Betere leefomgeving, kleinere tumor

Een aangenamer en socialer leven kan ziektes helpen bestrijden

Een laboratoriummuis met kanker die in een betere leefomgeving wordt geplaatst, ziet zijn tumoren flink afnemen of zelfs verdwijnen. [foto Wikimedia]
Zoom
Een laboratoriummuis met kanker die in een betere leefomgeving wordt geplaatst, ziet zijn tumoren flink afnemen of zelfs verdwijnen. [foto Wikimedia]

Muizen met kanker zijn normaal ten dode opgeschreven. Maar zet ze in een grotere kooi met meer soortgenoten en speelgoed en hun tumoren worden flink kleiner of verdwijnen zelfs. Onderzoekers verwachten bij mensen soortgelijke effecten.

Sociale omstandigheden, leefomgeving en de geestelijke toestand van de patiënt spelen een grotere rol in de ontwikkeling van ziektes dan eerder werd aangenomen. Tot die conclusie komen Matthew During van de Ohio State University en zijn collega-onderzoekers na experimenten met muizen. Bij laboratoriummuizen met kanker die in een meer sociale en verbeterde leefomgeving werden geplaatst, werden de tumoren flink kleiner of verdwenen zelfs volledig.

Eerder was al aangetoond dat sociale isolatie bij vrouwtjesmuizen een borstkankergezwel doet groeien. Maar het omgekeerde effect bestaat dus ook. De onderzoekers doen daar deze week verslag over in Cell.

Sociale omgeving
Laboratoriummuizen leven normaal met een stuk of vijf samen in een kooi met voldoende voedsel en speelruimte. Die omstandigheden zijn niet bijzonder slecht. Maar op muizen met kanker heeft een nog betere nieuwe leefomgeving met vijftien tot twintig muizen, meer ruimte en meer speeltoestellen had een enorm positief effect. Nadat ze in hun nieuwe woonomgeving waren geplaatst, nam gemiddeld van de tumoren de massa met 77 procent en het volume met 43 procent af.

Bij vijf procent van de muizen was er na drie weken in hun nieuwe huis zelfs geen spoor van de ziekte meer te bekennen. Bij de controlegroep muizen met kanker, die onder gewone omstandigheden leefde, gebeurde dat niet. Volgens During komt dit positieve effect door de meer complexe sociale structuur van de nieuwe leefomgeving. Bij muizen die alleen meer beweging kregen, werd geen afname van kanker geconstateerd.

Goede stress
De onderzoekers wisten het positieve effect terug te herleiden tot de zogenaamde ‘brain-derived neurotrophic factor’ (BDNF), een neurotrofine. Hoe hoger het niveau hiervan, hoe meer de tumoren afnemen. Het BDNF-gehalte hangt samen met stress. Volgens During toont het onderzoek aan dat kleine hoeveelheden stress, of bepaalde soorten stress, juist goed kunnen zijn. Vooral uitdagingen hebben een positief effect, als onderdeel van een rijker sociaal en actief leven.

During verwacht dat dit onderzoek tot nieuwe inzichten kan leiden voor de manier waarop kanker, en ook andere ziektes, bestreden kunnen worden. Een ziekte als kanker moet volgens hem niet geïsoleerd bekeken en behandeld worden met alleen operaties, bestraling en chemotherapie. Het is juist van belang om de patiënten ook geestelijk en sociaal te stimuleren. Of anders diezelfde gevoelens met bepaalde medicijnen op te roepen die de aanmaak van BDNF stimuleren.

Paul Schilperoord

Matthew During e.a., ‘Environmental and Genetic Activation of a Brain-Adipocyte BDNF/Leptin Axis Causes Cancer Remission and Inhibition’, in Cell, 9 juli 2010.