Oog in oog met de laatste wil

De meeste mensen bij de Hersenbank geloven niet in een ziel

Dit artikel staat deze week ook in de VPRO Gids (Illustratie Maartje Kunen)
Zoom
Dit artikel staat deze week ook in de VPRO Gids (Illustratie Maartje Kunen)

VPRO en Teleac maken samen een nieuw wekelijks wetenschapsprogramma: Labyrint. De eerste aflevering zet vraagtekens bij de vrije keuze. Op naar de Nederlandse Hersenbank, om ons brein, waar alle vragen beginnen, eens goed te bekijken.

Hersenen zijn niet grijs. Daarmee beginnen de dingen die anders zijn dan we denken al. In ons hoofd zijn ze goed doorbloed, en dus roze. Buiten de schedel en bloedvrij blijken hersenen eerder gelig, of beige. Ook hebben ze iets glibberigs, geleiachtigs, stevig maar toch zacht. Als een kwal, maar dan vol kronkels. "Windingen heten dat. En ze zijn bij iedereen anders. Net zoals een vingerafdruk en iris bij iedereen uniek zijn."

Michiel Kooreman (44) weet er alles van. Als technisch coördinator van de Nederlandse Hersenbank – gevestigd op het terrein van het amc in Amsterdam-Zuidoost – heeft hij al heel wat hersenen in zijn handen gehad. Afgelopen nacht nog. Hij had dienst, wat betekent in actie komen na de melding van het overlijden van een hersendonor. "We hadden vier patiënten, wat extreem is. Gemiddeld komen er honderd per jaar, dus zo’n twee per week."

Kooreman zegt ‘patiënten’. Waarom? Want een patiënt is iemand die ergens aan lijdt. Misschien beter kan worden. "Tja. Weet ik eigenlijk niet. We zeggen ook wel 'donor'. Misschien klinkt 'patiënt' minder afstandelijk." Tegelijkertijd is het houden van afstand een voorwaarde om dit werk op een gezonde wijze te kunnen blijven doen, weet Kooreman.

"Toen ik hier net werkte, in 1994, na een opleiding tot laborant, lag er iemand op de sectietafel die op een recent gestorven geliefde leek. Dan wordt de scheidslijn heel dun. Je moet jezelf beschermen tegen al te ver gaande gedachten tijdens het uitnemen van de hersenen. Natuurlijk denk ik wel eens, als ik zo’n brein dat nog warm is in m’n handen houd: zat het hier nou allemaal in, al dat geluk en verdriet, die pijn, de hoop, het geloof?"

Maar nuchterheid gaat boven filosofische beschouwingen op de werkvloer van de Hersenbank. Of zoals directeur Inge Huitinga zegt als antwoord op de eeuwige vraag aan een hersendeskundige naar de vrije wil: "We zijn zo vrij als de klomp die we zien en de genetica die eraan ten grondslag ligt."

Maar hoe zit het met bewustzijn, en waar blijft het na onze dood? Iemand als oud-cardioloog Pim van Lommel is met zijn eind 2007 verschenen boek Eindeloos bewustzijn, Een wetenschappelijke visie op de bijna-dood ervaring bij Huitinga en haar collega’s aan het verkeerde adres. "Zo’n licht aan het einde van de tunnel zien is een simpel degeneratief neurologisch verschijnsel. Maar daar houd ik me niet mee bezig, mij gaat het primair om het vinden van oplossingen voor gruwelijke hersenziektes waar nu nog geen remedie tegen bestaat. Ik wil helder kunnen zeggen wat er verstoord is en een pil laten maken om ervoor te zorgen dat iemand zich beter voelt."

Demobreinen
Dood is dood bij de Hersenbank. Hier draait het om het verwerven, gereedmaken en uitgeven van donorhersens. Een kleine drieduizend heeft de bank er nu in beheer. En ze zijn allemaal anders. Alleen al van gewicht; dat kan variëren van zo’n achthonderd gram tot het dubbele. En nee, dat zegt niets over de capaciteit van het brein; van belang zijn de verbindingen tussen de geschatte honderd miljard zenuwcellen.

