Te laat door het klimaat

Bonte vliegenvanger migreert vroeger maar komt toch niet op tijd aan.

Deze bonte vliegenvangers zijn aangekomen. Maar zijn ze na 5000 km vliegen vanuit Afrika nog op tijd? (foto: Wim Wijering)
Zoom
Deze bonte vliegenvangers zijn aangekomen. Maar zijn ze na 5000 km vliegen vanuit Afrika nog op tijd? (foto: Wim Wijering)

Aanpassen aan klimaatverandering blijkt niet gemakkelijk. De bonte vliegenvanger lijkt te 'weten' dat hij eerder uit Afrika moet vertrekken om op tijd te zijn voor de Hollandse lente. Maar slecht weer onderweg zorgt voor vertraging.

De bonte vliegenvanger (Ficedula hypoleuca) is een bekend slachtoffer van het veranderende klimaat. De lente in Nederland treedt steeds vroeger in, waardoor het beestje de laatste jaren steevast te laat komt aanvliegen vanuit zijn overwinteringsgebieden in West-Afrika. De rupsen die zijn belangrijkste voedselbron vormen, zijn dan al verdwenen. Het aantal vliegenvangers is de afgelopen jaren flink teruggelopen.

Onderzoekers dachten altijd dat de vogeltjes ‘uit gewoonte’ te laat uit Afrika vertrokken. Hoe konden ze immers meer dan 5000 kilometer verderop weten wanneer hier de lente zou beginnen? Dat blijkt nu iets te simpel voorgesteld. Christiaan Both van de onderzoeksgroep Dierecologie van de Rijksuniversiteit Groningen schrijft in Current Biology dat de bonte vliegenvangers wel degelijk eerder uit het zuiden vertrekken. Over de periode 1980-2002 scheelt het een dag of tien. Dat komt overeen met de verschuiving in hun Nederlandse broedseizoen. Blijkbaar besluit een vroeger geboren vliegenvanger eerder tot migratie dan een laatgeboren soortgenoot. 

Duidelijke patronen
Both baseert zijn conclusies op de waarneming van geringde vogels die op hun reis noordwaarts een tussenstop maakten in noordelijk Afrika. In bijna dertig jaar waren dat er 250. Dat is slechts een fractie van de ruim twee miljoen pasgeboren bonte vliegenvangers die in die periode een ringetje om hun poot kregen. Toch heeft de Groningse onderzoeker het gewaagd zijn conclusies te trekken. "Er zijn echt opvallend duidelijke patronen waarneembaar. Bovendien is er geen andere vogel waarvan we zoveel gegevens hebben als de bonte vliegenvanger. Beter dan dit kun je het niet krijgen."

De grote vraag is nu waarom de vogeltjes er niet in slagen op tijd te arriveren. Both denkt dat ze op doorreis door Europa last hebben van relatief slechte weersomstandigheden. Klimaateffecten zijn altijd lokaal. Dat in Nederland de lente vroeger intreedt, betekent niet dat de winterstormen in Zuid-Europa eerder verdwenen zijn. De tragiek van de op tijd vertrokken vogels is dat ze eenmaal aangekomen in de Nederlandse bossen nog steeds achter het net vissen. De rupsen zijn dan al opgegeten door de concurrentie, of hebben zich al verpopt. 

Lastig aanpassen
Both, die met een vidi-beurs van NWO de aanpassing van diersoorten aan klimaatverandering bestudeert, vreest dat niet alleen de bonte vliegenvanger problemen heeft. "Voor elk dier dat te maken krijgt met gevolgen op verschillende plaatsen, die zich ook nog eens over verschillende periodes voltrekken, zal aanpassen erg lastig worden".

Both heeft twijfels over de evolutionaire respons waar veel biologen van uitgaan. "Als de omstandigheden tijdens de trek niet verbeteren, dan moet er méér veranderen dan alleen de trektijd. Denk bijvoorbeeld aan de weerstand tegen kou en de samenstelling van het dieet. Het is de vraag of dat allemaal snel genoeg kan gaan om achteruitgang van de soort te voorkomen."

Harm Ikink

Both et al.: “Report: Flexibility of Timing of Avian Migration to Climate Change Masked by Environmental Constraints En Route.” In Current Biology 20, 1–6, February 9, 2010. DOI 10.1016/j.cub.2009.11.074