Kanker door infecties
'Indringers veroorzaken een vijfde van de gevallen'

- Zoom
- Te veel hygiëne in het eerste levensjaar lijkt de kans op leukemie te vergroten. Maar hoe?
Ziekteverwekkers kunnen op allerlei manieren kanker veroorzaken, zegt Nobelprijswinnaar Harald zur Hausen. Maar soms lijken infecties juist bescherming tegen de ziekte op te leveren.
Wereldwijd is zo'n 20 procent van de gevallen van kanker te wijten aan virussen, bacteriën en parasieten. En daarvan is 60 procent te voorkomen met de huidige kennis, schat Harald zur Hausen. De Duitser won zelf een Nobelprijs voor de ontdekking van humane papillomavirussen die baarmoederhalskanker veroorzaken. Daarvoor werkte hij aan het Epstein-Barr virus, dat bloedkanker kan veroorzaken. Er blijken dus nog veel meer kankerverwekkende indringers te zijn.
Tijdens het jaarlijkse de Nobelprijswinnaarsevenement in Lindau laat de oude viroloog een heel lijstje van schuldigen en mogelijke schuldigen zien aan een zaal vol jonge wetenschappers. Allerlei verschillende virussen, maar bijvoorbeeld ook de maagbacterie Helicobacter pylori, en vermoedelijk ook de via tekenbeten overgedragen bacterie die de ziekte van Lyme veroorzaakt – er zijn in de literatuur veertig gevallen beschreven van kanker die precies op de plaats van een tekenbeet begon, aldus Zur Hausen. Bij blaaskanker in Egypte, een land waar die ziekte opvallend veel voorkomt, is meestal de worm Schistosoma haematobium de schuldige.
Expres of per ongeluk
Hoe de kankerverwekkers te werk gaan, verschilt. Sommige doen het indirect, bijvoorbeeld door het afweersysteem te onderdrukken. Hiv is er zo een. Andere stoppen zelf kanker veroorzakende genen in de menselijke cellen, expres of per ongeluk, als hun DNA foutjes oploopt. Dat laatste is een recente ontdekking. Maar eigenlijk wel logisch, vindt de viroloog. Want de ziekteverwekkers hebben er geen baat bij als hun slachtoffer kanker krijgt en sterft. Meestal duurt het dan ook minstens 15 jaar voordat hun aanwezigheid tot de celwoekering leidt. En vaak moet je daar ook nog erfelijke aanleg voor hebben. Dat maakt de schuldvraag natuurlijk lastig.
Maar het is niet allemaal kommer en kwel. Er zijn aanwijzingen dat infecties soms juist kunnen helpen kanker op afstand te houden. Kinderleukemie (een vorm van bloedkanker) komt in sommige landen veel meer voor dan in andere. Het zijn vooral de rijke landen, met hygiënisch levende mensen, waar die ziekte de kop opsteekt. Er is een verband gevonden met de hoeveelheid infecties in het eerste levensjaar: hoe meer een kind die heeft gehad, hoe kleiner de kans op leukemie. Ook astma en andere luchtwegklachten lijken op de een of andere manier bescherming te bieden.
Te onvolwassen
Maar voor de oozaak wordt toch voorzichtig naar infecties gewezen. Een van de mogelijke oorzaken van dit beschermende effect is dat het afweersysteem vanwege een gebrek aan contact met ziekteverwekkers te onvolwassen blijft, wat het vatbaar maakt voor infectie met een – nog volkomen onbekende – ziekteverwekker die de leukemie in gang zet. Of misschien is die mysterieuze ziekteverwekker al voor de geboorte in het lichaam terechtgekomen en kunnen andere infecties het afweersysteem ertoe aanzetten hem weg te werken. Maar dat is allemaal nog niet zo heel veel meer dan speculatie, benadrukt Zur Hausen.
Wat wel vaststaat, is dat infecties een grotere rol spelen bij het ontstaan van kanker dan de meeste artsen denken. En dat er nog volop ruimte is voor grote ontdekkingen op dit gebied. Misschien wint er nog wel een keer iemand een Nobelprijs mee.
Elmar Veerman