Stroom uit rookgordijn
Elektriciteit opwekken uit afvalwarmte kan, maar meestal moet er subsidie bij

- Zoom
- Een ORC-installatie (de gele kast) die restwarmte deels omzet in elektriciteit bij een glastuinbouwbedrijf
‘ Wetenschappers maken stroom uit rook’, kopten alle nieuwswebsites en de journaals van RTL-4 en NOS maandag. Een nieuw apparaat wekt uit elke puffende uitlaat stroom op en vangt zelfs de uitlaatgassen af. Werkelijk? Noorderlicht zocht uit hoe het echt zit.
De Tri-o-gen ORC, het opzienbarende apparaat dat ‘stroom uit rook’ maakt, is gewoon een generator die warmte omzet in elektriciteit. Met een vrij laag rendement. Grote kolen- of gascentrales zetten 50% van de warmte om in stroom, terwijl de Tri-O-Gen ORC onder ideale omstandigheden 20% haalt. In de praktijk, zo is gebleken, is het eerder 10%. Dat lagere rendement is onvermijdelijk, omdat het apparaat als het ware een warmtestroom hergebruikt die al eens nuttig gebruikt is voor iets anders.
In het NOS journaal van maandag 26 juli werd letterlijk gezegd dat het apparaat ‘uitlaatgassen afvangt’. Niet waar: het apparaat doet niets met de rook. De CO2 of andere vervuilende gassen, die gaan gewoon net als anders de lucht in, alleen wat koeler.
Jos van Buijtenen, deeltijdhoogleraar gasturbines aan de TU Delft en ontwikkelaar van de Tri-O-Gen, zou het zelf zo ook nooit gezegd hebben. ‘Wij gebruiken restwarmte met een temperatuur tussen de 350 en 600 graden, die in veel gevallen nu nog onbenut de atmosfeer in gaat. Het probleem met elektriciteitsopwekking is altijd de dimensionering: je moet kunnen voldoen aan de piekvraag, maar dan hou je soms warmte over. Onze installatie is geschikt voor situaties waar ongeveer 2 megawatt aan restwarmte beschikbaar is, die dan wordt omgezet in 150 kilowatt aan elektriciteit.’
150 kilowatt, is dat veel? Het is maar hoe je het bekijkt. Genoeg om 75 wasdrogers aan de gang te houden, maar minder dan het vermogen van één vol gas optrekkende sportauto. Een flinke elektriciteitscentrale produceert tussen de 500.000 en 1.000.000 kilowatt.
De Tongelreep
Het bedrijf presenteert als voorbeeld van een geslaagd project hun Tri-O-Gen ORC bij zwembad De Tongelreep in Eindhoven. De Tongelreep heeft, behalve flink wat elektriciteit voor apparatuur en verlichting , veel warmte nodig voor zwem- en douchewater. Het is dan voordelig om je eigen elektriciteit op te wekken. De afvalwarmte die hierbij onvermijdelijk ontstaat, kan namelijk meteen het eigen zwembad in.
Veel bedrijven die elektriciteit én warmte nodig hebben, wekken volgens dit principe van ‘ warmte-kracht-koppeling’ (WKK) hun eigen energie op. Zo hebben veel glastuinbouwers die hun planten extra belichten een eigen WKK-installatie.
Een zwembad als De Tongelreep is eigenlijk een kleine elektriciteitscentrale, waarvan de capaciteit is afgestemd op de eigen piekbehoefte aan warmte. Vaak produceert het zwembad daarom meer elektriciteit dan het zelf nodig heeft. Overtollige elektriciteit mag je altijd terugleveren aan het net. Dat levert dan geld op. Een overschot aan warmte kun je echter nergens kwijt. In zo'n geval heeft het zin om die restwarmte aan een ORC-installatie te ‘voeren’ , die er nog wat extra elektriciteit van maakt.
Maar zelfs dan is de investering in een ORC voor De Tongelreep alleen rendabel omdat hun primaire WKK-installatie op bio-olie draait. Bio-olie geldt voor de overheid als duurzame energieopwekking, zodat de Tongelreep voor elke aan het lichtnet terug geleverde kilowattuur een flinke subsidie bovenop de marktprijs krijgt.
Niet rendabel
Bij een eerder project koppelde Tri-O-Gen hun ORC bij een grote glastuinbouwer aan een WKK-installatie op aardgas (een fossiele brandstof, dus zonder duurzaamheidssubsidie). Hoewel het totale rendement inderdaad iets verbeterde, concludeert het eindrapport van Cogen dat de investering in een ORC bij de huidige stroomprijzen niet rendabel is.
Van Buijtenen is het niet zonder meer met deze conclusie eens: ‘ Je moet het per geval bekijken: wat is de waarde van de teruggeleverde elektriciteit, wat levert het me verder nog op. We zijn nu bezig om een ORC-installatie te plaatsen bij een bedrijf dat afval verbrandt. Die verbranden koolwaterstoffen tot CO2, maar alle geproduceerde warmte gooien ze nu nog weg. En de begininvestering is nu nog hoog, maar door seriebouw zullen de kosten omlaag gaan.’
Volgens Tri-O-Gen zouden op ‘duizenden plekken in Nederland’ zulke installaties geplaatst kunnen worden, waardoor een hele kolencentrale overbodig wordt. Van Buijtenen: ‘ Als je het hebt over ‘duizenden’, dan praat je niet over Nederland alleen, maar over de hele Europese markt, met name in die landen waar nog veel restwarmte ongebruikt de lucht in gaat.’
Van Buitenen is zelf ook niet gelukkig met ‘ de verkeerde indruk’ die in de media is gewekt. Nog los van de verwarring over wat het apparaat wel en niet kan, werd het gepresenteerd als een gezamenlijk project van de TU Delft en TNO. Dat stuit op verbazing bij een TNO-woordvoerder: ‘ Dat bericht is verspreid door Tri-O-Gen, een bedrijfje waar wij niets mee te maken hebben.
Tri-O-Gen heeft ook een woordvoerder, Saskia Versteeg. Volgens haar klopt het dat TNO en TU Delft geen partners zijn in het project, maar ‘ hebben mensen bij TNO en de TU Delft wel meegedacht.’ De TNO-woordvoerder: ‘ Wij hebben bij ons niemand kunnen vinden die daarmee bezig geweest is.’ Van Buitenen: ‘ Dan hebben ze bij TNO een slecht geheugen. Het was in een vroeg stadium, maar ze hebben toen wel degelijk dingen voor ons uitgezocht. Ik zal ze eens bellen.’
Arnout Jaspers