Vroege bloeiers

Niet alle planten bloeien sneller door klimaatverandering

Omdat de lente steeds vroeger valt, gaan ook veel bomen en andere planten steeds eerder bloeien. Maar niet alle bomen reageren even sterk op de stijgende temperatuur. Deze beuk bijvoorbeeld bloeit weliswaar eerder in warme jaren, maar schuift z'n bloeitijd minder ver naar voren dan andere bomen. (foto: wikimedia)  
Zoom
Omdat de lente steeds vroeger valt, gaan ook veel bomen en andere planten steeds eerder bloeien. Maar niet alle bomen reageren even sterk op de stijgende temperatuur. Deze beuk bijvoorbeeld bloeit weliswaar eerder in warme jaren, maar schuift z'n bloeitijd minder ver naar voren dan andere bomen. (foto: wikimedia)  

De laatste jaren begint de lente steeds vroeger. Naarmate de temperatuur op aarde stijgt, beginnen bomen andere planten eerder te bloeien. Hoe zal dit gaan als het straks, door het broeikaseffect, nog warmer wordt?

Terwijl klimaatdeskundigen het idee dat de aarde opwarmt de laatste tijd druk moeten verdedigen, merken biologen deze temperatuurstijging al jaren. Het wordt sinds begin jaren 70 namelijk steeds eerder lente. Bomen krijgen sneller bladeren, planten bloeien eerder en rupsen en andere insecten verschijnen vroeger. En hoewel wij mensen deze vroege lente misschien fijn vinden – er wordt op het moment van schrijven alweer druk gespeculeerd over ‘rokjesdag’ – is dit voor de natuur niet per se gunstig. Zo lopen sommige vogels de vetste rupsen voor hun jonkies mis, omdat ze te laat beginnen met broeden. Waardoor minder jongen overleven.

Wat zal er gebeuren als de temperatuur nog verder stijgt? Gaan bomen en planten dan nog eerder uitlopen en bloeien, met alle gevolgen van dien voor de rest van de natuur? Twee Zwitserse plantenkundigen schrijven in Science dat dit best eens mee kan vallen. Ze zetten in een kort overzichtartikel op een rij wat we momenteel zoal weten over hoe planten timen wanneer ze moeten beginnen met bladeren vormen en bloeien.

Drie tactieken
Bomen, struiken en andere planten kennen in onze streken drie tactieken om te bepalen wanneer hun ‘winterslaap’ voorbij is. Temperatuur is er één. Maar ze letten ook op daglengte, en op hoeveel koude dagen ze achter de rug hebben. Zo voorkomen planten dat ze gaan bloeien in de herfst, wanneer de daglengte en temperatuur ongeveer gelijk zijn als in de lente. Alleen: niet alle planten passen deze drie tactieken in gelijke mate toe. Volgens Christian Körner en David Baseler zijn sommige planten vooral gevoelig voor temperatuur, terwijl andere meer op daglengte letten. En dus hoeft een verdere temperatuurstijging niet te betekenen dat alle planten eerder gaan bloeien, menen de biologen.

Als voorbeeld van bomen die hun bloei vooral timen op basis van daglengte, noemen Körner en Baseler de ook bij ons veel voorkomende eik en beuk. Hun bewijs: als je deze bomen in een subtropisch park plant, verschijnen hun eerste bladknoppen nooit eerder dan begin maart. Terwijl het in de buurt van de tropen toch een stuk warmer is dan bij ons. Populieren en berken zouden wel gevoelig zijn voor temperatuur. Zij zullen dus wel steeds vroeger in het jaar bladeren krijgen als de temperatuur stijgt.

Natuurkalender
Klopt dit alles een beetje met wat biologen de laatste jaren in ons land zien? In Nederland worden zaken als wanneer de eerste bomen ontknoppen en wanneer de eerste rupsen verschijnen bijgehouden door de Natuurkalender. Arnold van Vliet van de Wageningen Universiteit coördineert dit vrijwilligersnetwerk. Hij herkent het verhaal van de Zwitserse wetenschappers niet gelijk. “Wij zien in Nederland in warme jaren eigenlijk alle bomen vroeger bloeien. Maar de ene soort reageert wel sterker op temperatuur dan de ander.”

Na nog even wat data op een rijtje te hebben gezet, komt Van Vliet tot de conclusie dat de beuk, zoals ook de Zwitserse biologen schrijven, inderdaad wat minder sterk lijkt te reageren op temperatuur dan andere soorten. Maar de eik reageert er in ons land juist wel op. Van Vliet leest op: “In 2007, wat een erg warm jaar was, kreeg de berk 16 dagen eerder dan gemiddeld bladeren. Voor de beuk was dit 11 dagen; die reageerde dus wat minder sterk. De eik toonde juist 22 dagen sneller dan normaal bladontplooiing. We zagen ongeveer hetzelfde in 2008; ook dat was een warm jaar.”

Ingewikkeld

Het onderscheid dat de Zwitserse plantenkundigen maken tussen planten die hun bloei timen op temperatuur of daglengte lijkt dus toch niet zo eenvoudig te liggen. Van Vliet denkt dat het bij veel planten niet per se of het een of het ander zal zijn dat bepaalt wanneer de eerste knoppen verschijnen, maar dat het eerder een ingewikkeld samenspel is tussen deze twee factoren en hoeveel koude dagen een plant achter de rug heeft. “Want dat mis ik een beetje in dit verhaal, maar ook dat is erg belangrijk”, aldus Van Vliet. “Je ziet bijvoorbeeld dat in Engeland planten soms later gaan bloeien dan bij ons. Terwijl het daar iets warmer is. Maar dat komt doordat de winters in Engeland ook iets zachter zijn. De planten hebben dan nog niet genoeg koude dagen gehad, en stellen hun bladontplooiing en bloei daarom uit. De locatie van de plant is dus ook van belang voor hoe ze hun timing regelen.”

En als er nou wel voor sommige planten in ons land een grens blijkt te zitten aan hoeveel vroeger ze gaan bloeien; is dat dan goed nieuws voor andere organismen? Bijvoorbeeld voor die vogels die nu soms de lekkerste rupsen mislopen? Van Vliet: “Dat hangt er maar net vanaf hoe de soorten die van die planten leven reageren op een verdere temperatuurstijging. Tot nu toe zien we dat rupsen en de planten waar ze van leven vrij netjes in pas lopen; ze verschijnen allebei ongeveer evenveel sneller. Maar het zou best kunnen dat als straks sommige bomen niet op nog hogere temperaturen reageren, de rupsen dit wel doen. Dan verschuift het probleem, en zijn het de rupsen die niet genoeg te eten hebben. Maar dat is allemaal speculatief. Dit soort verbanden liggen zo ingewikkeld, dat we hier op dit moment eigenlijk nog niks over kunnen zeggen.”

Nadine Böke