Gen tegen bijwerking
DNA-afwijking beschermt tegen bloedarmoede bij behandeling van hepatitis C

- Zoom
- De boosdoener: het hepatitis C virus (HCV). Nestelt zich onopvallend in je lichaam, leidt tot vermoeidheid, verminderde eetlust en andere onduidelijke klachten. Houdt dat bovendien lang vol omdat het immuunsysteem van de meeste mensen HCV niet aankan.
Van hepatitis C gaat je lever kapot, maar van de therapie met interferon en ribavirine vallen je bloedcellen uit elkaar. Behalve als je drager bent van een onschuldige genetische afwijking.
Hepatitis C is een soort sluipmoordenaar. Je merkt er vaak weinig van, maar als het wel zo is dan kan het te laat zijn. Dan heb je levercirrose of, erger nog, leverkanker. Ruim vijftigduizend Nederlanders hebben het waarschijnlijk onder de leden. Misschien wel gekregen via een bloedtransfusie, want de besmetting met het virus (HCV) verloopt via bloed-bloed contact. Wereldwijd zijn er zo’n 170 miljoen HCV-dragers. Gelukkig is de kans op hepatitis-C-besmetting via transfusie tegenwoordig minimaal. Sinds de ontdekking van het virus, in 1989, is donorbloed HCV-vrij dankzij uitgebreide tests.
Het virus is tegenwoordig vooral te vinden in kringen van drugsgebruikers, bijvoorbeeld omdat ze elkaars naalden gebruiken. Van de zes- tot zevenhonderd gevallen die artsen jaarlijks (verplicht) melden, is de helft te wijten aan drugsgebruik. De laatste jaren zijn er sterke aanwijzingen dat HCV ook seksueel overdraagbaar is, met name bij HIV-positieve mannen. Volgens de Amsterdamse GGD is 15-20% van hen ook HCV-positief. Het ziet er naar uit dat de mannen het virus via anaal contact aan elkaar doorgeven.
Bloedlichaampjes opblazen
De behandeling tegen hepatitis C is niet gemakkelijk. Het meest effectief is een wekelijkse injectie van peg-interferon (dat het immuunsysteem activeert) in combinatie met pillen van de virusremmer ribavirine. Die behandeling werkt niet altijd, en als het niet ‘aanslaat’ is er geen alternatief beschikbaar.
En dan zijn er de bijwerkingen. De lijst is indrukwekkend. Bij interferon zijn griepachtige verschijnselen en hoofdpijn te verwachten, maar ook hart- en nierfalen en depressie. Een groter probleem vormt het ribavirine, dat rode bloedlichaampjes kan ‘opblazen’. Het bloed verliest dan hemoglobine en kan minder zuurstof opnemen. Deze bloedarmoede maakt patiënten zwak en leidt tot complicaties bij mensen die behalve met hepatitis C ook met hart- en nierproblemen kampen.
Opvallend genoeg leidt niet elke hepatitis-C behandeling tot ribavirine-bloedarmoede. Onderzoekers van Duke University (Verenigde Staten) schrijven deze week in Nature dat ze weten hoe dat komt. Ze ontdekten een genetische variant die de dragers beschermt tegen de verwoestende werking van de virusremmer. Voor deze mensen is het risico van de therapie dus veel kleiner dan voor anderen.
Seinvlaggen
De ontdekking komt voort uit een groot project ter vergelijking van verschillende hepatitis-C-behandelingen. Onderzoekers van het Institute for Genome Sciences & Policy (IGSP) van Duke voerden een statistische analyse uit op het DNA van de deelnemers. Ze zagen een verband tussen de mate waarin de behandeling tot bloedarmoede leidde, en de aanwezigheid van zogenaamde single-nucleotide polymorphisms of SNP’s. Dit zijn DNA-variaties van één enkel basepaar, die vaak als een soort ‘seinvlaggen’ fungeren voor de aanwezigheid van bepaalde genetische afwijkingen of varianten. Ze verklaren zelf niets, maar geven wel aan in welke richting een verklaring te zoeken is.
In dit geval seinden de vlaggen naar het ITPA-gen dat de afbraak van inosine trifosfaat (ITP) reguleert. Patiënten die geen last hadden van de ribavirine-bloedarmoede bleken een verstoord ITPA-gen te hebben en daardoor een verminderde ITP-afbraak. Deze goedaardige verstoring heeft normaal gesproken weinig gevolgen. Maar nu dus wel. De onderzoekers speculeren dat de verhoogde ITP concentratie in de rode bloedcellen op de een of andere manier het negatieve effect van het ribavirine blokkeert.
De kans is groot dat toekomstige behandelingen tegen hepatitis C gebaseerd worden op een DNA-analyse. Zodat duidelijk wordt wat bij de betreffende patiënt het risico is van de toepassing van ribavirine. Bovendien biedt de ontdekking wellicht aanknopingspunten voor de ontwikkeling van geneesmiddelen die bloedarmoede voorkomen via verhoging van de ITP-concentraties. Geneesmiddelengigant Schering Plough, financier van het onderzoek, heeft al patent aangevraagd.
Harm Ikink
Jacques Fellay e.a.: 'ITPA gene variants protect against anaemia in patients treated for chronic hepatitis C', in Nature, Advanced Online Publication, 21 februari 2010