Glijdende dino’s

- Zoom
- Reconstructie van Microrapter gui, de vier-vleugelige, gevederde dinosaurus (tekening Portia Sloan).
Primitieve vogelsoort vloog niet, maar gleed
Hoe hebben de eerste vogels leren vliegen? Daarover bestaan meerdere theorieën, en wetenschappers komen er niet uit welke de juiste is. Van één zeer primitieve vogelsoort, een dinosaurus genaamd Microrapter gui, lijkt nu definitief te zijn aangetoond dat hij niet met een aanloopje al flapperend opsteeg van de grond. Deze dino, met veren aan alle vier z’n poten, blijkt vooral goed in uit bomen glijden.
Meestal wordt de manier waarop uitgestorven soorten bewogen berekend met behulp van computermodellen. Maar het kan ook anders. Het dier nabouwen, bijvoorbeeld. In het tijdschrift PNAS beschrijven David Alexander en zijn collega’s de testen die ze deden met een nagebouwde microrapter. Van deze Chinese vliegende dino zijn zulke goede fossielen gevonden dat zowel de bot- en spierstructuur als de veren nagemaakt kon worden.
De in plastic nagebouwde dinovogel bleek vooral een uitstekende zwever. Hij kan zijn vier poten op zo’n manier spreiden dat hij mooie glijdende duikvluchten kan maken. Bovendien lijkt het onwaarschijnlijk dat hij met z’n kromme klauwen en lange veren aan zijn achterpoten over de bodem liep. Waarschijnlijk leefde hij dus in bomen, en liet hij zich van tak naar tak glijden. Een iets verder vereenvoudigd model van de glijdende dino lijkt te zweven als een modern modelvliegtuigje, zo is te zien op dit filmpje van de onderzoekers. Nieuw is verder dat dit onderzoek aantoont dat de microrapter zijn vleugels hoogstwaarschijnlijk wel degelijk achter elkaar hield. Eerder stelden onderzoekers een soort dubbeldekkermodel voor.
Nadine Böke