Smeltende watertorens

Niet alle rivieren rond Himalaya drogen op

De gletsjers van de Himalaya krimpen al sinds de laatste ijstijd. Die trend zet door, maar in de relatief korte tijdsspanne van tientallen jaren zijn de regionale verschillen groot.
Zoom
De gletsjers van de Himalaya krimpen al sinds de laatste ijstijd. Die trend zet door, maar in de relatief korte tijdsspanne van tientallen jaren zijn de regionale verschillen groot.

Als de gletsjers van de Himalaya verdwijnen, verdrogen de akkers van China en India. Het IPCC zag dit doemscenario al voor zich, maar Nederlands onderzoek nuanceert het beeld. Zo afhankelijk zijn de grote rivieren niet van de gletsjers.

Ze worden wel de watertorens van Azië genoemd, de toppen van de Himalaya met hun gletsjers die de grote rivieren van India en China voeden. De Indus, Ganges en Brahmaputra aan de ene kant, en de Yangtze en de Gele rivier aan de andere. Bijna anderhalf miljard mensen zijn voor hun voedselvoorziening afhankelijk van dit watertransport.
 
Die voorziening staat onder druk, stond er in het laatste IPCC-rapport. Als het smelten van de gletsjers zo doorgaat, worden het allemaal seizoensrivieren die niet meer op de gewenste tijden water leveren waarmee de akkers kunnen worden bevloeid. Het IPCC schatte dat in 2050 enkele honderden miljoenen tot misschien wel een miljard mensen zullen kampen met zoetwatertekorten.
 
Ophef
Dat valt wel mee, beweren Nederlandse onderzoekers in Science. Zo afhankelijk zijn de rivieren volgens hen niet van het smeltwater. Alleen langs de Indus in Pakistan en de Brahmaputra in Bangladesh verwachten zij in de komende decennia echte tekorten en wordt de voedselzekerheid van zo’n 60 miljoen mensen bedreigd.
 
“Ons onderzoek nuanceert de conclusies van het IPCC,” zegt Walter Immerzeel, hydroloog aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Wageningse onderzoeksbureau FutureWater. Dan doelt hij niet op de ophef die eind vorig jaar ontstond over IPCC-conclusies rond het lot van de Himalaya-gletsjers. “Dat waren gewoon fouten. Het jaartal waarin de gletsjers zouden zijn verdwenen, klopte niet, net zo min als hun totale oppervlakte.”
 
Dat neemt niet weg dat het IPCC zich zorgen maakte over het lot van de gletsjers en daarmee ook van de mensen die van dat smeltwater afhankelijk zijn. De onderzoekers kunnen die zorgen voor een groot deel wegnemen omdat ze voor het eerst de waterhuishouding van de rivieren kwantitatief hebben gemodelleerd. Tot nu toe wezen studies alleen globaal op het belang van de gletsjers of rekenden ze de ontwikkelingen voor een klein gebied door.
 
Regenwater
De Nederlanders (allen verbonden aan de Universiteit Utrecht) brachten eerst in kaart waar de rivieren hun water vandaan halen. Op basis van allerlei modellen vergeleken ze de hoeveelheid water uit smeltende gletsjers en sneeuw die in de bergen was gevallen, met het regenwater dat er in de benedenloop bijkomt en de hoeveelheden die daar verdampen.
 
Daaruit bleek dat de Indus erg afhankelijk is van zijn gletsjers – hij betrekt er 60 procent van zijn water uit – en in iets mindere mate, de Brahmaputra die er voor 20 procent van afhankelijk is. De andere rivieren teren veel meer op de regen.
 
K2
Vervolgens kwam vraag twee: wat gaat er veranderen? Ofwel: Hoe snel krimpen de gletsjers en wat betekent dit voor de jaarlijkse hoeveelheid smeltwater?
 
Hoewel langjarige trends laten zien dat de gletsjers van de Himalaya zich al sinds de laatste ijstijd terugtrekken, gaven satellietmetingen een genuanceerder beeld. Sommige gletsjers werden inderdaad gestaag kleiner, maar in het westen daarentegen, rond de K2, waar de Indus zijn oorsprong heeft, leken de ijsmassa’s de laatste jaren redelijk stabiel.
 
Op basis van klimaatmodellen maakten de onderzoekers daarna een schatting voor de hoeveelheden gletsjerwater die over vijftig jaar naar beneden komen. Alle rivieren moeten daar volgens deze schattingen flink op inleveren, maar dat zou gedeeltelijk weer worden goedgemaakt door extra neerslag in de bergen. De Gele rivier gaat er volgens de modellen zelfs op vooruit.
 
Ten slotte modelleerden de onderzoekers wat er in de benedenloop van de rivieren gebeurde; hoeveel regenwater komt er daar bij en hoeveel verdampt er? Met die laatste schatting konden ze een uitspraak doen over de irrigatiemogelijkheden in de landbouw. In 2050 zouden er in de delta van de Brahmaputra zo’n 35 miljoen monden minder gevoed kunnen worden en in het stroomgebied van de Indus rond de 25 miljoen minder. Bij de andere rivieren zijn de aantallen veel kleiner terwijl de klimaatverandering voor de Gele rivier zelfs positief lijkt uit te pakken.
 
Moessonregens
Het smelten van de gletsjers is dus niet de enige factor is en de regionale verschillen zijn groot. Net als de onzekerheden, erkent Immerzeelvan FutureWater. “De meeste modellen hebben nog grote moeite te voorspellen wat er met de moessonregens gebeurt, en met de jaarlijkse variatie in de neerslag. Waarom zijn de gletsjers rond de K2 stabiel? Wellicht omdat daar meer neerslag in de wintermaanden is terwijl het elders meer in de zomer regent waardoor regen- en smeltwaterpieken samenvallen. Er is nog veel onderzoek nodig voor we dat goed in de vingers hebben. Maar de conclusie dat de gevolgen minder ernstig zijn dan het IPCC voorspelde, lijkt toch gerechtvaardigd.”
 
Joep Engels
 
Walter Immerzeel e.a.: ‘Climate Change Will Affect the Asian Water Towers’, in Science van 11 juni 2010.