Wie schiet eerst?

Reactie is sneller dan actie

Wie maakt de eerste beweging?
Zoom
Wie maakt de eerste beweging?

Revolverhelden weten al eeuwen hoe het moet: wacht tot je tegenstander een beweging maakt en knal hem dan neer. Dat is de beste manier om het duel te winnen. Maar waarom? Onder meer omdat reageren minder tijd kost dan zelf het initiatief nemen.

Aanval is de beste verdediging, wil het gezegde. Maar die vlieger gaat niet altijd op. In een rechtstreeks pistoolduel delft de aanvaller vaak het onderspit. Ook in de oosterse vechtkunst geldt vaak: verdediging is de beste aanval. Je tegenstander maakt zich kwetsbaar door als eerste een beweging te maken.

Hoe is het mogelijk dat het nemen van het initiatief een nadeel is in een rechtstreeks duel? Neurowetenschapper Andrew Welchman besloot de proef op de som te nemen. Hij organiseerde een duel tussen proefpersonen en hield nauwkeurig hun reactietijden in de gaten. En wat bleek: reageren kost minder tijd dan het initiëren van een actie.

Knopjedrukken
Welchman zette de proefpersonen tegenover elkaar, met elk drie knoppen voor zich. Ze kregen als opdracht om de knoppen zo snel mogelijk in een bepaalde volgorde in te drukken, sneller dan hun tegenstander. Een wedstrijdje knopjedrukken dus. Er was geen startsignaal, dus de proefpersonen hadden de keuze: of als eerste beginnen, of reageren op de tegenstander. Net als in een echt pistoolduel.

Als snel werd duidelijk dat de reageerders sneller waren, gemiddeld 21 milliseconden. “Dat klinkt misschien als een klein verschil”, aldus Welchman, “maar het kan wel het verschil tussen leven en dood maken als je een bus probeert te ontwijken”.

Maar is het ook genoeg om het pistoolduel te winnen? Daarover zijn de onderzoekers minder zeker. Reageren op je tegenstander kost gemiddeld namelijk ongeveer 200 milliseconden, veel meer dus dan je wint door te reageren in plaats van te initiëren. Dat wil zeggen: bij ongeoefende proefpersonen. De revolverhelden uit het Wilde Westen waren natuurlijk door de wol geverfd, en het is bekend dat oefening goed is voor je reflexen.

Twee systemen?
Bovendien waren de onderzoekers eigenlijk helemaal niet geïnteresseerd in revolverhelden. Ze wilden graag weten of actie en reactie twee verschillende processen in de hersenen zijn. Daar zijn namelijk de nodige aanwijzingen voor. Parkinson-patiënten bijvoorbeeld vangen vaak zonder problemen een bal die je ze toegooit, maar hebben moeite om diezelfde bal op te pakken van de tafel. Reageren gaat ze dus veel makkelijker af.

Misschien is dat omdat hun ‘reactiesysteem’ in de hersenen minder is aangetast dan hun ‘actiesysteem’. Het knopjedruk-onderzoek is een verdere aanwijzing dat er inderdaad twee van die afzonderlijke systemen bestaan; ze lijken immers met verschillende snelheden te werken. Verder onderzoek moet uitwijzen of Welchman echt gelijk heeft met zijn ‘twee systemenhypothese’. Maar niet geschoten is altijd mis.

Bouwe van Straten

Andrew Welchman e.a., ‘The quick and the dead: when reaction beats intention’, in Proceedings of the Royal Society B, 3 februari 2010.