Kooreman toont twee demobreinen (zijn woord): "Welke is gezond denk je?" Bij het ene liggen de windingen min of meer vloeiend naast elkaar, bij het andere zijn de openingen ertussen groter, lijken de hersenen gekrompen. Zie hier alleen al de fysiek slopende gevolgen van de ziekte van Alzheimer.

Bij leven kun je je als donor laten inschrijven bij de Hersenbank, na je dood wordt er dan snel gehandeld om het brein in een zo ongeschonden mogelijke toestand buiten het lichaam te krijgen. Er zijn ruim 2200 geregistreerde donors, tweederde daarvan is vrouw, eenderde man. Alzheimer, ms, parkinson, depressie, verslaving, eetstoornissen, schizofrenie; mensen die de verwoestingen van deze hersenaandoeningen van nabij hebben meegemaakt zijn vaak gemotiveerder om hun hersenen na de dood af te staan.

Van wilsonbekwamen worden de hersenen soms door familieleden gedoneerd, in de hoop bij te dragen aan de mogelijke toekomstige behandeling van de ziekte waaraan hun verwante leed.

Voor elk ziek brein is een gezond controlebrein nodig. Vooral aan dat laatste is een tekort. Misschien lijkt het griezelig om je veronderstelde ‘wezen’ na je dood zo letterlijk uit handen te geven. Maar wat is het, dat we proberen te behouden? Zijn we bij die huivering in de greep van ons bewustzijn, dat niets engers lijkt te vinden dan het idee dat het bij lange na niet zoveel invloed heeft als we graag denken?

Ap Dijksterhuis, hoogleraar psychologie van het onbewuste en een van de geïnterviewden in de eerste aflevering van Labyrint, windt er in zijn heldere boek Het slimme onbewuste, Denken met gevoel, geen doekjes om: de verwerkingscapaciteit van ons onbewuste is ongeveer 200.000 keer zo groot als die van ons bewustzijn. Het bewustzijn is eerder een persvoorlichter dan de directeur, en dan ook nog een slecht geïnformeerde. We krijgen de uitkomst van dingen te horen, en dat creëert de illusie van zelf genomen besluiten en gedragingen. Maar het proces van totstandkoming gaat buiten onze waarneming om. Misschien zeggen we dus niet voor niks dat we ‘na-denken’.

Het is ons niet kwalijk te nemen, sust Dijksterhuis. We kunnen ons nu eenmaal niet bewust zijn van dat waar we ons niet bewust van zijn. ‘Wie naar onbewuste processen zoekt met het bewustzijn, zoekt naar een donkere plek met een zaklamp.’

Vitrinekasten
De dagelijkse praktijk van de in 1985 door onder andere hoogleraar neurobiologie Dick Swaab opgerichte Hersenbank staat ver van deze materie af. De Hersenbank is gehuisvest in Amsterdam in het nin; het Nederlands Instituut voor Neurowetenschappen. Lange gangen, kleine kamertjes, een laboratorium. Aan de wanden posters gebruikt tijdens presentatiesessies van onderzoeksgroepen en een prikbord met krantenknipsels; bijvoorbeeld uit De Telegraaf, waarin professor Swaab schrijft over de mogelijke relatie tussen epilepsie en het ervaren van contact met God.

Ook zijn er meterslange vitrinekasten gevuld met (een deel van) de hersenen die verzameld werden door C.U. Ariëns Kappers (1877–1946), de eerste directeur van het in 1909 opgerichte Nederlands Instituut voor Hersenonderzoek. In zijn boek Reiziger in breinen verhaalt hij onder meer over de reizen die hij maakte om onderzoeksmateriaal te verzamelen. In 1925 kwamen hem de walvishersenen die hij in Tokio ‘ten geschenke ontvangen had’ goed van pas. "Hiervan was door de goede zorgen van onze preparator T. Brouwer een prachtige serie coupes gemaakt en deze werden nu onderzocht door een jonge Amerikaanse dokter."

