeken en honderden geprepareerde insecten die hij op zijn jarenlange reizen verzamelde. ‘Ze hadden die verzameling al eens aangeboden aan de universiteit van Cambridge, waar ook de Darwin-collectie grotendeels bewaard wordt, maar die had geen belangstelling.’ Beccaloni zegt het met hoorbare bitterheid, het tekent volgens hem de onverschilligheid waarmee Wallace in Engeland wordt bejegend.
Gepaste eerbied
En dat terwijl hij bij leven een grootheid was. ‘Ik durf wel te stellen dat hij de beroemdste wetenschapper ter wereld was toen hij stierf. Zijn dood was nieuws voor kranten over de hele wereld.’ Hij pakt er een map bij, waarin de necrologieën die er destijds over Wallace verschenen, verzameld zijn. ‘Eenvoudige begrafenis voor een groot man’ en ‘De laatste grote Victoriaan,’ kopten kranten destijds. ‘Meteen na zijn dood heeft een groep wetenschappers geprobeerd Wallace in Westminster Abbey, waar ook Darwin ligt, te laten bijzetten,’ vertelt Beccaloni, ‘dat is een enorme eer, maar Wallace had te kennen gegeven gewoon op de lokale begraafplaats begraven te willen worden.’
Het kenmerkt het verschil tussen Darwin en Wallace. Bij leven achtten ze elkaar hoog. Niet voor niets droeg Wallace The Malayan Archipelago aan Darwin op. Beccaloni slaat het exemplaar van Wallace zelf met gepaste eerbied open:
‘To Charles Darwin, author of On the Origin of Species, I dedicate this book, not only as a token of personal esteem and friendship, but also to express my admiration for his genius and his works.’
Darwin op zijn beurt zorgde ervoor dat Wallace, die slecht met geld kon omgaan, een staatspensioen ontving. ‘Dat was heel ongebruikelijk,’ legt Beccaloni uit, ‘alleen mensen met uitzonderlijke verdiensten voor het Britse rijk kwamen daarvoor in aanmerking. Darwin diende samen met een aantal collega-wetenschappers een petitie in bij de regering om Wallace zo’n pensioen toe te kennen. Uiteindelijk is dat gelukt, omdat Darwin zoveel invloedrijke connecties had.’
Grote waarde
Op 1 juli 1858 werd een onooglijk bundeltje essays gepresenteerd aan de gezaghebbende Linnean Society of London. De auteurs: Charles Darwin en Alfred Wallace. Beide heren zetten hierin hun gedachten uiteen over het ontstaan van nieuwe diersoorten door het proces van natuurlijke selectie. Haast teder haalt Beccaloni uit een plastic mapje het bruine boekje tevoorschijn dat destijds zoveel teweeg bracht en dat door Darwin zelf naar Wallace werd gestuurd, die toen nog in de Maleise archipel rondzwierf. ‘Dit,’ zegt hij met pathos, ‘is zonder twijfel het kostbaarste stuk uit de collectie. Het is van onschatbare waarde en is zeker meer dan een miljoen po…’ ‘O no George,’ grijpt persvoorlichter Claire geschrokken in, ‘het spijt me dat ik je even onderbreek, maar we praten niet over bedragen. Laten we het erop houden dat dit document grote wetenschappelijke waarde heeft.’
Met evenveel eerbied behandelt Beccaloni de potloodschetsen die Wallace in Brazilië van verschillende vissoorten maakte, en die gered werden van het zinkende schip dat hem na vijf jaar reizen door Zuid-Amerika terug naar Engeland had moeten brengen. Na 28 dagen op zee brak er brand uit op het schip. Op een lekkende reddingsboot deed Wallace in een brief verslag van deze ramp aan zijn vriend Richard Spruce. Hij schrijft hoe de kapitein zijn hut binnenkwam met de woorden: ‘I’m afraid the ship is on fire. Come and see what you think of it.’ Zodra Wallace overtuigd was van de ernst van de situatie, stormde hij terug naar zijn hut om te redden wat er te redden viel. Dat was bitter weinig. Slechts enkele schetsjes wist hij in een tinnen blik te proppen en mee te nemen. Tien dagen lang dobberde Wallace rond op een reddingsboot, in de wetenschap dat alles wat hij de voorgaande vijf jaar verzameld had, verloren was gegaan.
De bewuste brief aan zijn vriend Spruce ligt, vlekkerig van de zeewaterspatten, voor ons. Dat die bewaard is gebleven is ongelofelijk, zeker als je ziet welk adres er op de envelop staat: Richard Spruce, Rio Negro. Hoewel de Rio Negro ruim 700 kilometer lang is, bereikte de brief Spruce, die hem later weer mee terug naar Engeland zou nemen.
Hopeloos handschrift
Even indrukwekkend, maar om heel andere redenen, is de volgende brief die Beccaloni tevoorschijn haalt. ‘In die tijd schreef men om papier te sparen vaak in in meerdere richtingen,’ legt hij uit, ‘horizontaal en verticaal.’
Het resultaat is een mathematisch ogend maar voor ongeoefende ogen volstrekt onleesbaar epistel. Eveneens onleesbaar waren de brieven van Darwin. ‘Hij had een hopeloos handschrift,’ zucht Beccaloni, die geen gelegenheid onbenut laat om te benadrukken dat Darwin ook maar een mens was. Eerder al vertelde hij bijna triomfantelijk dat waar Wallace prachtig kon tekenen, de schetsen van Darwin simpelweg ‘rubbish’ waren. Om te bewijzen dat Darwin veel waarde hechtte aan de opinie van Wallace, haalt hij nu een brief van Darwin tevoorschijn waarin die de hulp van Wallace inroept bij het oplossen van een wetenschappelijk vraagstuk over felle kleuren in het dierenrijk. Darwin meende dat die primair een seksuele functie hadden, Wallace ontdekte echter dat kleuren ook als waarschuwing dienden. Zo konden vogels aan de kleur zien welke vlinders giftig waren.
