Nieuwe ogen

- Zoom
- Net zoals je slecht ziet door brilleglazen wanneer deze beslagen zijn of krassen hebben, kun je ook slecht zien als het doorzichtige buitenste laagje van je oog beschadigd is.
Zweedse en Canadese onderzoekers voerden een succesvol experiment uit met hoornvliezen die deels biologisch, deels kunstmatig zijn.
Ernstige slechtziendheid en blindheid komen vaak door problemen met het hoornvlies. Dat is het transparante, buitenste laagje aan de voorkant van je oog. Als hier krasjes op komen, of als het vlies troebel wordt, ga je slechter zien. Er bestaat een manier om het zicht van mensen met een beschadigd hoornvlies te herstellen: transplantatie. Alleen is er een groot tekort aan geschikte donor-hoornvliezen. Wereldwijd staan zo’n tien miljoen mensen voor op de wachtlijst. Er wordt daarom veel geëxperimenteerd met kunstmatige hoornvliezen, alleen wil het maar niet echt lukken om die goed te krijgen. Een Canadees/Zweeds onderzoeksteam presenteert deze week in Science Translational Medicine een soort tussenoplossing: biosynthetische hoornvliezen.
De hoornvliezen die Per Fagerholm en zijn collega’s maken zijn, zoals de naam al aangeeft, deels biologisch en deels kunstmatig. Ze bestaan uit in het lab gekweekt menselijk collageen, het type weefsel waaruit hoornvliezen normaal gesproken ook grotendeels bestaan. Van dit collageen maakten de medici contactlensachtige structuren, die geïmplanteerd kunnen worden. Bij dierproeven sloeg het materiaal goed aan, dus zijn inmiddels ook de eerste testen bij mensen gedaan. En twee jaar na dato maken alle proefpersonen het goed.
Een van de belangrijkste uitkomsten van het onderzoek is dat het lichaam van de patiënten de biosynthetische vliezen netjes opnam. Er groeide een laagje levende cellen overheen en er groeiden zelfs zenuwuiteinden in, zodat de proefpersonen weer gevoel kregen in hun ogen. Dat alles lukt met volledig kunstmatige hoornvliezen niet. Een belangrijk voordeel ten opzichte van een transplantatie met donor-hoornvliezen was weer dat de biosynthetische lenzen een veel minder sterke afweerreactie opwekten, zodat degene die ze krijgt niet heel lang allerlei afweeronderdrukkende medicijnen hoeft te slikken. Dat klinkt allemaal heel veelbelovend. Toch valt er wel nog het een en ander te verbeteren: bij slechts zes van de tien patiënten verbeterde hun zicht ook echt.
Nadine Böke