We zien de voor eeuwig in formaline opgeslagen, al dan niet opengesneden breinen van een tijger, lynx en poema, van honden, apen, vissen en kikkers. Tientallen glazen potjes en potten, gevuld met dat wat ooit een wezen aanstuurde en bepaalde.

Terug naar Kooreman. Hij wijst op een getekende afbeelding van de wereld de landen aan waarnaar zoal donormateriaal verzonden is. Veel binnen Europa, maar ook in Japan, de Verenigde Staten, China en Rusland zijn onderzoekers aan de slag gegaan met Nederlandse hersenen. "Ik heb wel eens iemand gehad die bij z’n inschrijving zei: 'Leuk, dan kom ik nog eens ergens.' Een ander wilde juist niet de grens over, hij hield niet van verre reizen."

Wordt er met zulke wensen rekening gehouden? "Nou, in zo’n geval leggen we uit dat als iemand z’n hersenen afstaat, er vervolgens om praktische redenen mee gebeurt wat ermee gebeurt. Maar mensen kunnen wel aangeven of ze willen doneren voor specifieke onderzoeken." Geen lange laatste wil dus bij de uitgebreide informatielijst die de gedoneerde hersenen begeleidt. "Overigens kan iemand altijd weer op een inschrijving terugkomen. Die verandering van inzicht hoef je niet te komen verantwoorden."

Blokjes en plakjes
Een binnengekomen brein wordt uit de schedel gelicht en ter hoogte van de hersenbalk doormidden gesneden. "De ene helft wordt uitgeprepareerd volgens het protocol", zegt Kooreman. "Dat betekent dat de gebieden die interessant zijn bij bepaalde ziektebeelden eruit genomen worden en worden klaargemaakt voor onderzoek. De betrokken hersendelen zijn daarvoor opgedeeld in blokjes en flinterdunne plakjes. De andere hersenhelft gaat in een soort emmer met formaline, waarna de neuropatholoog de definitieve diagnose kan stellen."

Elke patiënt krijgt een nummer, waaronder alle gegevens van belang bij onderzoek gerangschikt worden. Nergens staat een naam. Wie iemand was, ligt besloten in de herinneringen van de mensen die hij of zij achterliet, niet in deze steriele preparaten.
"Hersencellen kun je lang in leven houden", weet Kooreman. "Met de juiste voedingsstoffen blijven ze functioneren: ademen, bepaalde stoffen innemen en uitscheiden. Maar wat is leven? Want het betekent niet dat een mens blijft bestaan. Voor echt werkende hersenen is veel meer nodig, zoals een bloedsomloop die zuurstof naar alle delen brengt."

Daarin is wel voorzien in het verhaal ‘William en Mary’ van Roald Dahl. Kooreman kent het; ene William laat na zijn overlijden zijn hersens en een oog met behulp van een kunstmatig hart in leven houden door een bevriende neurochirurg. Tot verrassing van zijn vrouw Mary: "Dit was het toppunt! Je zou toch mogen denken dat een weduwe na zoveel jaar ook eens recht had op een beetje rust."

Maar wat blijft er in die fantasie over William eigenlijk bewaard? Zijn geest? De meeste mensen bij de Hersenbank geloven niet in een ziel, zegt Kooreman. "We zijn van de darwinistische school, niet-religieus, voeren zelden een filosofisch gesprek. Onze interesse ligt bij het op onze manier bijdragen aan de mogelijkheden voor wetenschappelijk hersenonderzoek. En dat alleen biedt al oneindig veel om je over te verwonderen."

Angela van der Elst

Dit artikel verschijnt deze week ook in de VPRO Gids.

Labyrint is op woensdag 3 maart voor het eerst te zien, van 20.50 tot 21.30 uur op Nederland 2 en na afloop via de site van het programma.