‘Mensen denken vaak dat Wallace vooral een commerciële verzamelaar was’, zegt Beccaloni. ‘Het is waar dat hij zijn reizen bekostigde door de dieren die hij ving te verkopen. Hij heeft tijdens zijn reis door Zuid-Oost Azië zo’n 126.000 specimens naar Engeland verscheept. Vooral vlinders, vogels en insecten, maar ook zoogdieren en reptielen. Hij heeft bijvoorbeeld zeventien orang-oetans geschoten. Die werden door een agent voor veel geld verkocht aan musea en privéverzamelaars. Maar hij was op de eerste plaats wetenschapper, die zeer belangwekkende ontdekkingen heeft gedaan.’
In 2002 vond een van de kleinzonen van Wallace tijdens het opruimen van de zolder een vergeten doos met spullen van zijn grootvader. Behalve waardevolle brieven bleken er in de doos ook enkele honderden geprepareerde insecten te zitten, kevers en vlinders vooral. Beccaloni trekt een van de lades in het kabinet open. We zien vlinders in iriserende kleuren, tientallen op rij. In een andere lade bevinden zich imposante kevers en wandelende takken. Ze zien eruit alsof ze gisteren gevangen zijn, maar niets is minder waar. ‘Ze waren in zeer beroerde conditie,’ zucht Beccaloni, ‘ik ben maanden bezig geweest om ze weer aan elkaar te lijmen. Dat heeft me zelfs een zware longinfectie opgeleverd, door de pesticiden die destijds gebruikt werden om de larven te bestrijden.’
Darwin-industrie
In 2013 hoopt Beccaloni dat er in zijn museum een speciale tentoontstelling aan Wallace zal worden gewijd, ter ere van diens honderdste sterfdag. Het is de bedoeling dat zijn volledige correspondentie dan online toegankelijk is. Dat Wallace alsnog dezelfde status zal krijgen als Darwin inmiddels heeft, ziet Beccaloni niet gebeuren, maar hij hoopt dat zo’n tentoonstelling in elk geval zorgt voor enig eerherstel.
Hoe verklaart hij dat Wallace, die bij leven alle wetenschappelijke onderscheidingen kreeg die er te verdienen waren nog geen honderd jaar na zijn dood nagenoeg vergeten is, terwijl er van Darwin nu koelkastmagneten en flessenopeners worden verkocht?
‘Darwin is na de Eerste Wereldoorlog als grote ontdekker van die natuurlijke selectie naar voren geschoven, en er is niemand opgestaan om te zeggen dat hij die theorie samen met Wallace gepubliceerd had. Sindsdien is de Darwin-industrie alleen maar gegroeid. Vorig jaar gingen de sluizen natuurlijk helemaal open. Er verschenen letterlijk honderden boeken over Darwin. Sommige mensen vereren hem als een god en proberen Wallace’s aandeel te minimaliseren. Ik vind dat geschiedvervalsing. Als wetenschapper probeer ik zo accuraat mogelijk te zijn, maar sommige historici proberen de geschiedenis te herschrijven. Dat heeft ertoe geleid dat ik historici wantrouw, want als dit niet klopt, waarom zou andere geschiedschrijving dan wel kloppen?
Samenzweringstheorie
Voor de rabiate Wallace-aanhangers die proberen te bewijzen dat Darwin zijn evolutietheorie niet zelf heeft bedacht maar hem simpelweg van Wallace heeft gejat, heeft Beccaloni echter evenmin veel sympathie. ‘Ik geloof niet zo in die samenzweringstheorie. In de wetenschap telt een theorie pas als die officieel gepubliceerd is en er is geen reden om aan te nemen dat Darwin Wallace erin heeft geluisd.’
Persvoorlichter Claire vindt het nu welletjes. ‘George kan hier natuurlijk nog uren over doorgaan, want het is zijn passie, maar u zult nu wel genoeg weten en wij hebben hier nog meer te doen.’ Het kabinet wordt afgesloten en wij mogen nog even zonder begeleiding rondlopen in de nieuwe Darwin Experience-tentoonstelling. Daar zien we op een beeldscherm George Beccaloni, die, getooid met een fraaie vlinderstropdas, in een korte videoboodschap zijn best doet Alfred Wallace aan de vergetelheid te onttrekken. Het langs slenterende publiek heeft er maar weinig belangstelling voor. Die zien we even verderop in de giftshop met aanmerkelijk meer enthousiasme graaien in een bak met Darwin-sleutelhangers. Naar Wallace-souvenirs zoek je in de museumwinkel tevergeefs. Maar voor wie beide heren recht wil doen, zijn op de website van het Wallace-fund T-shirts, tassen en mokken te koop waarop de baardige koppen van zowel Darwin als Wallace vereeuwigd zijn. Met dank aan rottweiler Beccaloni.
Katja de Bruin
In de komende aflevering van Beagle - in het kielzog van Darwin meer over Wallace versus Darwin. Uitzending: 14 maar 2010, 21.10 hr op Ned 2.
Dit artikel is ook te lezen in de VPRO-Gids van deze week.
Meer nieuws over Wallace is te vinden op de website die George Beccaloni over hem bijhoud.