Een grofgebekte potvis

Nederlander vindt fossiel van grootste roofdier aller tijden

De Leviathan was de schrik van de zee en een geduchte jager. In deze reconstructietekening verschalkt hij een middelgrote (zeven meter) baleinwalvis.  (Charlène Letenneur, MNHN)<!-- EndFragment --><!-- EndFragment -->
Zoom
De Leviathan was de schrik van de zee en een geduchte jager. In deze reconstructietekening verschalkt hij een middelgrote (zeven meter) baleinwalvis.  (Charlène Letenneur, MNHN)

Hij was de schrik van de zee, een walvis met de kaken van een orka, maar van het formaat potvis. Een paleontoloog uit Urk vond hem, in een woestijn in Peru.

De Pisco-Ica is een woestijn aan de zuidkust van Peru, 600 meter boven de zeespiegel. Tien, twintig miljoen jaar geleden was dit de bodem van de Grote Oceaan. Destijds was de oceaan het domein van de walvis en de reuzenhaai, nu is de woestijn hun laatste rustplaats.
 
De fossielen liggen hier voor het oprapen. Walvissen, zeehonden, dolfijnen, schildpadden en pinguïns zijn er begraven. Zelfs de resten van luiaards die hier ooit in de kustwateren zwommen.
 
In deze woestijn was het waar Peruaanse paleontologen naar walvisfossielen zochten, samen met Klaas Post, een amateur-archeoloog uit Urk, tegenwoordig verbonden aan het Natuurhistorisch Museum van Rotterdam en een vermaard kenner van de walvis.
 
Bult
Tijdens deze expeditie, november 2008, stuitte Post op een niet nader onderzochte bult in het landschap. Bij toeval liet hij zijn oog er wat langer op rusten en zag hij dat het de resten waren van een gigantische schedel van een potvis.
 
En niet zo maar een potvis. De moderne potvis heeft alleen in zijn onderkaak tanden zodat hij gedwongen is zijn prooi, veelal inktvissen, op te zuigen.
 
Maar de potvis die Klaas Post ontdekte, had een volledig gebit. De drie meter lange schedel telde twee keer negen tanden in de bovenkaken en twee keer elf tanden in de onderkaken. Gigantische tanden: 12 centimeter in doorsnee, 36 centimeter lang. De potvis was een zeemonster met de grootste beet ooit.
 
Moby Dick
Post en zijn Peruviaanse collega’s hebben hun vondst Leviathan melvillei gedoopt, naar het bijbelse zeemonster en naar Herman Melville, de schepper van die andere legendarische potvis, Moby Dick. Het beest was naar schatting dertien tot achttien meter lang en leefde zo’n twaalf à dertien miljoen jaar geleden, schrijven ze in Nature.
 
De Leviathan was met zijn krachtige gebit een geducht jager die het vooral op de destijds veel voorkomende baleinwalvissen voorzien moet hebben. Alleen hun vette lijven konden zijn honger stillen.
 
Dolfijnen
Althans, dat is de hypothese van de onderzoekers. De gedachte geeft hen ook een hint voor het mogelijke einde van het zeeroofdier. In het late Mioceen (23 tot 5 miljoen jaar geleden) koelde de wereld af en werden de voedselvoorraden in zee minder. Dat was vermoedelijk in het voordeel van de Moby Dicks die op grote diepte naar inktvissen speurden. En wellicht ook, speculeert Post, legde de Leviathan het af tegen de opkomende dolfijnen die het monster te snel af waren.
 
 
Joep Engels
 
Olivier Lambert e.a.: ‘The giant bite of a new raptorial sperm whale from the Miocene epoch of Peru’, in Nature van 1 juli 2010