Anti-koortskruid
Genoom anti-malariaplantje opgehelderd

- Zoom
- Een onderzoekster van de Universiteit van York met gekweekte Artemisia annua plantjes. (foto: John Houlihan)
Britse wetenschappers hebben de genetische code van het plantje Artemisia annua ontrafeld. Dit plantje levert een belangrijk anti-malariamiddel.
Een simpele muggenbeet kan grote gevolgen hebben. Het ergste: malaria. In 2008 liepen zo’n 243 miljoen mensen deze ziekte op. Grofweg 846.000 van hen stierven. Dat maakt malaria wereldwijd een van de belangrijkste doodoorzaken, vooral bij kinderen. Niet zo gek dus dat radio 3FM onlangs nog de bestrijding van malaria uitriep tot het doel van de Serious Request 2009.
Sinds een paar jaar daalt het aantal slachtoffers van malaria. Dit is mede te danken aan te ontdekking van een nieuw malariamedicijn. Vanaf 2001 raadt de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) aan om bij malariapilletjes te slikken waarvan de belangrijkste werkzame stof afkomstig is uit een plant. Het gaat om de Artemisia annua, in het Nederlands zomeralsem genoemd. De werkzame stof heet artemisinine.
Chinese kruidenleer
Aan de ontdekking van het nieuwe medicijn gaat een apart verhaal vooraf. Het kruid Artemisia wordt in China al zeker tweeduizend jaar gebruikt om koorts en – jawel - malaria te behandelen. In 1972 isoleerden Chinese wetenschappers de stof artemisinine uit het plantje. Een reeks publicaties over de anti-malaria werking van deze stof volgde. Maar de Westerse wereld nam de Chinese ontdekking niet erg serieus. Er waren al vaker valse berichten uit China gekomen over anti-malariamiddelen. Pas in 1982 verscheen er een publicatie in een Westers wetenschappelijk tijdschrift over de stof, waarna de Westerse wereld zich erover boog. En wat bleek: het middel werkt hartstikke goed.
Er spelen momenteel wel enkele problemen met medicijnen die artemisinine bevatten. Zo werken ze alleen als ze in de juiste dosis geslikt worden. En, wat vooral in arme landen een probleem is: ze zijn relatief duur. Dat komt doordat Artemisia niet makkelijk op grote schaal verbouwd kan worden. Bovendien maken de plantjes soms wel en soms geen artemisinine aan. Voor dit teeltprobleem lijkt een oplossing op komst: Britse wetenschappers hebben namelijk het genoom van Artemisia annua opgehelderd. En ze hebben gelijk een heel stel genen geïdentificeerd dat te maken heeft met de groei van het plantje. Hun bevindingen zijn 14 januari gepubliceerd in Science.
Veldproef
De onderzoekers gebruikten de nieuwe kennis om uit een natuurlijke populatie plantjes te selecteren die gunstige genen hadden. Toen ze deze plantjes verder gingen kweken in proefvelden bleken ze inderdaad een hogere opbrengst te geven dan gemiddeld. Ze groeiden beter en maakten meer artemisine aan. De plantenkundigen denken dat met hun vinding Artemisia op meer plekken in de wereld verbouwd kan worden. Dat zou tot goedkopere malariamedicijnen kunnen leiden.
Vervelend is wel dat recent is gebleken dat de malariaparasiet in sommige Aziatische regio’s resistent lijkt te worden voor artemisinine. Dat was het grote probleem bij de oude malariamiddelen: ze werkten prima, tot het micro-organisme dat malaria veroorzaakt er afweer tegen ontwikkelde. De huidige generatie malariamedicijen bestaat daarom uit combinatiemiddelen, die naast artemisinine ook andere werkzame stoffen bevatten. Zo’n combinatie van stoffen maakt het voor een parasiet lastiger om resistent te worden. In sommige landen nemen mensen echter alleen een extract van Artemisia in, bijvoorbeeld als thee. De WHO waarschuwt hier ten strengste tegen. Want als artemisinine straks ook niet meer werkt, is dat een groot probleem. Er is nog geen ander nieuw malariamiddel ontdekt.
Nadine Böke
Ian A. Graham e.a., The Genetic Map of Artemisia annua L. Identifies Loci Affecting Yield of the Antimalarial Drug Artemisinin, in: Science, 14 januari 2010.