Orang-oetan is zuinigste aap

43776040
Zoom
43776040

Zelfs iemand die alleen maar voor de tv hangt verbruikt meer energie dan een orang-oetan in het wild.

Voor het eerst is bij een mensapensoort het energieverbruik nauwkeurig gemeten.  Orang-oetans in Iowa die een groot buitenverblijf hadden en ongeveer evenveel bewogen en klommen als wilde orang-oetangs, hadden per kilo lichaamsgewicht significant minder calorieën nodig dan andere zoogdieren, inclusief de mens.  Alleen de fameus trage luiaards verbruiken nog minder. Het bonkige, 117 kilo wegende mannetje Azy consumeerde maar 2000  kcal per dag.  Een modale, 80 kilo wegende Homo sapiens met een kantoorbaan en tv-kijken als hobby, kan daarentegen 2700 calorieën  per dag consumeren zonder aan te komen.  

De onderzoekers veronderstellen in Proceedings of the National Academy of Sciences dat deze zuinigheid een aanpassing is aan hun oorspronkelijke leefgebied, de bossen van Zuid-Oost Azïe. Orang-oetans eten vooral vers fruit, waarvan het aanbod daar zeer wisselend is.  Orang-oetans sparen ook energie doordat ze van alle mensapen – op de mens na - het traagst groeien en zich het langzaamst voortplanten.

Het energieverbruik is niet gemeten door te inventariseren wat de proefpersonen aten, aangezien continue observatie vrijwel niet te doen is. In plaats daarvan werd indirect de intensiteit van de stofwisseling bepaald. Voedsel bestaat voor het leeuwendeel uit koolstof, zuurstof en waterstof, die het lichaam verbrandt tot CO2 en H2O. De hoeveelheid uitgeademd CO2 is een maat voor het energieverbruik.

De praktische problemen van zulk metingen dient men overigens niet te onderschatten.  De proefpersonen moesten iedere ochtend zonder morsen een beker koude thee drinken die was gezet van ‘dubbel gelabeld water’. Dit is water waarin de normale waterstof (H) is vervangen door de zwaardere isotoop deuterium(D) en de normale zuurstof door de zwaardere isotoop 18O.  Als een nauwkeurige maat voor hoeveel zuurstofatomen via de uitgeademde CO2 het lichaam hadden verlaten, werden in de dagen daarna de concentraties deuterium en 18O in de urine gemeten . Daartoe  ‘werd de proefpersonen gevraagd in een schoon papieren bekertje te urineren,’ schrijven de onderzoekers.  Let wel, het betrof hier niet de tv-bankzitters, maar de orang-oetans.

Arnout Jaspers